Een vakantie in Spanje betekent tot laat in de avond op een terras, smullen van churros, tapas, pinchos en montaditos. Een graadje of 25, koffie of glaasje vino tinto of blanco erbij. Dan is het leven goed. Maar de Spaanse eetgewoontes zijn heel anders dan de onze. Twaalf tips om geen flater te slaan.

Tip 1: Ochtendrituelen

De Spaanse etenstijden en -gewoontes verschillen nogal van de Nederlandse. In de ochtend valt het nog mee. Tussen 7 uur en 9 uur kun je overal terecht voor een (chocolade)croissant, toast met jam of pan con tomate (brood met tomaat, knoflook en olijfolie, heeerlijk!!). Dan volgt tussen half elf en elf de almuerzo, vaak vertaald als lunch, maar het is meestal meer een tussendoortje aan het eind van de ochtend. De Spanjaarden nemen dan wat sap of fruit, een muffin, of een croissant.

Tip 2: Menú del día

Tijdens het Francobewind werd het menú del día verplicht gesteld. Een goedkoop menu van drie gangen inclusief brood, een drankje en een dessert of koffie. Hoewel het sinds enkele jaren niet meer verplicht is, kun je in de meeste plaatsen tussen 13.30 en 15.00 uur nog steeds voor een zacht prijsje (vaak €10-€15) goed eten. Dit is de tijd van de comida, voor Spanjaarden nog steeds de belangrijkste maaltijd van de dag. Het leuk van dit fenomeen dat je vaak keuze hebt tussen verschillende traditionele gerechten en dus weer eens wat anders eet dan patatas bravas en calamares.

Tip 3: Tijd voor tapas

Na de zware comida volgt rond een uur zes de merienda, met een klein hapjes, zoals yoghurt, een stukje fruit of churros met chocolade. Vervolgens is het om een uur of acht tijd voor het aperitief met tapas. De meeste restaurantkeukens gaan pas rond half negen weer open voor het avondeten. Thuis eten de Spanjaarden dan vaak een lichte maaltijd: een salade of wat charcuterie.

Tip 4: Hoe roep je een ober?

Dan zit je op een terras, maar hoe vang je de aandacht van de ober? We maken het nog vaak genoeg mee dat Nederlanders op een terras gewoon ‘ober’ roepen. In een heel toeristisch gebied snapt ie dat misschien nog wel. Maar veel leuker is het om het in het Spaans te doen. Als je de kaart wilt, vraag je de camarero of camarera: ‘la carta en inglés, por favor.’ Dan krijg je een menukaart in het Engels. Een ander woord voor menukaart is kortweg menú.

Tip 5: Pincho pote

Je ziet ze inmiddels bijna overal in Spanje op de kaart staan: pinchos (of pintxos in het Baskisch). Het zijn vaak belegde stukjes stokbrood met een cocktailprikker erdoor. Vooral in San Sebastián zijn dit vaak echte kunstwerkjes. Als je pincho pote ziet staan is het happy hour. Voor een klein bedrag (bijvoorbeeld €2) krijg je een drankje en mag je iets lekkers uitzoeken op de bar waar alle heerlijke hapjes uitgestald staan.

Tip 6: Mmmm montaditos

Montaditos zijn ministokbroodjes vaak met ham of kaas (jamón of queso). Ook de montadito tortilla de patata y ali oli wordt veel besteld. Je krijgt dan een broodje met knoflookmayonaise en aardappeltortilla. Voor de visliefhebbers is er die met salmón ahumado y crema de queso. Je krijgt dan een broodje met gerookte zalm en roomkaas.

Tip 7: Tapas & raciones

Tapas behoeven geen introductie meer. Ze zijn ideaal als je maar niet kan wennen aan de Spaanse etenstijden. Heb je grote trek? Neem dan een ración. Zelfde gerecht, maar dan meer.

Tip 8: Hoe bestel je?

Als de ober langskomt om bestelling op te nemen kun je zeggen quiero… (spreek uit kjerroo) en dan het gerecht naar keuze. Wil je het helemaal netjes doen, dan zeg je: quisiera… (kiezjeera) wat ‘ik zou graag willen…’ betekent. Een andere optie is om je bestelling te beginnen met para mí un/una… (voor mij een..) of tomo la/el… (ik neem). Ook leuk om eens een streekgerecht te proberen. Vraag dan om el plato local. Kun je niet kiezen en wil je advies vraag de ober dan ¿Qué nos recomienda? (of Qué me recomienda als je alleen bent)

Tip 9: Bijzondere wijnen

Spanje is een echt wijnland. Wij proberen graag in iedere streek weer een nieuwe wijn. Vraag de ober dan welke lokale wijn hij aanraadt: ¿Qué vino local nos aconsejaría? (kuh bino lokal nos akonsecheriea). Als wijnliefhebber weet je het waarschijnlijk al wel, maar toch: de drie wijnkleuren worden in Spanje als volgt aangegeven: witte wijn is vino blanco, rode wijn is vino tinto en rosé is rosado. Ben je in de Penedès? Probeer dan cava, dé specialiteit van deze streek.

Tip 10: Proost & eet smakelijk!

Als het eten wordt geserveerd zal de ober je Que aproveche (Ke aprovetsje, eet smakelijk!) toewensen. Proosten doe je in het Spaans met: ¡salud! (saloed).

Tip 11: La cuenta, por favor

Als je wilt afrekenen, kun je vragen om de rekening door te zeggen la cuenta, por favor (la kwenta por fabor). Dit voelt in het begin een beetje ongemakkelijk omdat het kortaf lijkt, maar in Spanje is het een normale manier om de rekening te vragen.

Tip 12: Fooi

De propina (fooi) ligt net als in Nederland meestal rond de 10 procent. Als je alleen iets hebt gedronken of een menú del día hebt gehad, is het heel normaal om gepast te betalen.

Lees alle berichten over:

etiquette
terras
tips
uiteten