Asturias, oftewel Asturië, is het enige gebied van het Iberisch Schiereiland dat nooit in Moorse handen is geweest. De autonome gemeenschap Asturië is in naam een ‘prinsdom’ en de kroonprinses van Spanje, Leonor de Todos los Santos de Borbón y Ortiz wordt ook prinses van Asturië genoemd. Asturias ligt in het noord-westen van Spanje en grenst in het oosten aan Cantabrië, in het zuiden aan de regio Castilië en Leon, in het westen aan Galicië en in het noorden aan de Golf van Biskaje.  De belangrijkste steden zijn de hoofdstad Oviedo (Uviéu of Uvieo), zeehaven en grootste stad Gijón (Xixón) en het industriële Avilés.

Wat heeft Asturië te bieden?

De grootste trekpleisters van Asturië zijn de mooie stranden en de Picos de Europa. Het Cantabrisch Gebergte (Cordillera Cantábrica) vormt de natuurlijke grens van de regio met León in het zuiden. Hier ligt het prachtige nationale park Picos de Europa met bergtoppen tot 2.648  meter hoog. Andere natuurparken in dit gebied zijn het Parque Natural de Redes, Ubiñas en Parque Natural de Somiedo. Het Cantabrisch Gebergte is een geweldige plek voor bergklimmers, wandelaars, skiërs en liefhebbers van grotwandelingen. In totaal vind je hier meer dan 200 kilometer aan onderaardse gangen.

Aan mooie Asturische kustlijn liggen honderden stranden en baaitjes, zoals Playa del Silencio bij het vissersdorpje Cudillero ten westen van Gijón, en de vele stranden nabij het populaire Llanes, zoals Barro, Ballota and Torimbia (vooral bezocht door nudisten). De meeste stranden van Asturië hebben fijn, schoon zand en worden omringd door steile kliffen met er bovenop groene weiden waar vee staat te grazen.

De belangrijkste bezienswaardigheden naast de stranden en natuur zijn de kathedraal van Oviedo, waarvan de oudste delen in de 13e eeuw werden gebouwd, de heilige grot van Covadonga, het dorp Cudillero, de Romeinse brug van Cangas de Onís. Ook de rest van Oviedo is een bezoek waard. Het is een schone, pittoreske stad met een zeer gevarieerde architectuur. Het Palacio de Congresos (ook wel Modoo genoemd), is ontworpen door de beroemde Spaanse architect Santiago Calatrava.

Ook de aan de kust gelegen stad Gijón is een leuke bestemming. Er zijn veel musea en de stad is beroemd om zijn gastronomie en ciderproductie. Avilés, de derde stad van Asturië wordt ook steeds populairder onder dagjesmensen, vanwege het historische erfgoed van het oude centrum maar ook vanwege het Oscar Niemeyer Centrum, een van de voorbeelden van moderne architectuur in Asturië.

Hoe kom je in Asturië?

De regio Asturië ligt in het noorden en is goed bereikbaar met de auto. Direct vliegen vanuit Nederland of België is minder makkelijk.

Vliegen

Op 40 kilometer van Oviedo ligt Asturias International Airport waar EasyJet en Air Berlin onder andere op vliegen.  De regio is ook binnen een uur bereikbaar met de auto vanaf Santander Airport waar Ryanair op vliegt vanaf Düsseldorf Weeze.

Trein

Treinverbindingen met de rest van het land zijn nog niet geweldig, maar er wordt gebouwd aan een lange tunnel waarmee de reistijd naar Madrid verkort wordt van 5 uur naar 3 uur. Vanuit Nederland kun je de trein nemen naar Madrid en daar overstappen op een trein naar Oviedo.

Het groene (en natte) Spanje

Asturië heeft een koel en zeer gematigd zeeklimaat. Dit komt doordat in de winter de wind het meest uit het zuidwesten komt en milde lucht meevoert, terwijl de dominante windrichting in de zomer het noordoosten is en de wind dan juist koelere lucht aanvoert. Verder in het binnenland is het klimaat minder mild. In de hoger gelegen gebieden en met name de bergen kunnen de winters erg koud zijn en kan er een flink pak sneeuw vallen.

Door de nabijheid van de Atlantische Oceaan is er veel neerslag. Niet voor niets maakt Asturië deel uit van het ‘natte’ of ‘groene’ Spanje langs de noordkust, in tegenstelling tot het ‘droge’ Spanje, ten zuiden van het Cantabrisch Gebergte, waar aanzienlijk minder neerslag valt. De kust is in de zomer een populair vakantieoord voor mensen uit de rest van Spanje, vooral uit Madrid.

De geschiedenis van Asturië

De oudste sporen van bewoning in Asturië zijn gevonden in de grot van El Sidrón in de gemeente Piloña. Deze fossiele resten van neanderthalers zouden bijna 50.000 jaar oud zijn. Van de homo sapiens zijn wandschilderingen gevonden in de grot van Tito Bustillo in Ribadesella, die dateren uit het laatpaleolithicum (40.000-12.000 v. Chr.). Tijdens de daaropvolgende Nieuwe Steentijd (neolithicum) ontwikkelde zich ook in Asturië de landbouw, waarvan veel sporen aangetroffen zijn. Uit deze tijd stammen ook de grafheuvels en andere grafmonumenten op de Monte Areo nabij Carreño en Gijón. Vanaf de bronstijd vestigden de bewoners zich in castros, versterkte dorpen, waarvan het best bewaarde exemplaar Chao Samartín is, nabij het gelijknamige dorp.

Sinds de verovering van het gebied door de Romeinen vlak voor onze jaartelling komt het in de geschiedschrijving voor. Ondanks de Romeinse overheersing bleven de Astruriërs vasthouden aan hun eigen gewoontes en ook latere veroveraars zoals de Visigoten en de Moren kon de bevolking er nooit echt onder krijgen. Zo werd Asturias de schuilplaats van veel christelijke edelen en in 722 werd het gebied een onafhankelijk koninkrijk, het Regnum Asturorum, dat de bakermat werd van de Reconquista: de eeuwen durende verovering van Spanje door de Christenen op de Moren.

Na de inlijving bij Castilië in 1230 werd Asturias een belangrijke leverancier van hoge aristocraten. De regio speelde ook een belangrijke rol bij de kolonisatie van Amerika. Sinds 1388 wordt de erfgenaam van de Spaanse kroon de prins van Asturië genoemd. Tijdens de Industriële Revolutie werd Asturias een belangrijke mijnstreek. Veel Asturiërs beproefden hun geluk in Amerika en lieten bij terugkeer prachtige modernistische huizen bouwen die nu overal in de regio te zien zijn. De officiële taal van Asturias is Spaans, maar er wordt ook nog steeds Bable gesproken, een regionale taal.

De regionale cultuur in Asturië

Evenals in andere Noord-Spaanse regio’s wordt in Asturias doedelzak of gaita gespeeld. In de afgelopen jaren is traditionele muziek in Asturias en daarbuiten steeds populairder geworden. Voorbeelden daarvan zijn de doedelzakspeler Xuacu Amieva, Tejedor en José Ángel Hevia die zijn muziek combineert met filmpjes van het Asturiaanse landschap. Enkele beroemde Spanjaarden die afkomstig zijn uit deze regio zijn koningin Letizia en voetballer David Villa.

De keuken

Asturias heeft een rijke gastronomische cultuur. Je kunt er heerlijk vis en schelpdieren eten maar het bekendste gerecht is fabada asturiana, een stoofpotje gemaakt met grote witte bonnen (fabes), varkensschouder, bloedworst en chorizo. Maar het meest staat het prinsdom bekend om de verschillende appelcidersoorten. Door het fermentatieproces dat gebruikt wordt bevat Asturische cider geen koolzuur. De cider wordt vanaf grote hoogte in het glas geschonken, zodat het een sprankelende smaak krijgt, vergelijkbaar met die van champagne. De cider wordt gemaakt van lokale appelsoorten in vele kleine llagares, fabriekjes door de hele regio. Bijna elk dorp heeft zijn eigen cidersoort. Asturias is ook beroemd om zijn kazen, met name de cabrales.