Naar de Costa Brava voor zon, zee en strand? Trek er dan vooral óók op uit. Vlak achter de drukke toeristenstranden van Blanes en Lloret del Mar vind je een compleet andere en wonderschone wereld. Het is één van de mooiste trajecten van de wandelroute Camino de Ronda.

Eigenlijk kwam de vraag om deze reportage te maken zo’n veertien jaar te laat. Als puber wilde ik niets liever dan een vakantie naar de Costa Brava. Ik droomde van feesten met vriendinnen, van knappe proppers, schuimparty’s in discotheken en overdag lekker uitbrakken op het strand, net zoals ze dat in de serie Costa! deden.

Hamburgers en toeristentreintjes

Mijn ouders gooiden roet in het eten met als gevolg dat mijn vriendinnen en ik drie dagen op een camping in Oost-Brabant stonden. Toch nét even anders. Toen ik eenmaal vrij was om zelf te beslissen waar ik de zomervakantie doorbracht, was de hunkering naar een feestvakantie aan de Costa Brava verdwenen, en was het doel juist om plekken met weinig toeristen en verlaten strandjes te vinden. En dat rijmt niet met steden als Blanes en Lloret, dacht ik. Onderweg in de trein vanuit Barcelona – de Maresme-lijn genoemd – worden mijn vooroordelen alleen maar bevestigd. De kustlijn is vanaf Arenys de Mar volgebouwd met hotels, campings en enorme resorts. De trein doet plaatsen als Calella, Santa Susanna en Malgrat de Mar aan. Ik zie een parkeerplaats vol Nederlandse touringbussen, er rijden toeristentreintjes en wie van hamburgers houdt kan hier zijn geluk niet op. In Calella stappen luidruchtige Britten de trein in. Snel zet ik mijn geluiddempende koptelefoon op.

Douanepaden

Anderhalf uur later pak ik in Blanes de bus naar het centrum. Op Plaça Catalunya is het markt en zijn de terrassen overvol. Maar ik ben hier niet gekomen voor de stad zelf, maar voor het kustpad tussen Blanes en Lloret de Mar, dat prachtig schijnt te zijn. De wandeling is onderdeel van de Camino de Ronda, een route van 130 kilometer die langs de hele Costa Brava in de provincie Girona loopt: van Blanes tot aan Portbou, op de grens met Frankrijk. De wandelroute bestaat uit paden die ooit door de Spaanse douane werden aangelegd om smokkelaars op de Middellandse Zee in de gaten te houden. De moeilijkheidsgraad van de paden loopt erg uiteen, maar de route tussen Blanes en Lloret schijnt goed te doen te zijn. Acht kilometer, zeggen ze bij het toeristenbureau.

Uitzicht op Barcelona

Met een grote fles water -onderweg is weinig verkrijgbaar – en zonnebrand- crème factor 50 op mijn gezicht, ga ik op pad. Na nog geen tien minuten lopen is er geen toerist meer te bekennen, op een enkele wandelaar na. De rood-wit geschilderde vlaggetjes wijzen de weg. Al snel kun je een afslag nemen naar het kasteel van Sant Joan, maar daarvoor moet je wel een stukje kunnen klimmen. Drie kwartier later sta ik bovenaan naast een Frans gezin uit te hijgen. De toren op het kasteel werd in de 16e eeuw gebouwd om piraten op zee in de gaten te kunnen houden. Op heldere dagen kun je vanaf hier de berg van Montjuïc in Barcelona zien. Het kasteel is niet vanbinnen te bezoeken, dus ga ik na een korte pauze op zoek naar het volgende rood-witte vlaggetje.

Steil naar beneden

Dat vind ik aan het begin van een kiezelpad dat behoorlijk steil naar beneden loopt. Misschien is het om die reden dat ik het hele paadje voor mezelf heb en me op niets anders hoef te concentreren dan niet onderuitglijden en de bloeiende cactussen langs het pad. Wat een heerlijke rust. Ze moesten eens weten, daar beneden in het feestgedruis! Het paadje komt uit in een villawijk, waar een kast van een huis in aanbouw is. Op de bouwkavel staat een reusachtig bord met Russische letters. Vanaf de straat roept een vrouw in het Russisch iets naar twee mannen met helm aan de overkant. Even verderop stapt een Aziatisch gezin in een luxe wagen die geparkeerd staat voor een enorme nieuwbouwvilla. Het is duidelijk dat dit gebied niet meer alleen het domein is van Europese pensionado’s en vakantiegangers, maar dat ook welgestelde niet-Europeanen het hier ontdekt hebben. En ik begin geloof ik steeds beter te begrijpen waarom. Zeker als ik na nog een klein uur lopen uitkom bij de Cala Bona. Dit baaitje is alles wat ik me níet voorstelde bij het strand van Blanes. Zo’n beetje heel Europa heeft vandaag een vrije dag en het weer is prima, en toch liggen toeristen hier niet handdoek aan handdoek. Op het terras van een van de twee strandtenten houd ik pauze.

costa brava hike espanje

Tuin aan zee

Voorheen moest je een flinke omweg maken om vanaf deze baai richting Lloret de Mar te lopen. Het kustpad was tien jaar lang gesloten voor publiek omdat het onveilig was. Maar eind vorig jaar werd een nieuw deel van de Camino de Ronda opgeleverd, waardoor je nu prachtig langs de rotsachtige kust en de zee kunt wandelen. Helaas is een deel van het pad vandaag gesloten en moet ik op een gegeven moment een steile trap omhoog. Goed voor de kuiten, dat dan weer wel. Na een stukje door de villawijk te hebben gelopen kom ik uit bij de botanische tropische tuin Pinya de Rosa. Er vertrekt net een tourbus met Portugese jongeren, waardoor ik als enige bezoeker overblijf tussen de kleurrijke tropische planten. Dit is trouwens niet de enige botanische tuin op de route tussen Blanes en Lloret: even voor de Cala Bona ligt, pal aan zee, de Jardí Botànic Marimurtra.

Uit de zen-modus

Op naar de volgende baai, de Cala Treumal. Dit strandje is door het nabijgelegen hotel wat toeristischer dan de Cala Bona, maar nog steeds een oase van rust in vergelijking met de hoofdstranden van Blanes en Lloret. Ik gooi mijn handdoekje uit en zou zo in slaap zijn gevallen als ik niet naar Lloret moest om de bus naar het treinstation in Blanes te pakken. Het laatste stukje van de route gaat langs de snelweg en door het voorbijrazende verkeer en de grote reclameborden van discotheken en drankmerken word ik in één klap uit mijn zen-modus getrokken. En als ik bij de bushalte zie dat er in de bar verderop frikadellen worden verkocht, kan ik alleen maar denken: ze moesten eens weten allemaal!

 

Meer Camino de Ronda?

Het traject Blanes-Lloret de Mar is, vanaf het zuiden gezien, de eerste wandelroute van de Camí de Ronda. Bij alle routes loop je vrijwel constant langs de kustlijn van de Costa Brava. Aan de Camí de Ronda liggen bekende en mooie plaatsen als Cadaqués, Calella de Palafrugell, Tossa de Mar, Llafranc en Tamariu.

Andere routes die de moeite waard zijn liggen tussen S’Agaró en Platja d’Aro (1 uur), tussen Platja Fonda en Platja d’Aiguablava (50 min.), tussen Palamós en Calella de Palafrugell (6 uur) en van Cadaqués via Portlligat naar Cap de Creus (5 uur). Bij de toeristenbureaus in de plaatsen langs de route kun je informatie verkrijgen over de route die je wilt gaan lopen.