Tegenover de Rots van Gibraltar ligt op een smalle landtong in Marokko de Spaanse exclave Ceuta, bestaande uit de gelijknamige stad en het dorpje Benzú. De autonome stad (ciudad autónoma), waar Castiliaans de officiële taal is, vind je in het noordelijkste puntje van het Afrikaanse land en wordt enkel door de Straat van Gibraltar van het Spaanse vasteland gescheiden.

Voorheen viel Ceuta onder het bestuur van de Spaanse provincie Cádiz, maar sinds 1995 is de stad zelfstandig. Net als Melilla is Ceuta het resultaat van koloniale overheersing, maar Marokko heeft zich daar nooit bij neergelegd. Het land meent nog steeds aanspraak te hebben op de steden en noemt de ciudades autónomas bezet Marokkaans grondgebied.

Ruim de helft van de inwoners in Ceuta is van oorsprong Spaans, het andere deel bestaat uit Marokkanen, Joden en hindoes. De slogan van het lokale VVV-kantoor is: Ceuta: cuatro mundos por descubrir (‘vier werelden om te ontdekken’). Maar liefst een miljoen toeristen en Spanjaarden komt jaarlijks vooral naar de stad om er heerlijk en goedkoop te winkelen. Ceuta is namelijk een vrijhaven: als Spaans grondgebied is het lid van de Europese Unie, je betaalt er dan ook met de euro, maar de stad is uitgezonderd van de Europese belastingwetgeving. Daarom kun je er bijvoorbeeld belastingvrij parfum, sigaretten en alcohol kopen.

Vandaag de dag staat Ceuta voornamelijk bekend om het hoge, dubbele hek van acht kilometer lang dat om de exclave heen staat, om illegale immigratie te voorkomen. De stad kreeg de bijnaam ‘De achterdeur van Fort Europa’, omdat veel Afrikanen via Ceuta Europa willen binnenkomen. De grens tussen Marokko en Ceuta is één van de twee directe landgrenzen tussen de twee continenten.

Wat heeft Ceuta te bieden?

Ceuta komt niet voor op de werelderfgoedlijst van Unesco, maar desondanks is er genoeg in de autonome stad te zien en te doen. Zo zijn de tegenstellingen tussen Ceuta en de rest van Marokko groot, omdat de stad typisch Spaans aandoet. Het is een beleving op zich om twee zulke verschillende werelden, die zo dicht naast elkaar liggen, mee te maken.

Liefhebbers van watersporten kunnen aan de kust kajakken, zeilen en vissen, maar de meeste mensen komen naar de regio om te duiken. Bij de stad komen de Atlantische Oceaan en Middellandse Zee samen en daardoor is er een continue verandering van de onderwaterwereld.

Maar ook boven water is er genoeg te ontdekken. Ceuta ligt op een schiereiland met een groot en oud Byzantijns fort op de heuvel Monte Hacho, waar veel pijnbomen staan. Het fort heeft inmiddels een militair doel en is gesloten voor publiek, maar een wandeling naar de top geeft wel een prachtig uitzicht over Gibraltar. Een bezoek aan de koninklijke stadsmuren mag zeker niet worden overgeslagen. Deze stadswal werd opgetrokken in de middeleeuwen en bestond uit verschillende bastions, een bevaarbare gracht en ophaalbrug. Enkele bastions staan nog overeind, zoals die van Coraza Alta, Bandera en Mallorquines.

De kathedraal van Ceuta is bijzonder vanwege de culturele overgang: de kathedraal is gebouwd op de resten van wat ooit de belangrijkste moskee van de streek was. Het zogenoemde drakenhuis (Casa de los Dragones) is een historisch monument en tevens een belangrijk oriëntatiepunt in de stad. Op het dak van de prachtige woning prijken vier grote draken. Het huis is gebouwd in eclectische stijl, wat betekent dat verschillende bouwstijlen en kunststromingen één geheel vormen.

Je kunt de dag in Ceuta het best afsluiten met een duik in het grote openluchtzwembad. Het Parque Marítimo del Mediterráneo is echter niet zomaar een zwembad. Het maritieme park bestaat uit een lagune met een eiland en twee zoutwaterbaden, omringd door solariums, gezellige barretjes, restaurants en zelfs een casino en nachtclub. In het midden van het complex staat een kasteel dat geïnspireerd is op de koninklijke stadsmuren.

Hoe kom je in Ceuta?

Helikopter

Ceuta beschikt niet over een vliegveld, maar wel over een helihaven. Vanuit Málaga vertrekt er vijf keer op een dag een helikopter naar de stad in Afrika.

Veerdienst

Daarnaast is er een dagelijkse veerdienst tussen het Spaanse vasteland en Ceuta. Vanuit Algeciras vaart ongeveer ieder uur een snelle veerboot in 40 minuten de Straat van Gibraltar over. Om de stad binnen te komen, heb je een geldige identiteitskaart of paspoort nodig. Een visum wordt niet gevraagd.

Gematigd zeeklimaat

De autonome stad heeft een gematigd, maritiem klimaat doordat het aan de Atlantische Oceaan en Middellandse Zee grenst. Vooral de oceaan brengt kouder water naar de streek, waardoor de temperaturen aangenaam zijn. Mei, juni, juli, augustus, september en oktober zijn de beste maanden om naar Ceuta te reizen. Dan is de kans op mooi weer het grootst en valt er de minste neerslag. In de zomermaanden is het ongeveer 25 graden. In de winter regent het vaker, maar is het met een gemiddelde van 15 graden alsnog goed toeven. Met driehonderd zonnige dagen per jaar is Ceuta een prima vakantieplek.

Geschiedenis van Ceuta

Ceuta is vermoedelijk door de Feniciërs gesticht en kwam later in handen van respectievelijk de Romeinen, Vandalen, Byzantijnen en Visigoten. In het jaar 711 fungeerde de stad als uitvalbasis voor de Omajjaden tijdens de islamitische invasie van Spanje. Zo’n dertig jaar later werd Ceuta deels verwoest toen de Kharidjieten in opstand kwamen. Jarenlang lag de stad er verwaarloosd bij totdat de Berber Majakas, leider van de gelijknamige stam, in de negende eeuw besloot Ceuta weer op te bouwen.

De stad werd in 1061 een taifa (onafhankelijk moslimrijk) en bleef dat tot 1084 toen de Almoraviden Ceuta binnenvielen. In de jaren daarop ging de macht over naar de Almohaden, de Hafsiden uit Tunesië en later de Berberse Meriniden-dynastie uit Marokko. Doordat Johan I van Portugal (Dom João I) de stad in 1415 na de Slag bij Ceuta in handen kreeg, werd Ceuta de eerste kolonie van een Europese grootmacht in Afrika. Uiteindelijk kwam de stad door het vredesakkoord Vrede van Lissabon (1668) onder Spaans grondgebied te vallen. Ook toen Spaans-Marokko in 1956 deel werd van het onafhankelijke Marokko, bleef Ceuta bij Spanje horen.

Cultuur in Ceuta

De lokale feestdag van het Spaanse gebied valt op 2 september wanneer de Dag van Ceuta (Día de Ceuta) wordt gevierd. Op deze dag nam de Portugese graaf Pedro de Meneses in 1415 de macht in Ceuta over van Johan I van Portugal (Dom João I). De bewoners van de stad vieren op verschillende manieren feest. Sommigen houden feestjes of gaan picknicken op het strand, anderen brengen de dag rustig met vrienden en familie thuis door. De gemeente organiseert in ieder geval een hoop activiteiten op het gebied van sport, theater, muziek en literatuur. Daar wordt al eind augustus mee begonnen en het feest loopt gerust een aantal dagen na 2 september door. De feestdag heeft ook een politieke lading, omdat de dag vaak wordt aangegrepen door ontevreden inwoners die vinden dat Ceuta bij Marokko moet horen. Daardoor zijn er vaak protesten in de stad.