Zoals Nederland door de strijd tegen het water is ontstaan, is Gran Canaria door de strijd tegen de vulkanen gevormd. Het landschap wordt doorkliefd door diepe kraters en kloven, begroeid met palmen, pijnbomen en amandelbomen. Nog maar weinig toeristen hebben het boeiende binnenland van Gran Canaria ontdekt.

In het noordwesten duiken verticale hoge kliffen de zee in; de wanden liggen als een drakenstaart in het heldere water. Vanuit het pittoreske vissersdorp Puerto de las Nieves maken we een boottochtje. Kijkend naar de zwarte kliffen met restanten van lavastromen, kun je je makkelijk een vulkaanuitbarsting voorstellen. Langs de kust is een natuurzwembad dat met een minimum aan ingrepen is aangelegd. De hoge zeegolven stromen bij vloed onverwacht naar binnen wat zwemmen extra spannend maakt. De rotsen dienen als duikplank.

Gerimpelde aardappeltjes

Aan de voet van de kliffen staan vissers en vullen vrouwen hun pannen met zout water om papas arrugadas, in schil gekookte aardappeltjes, te maken voor een picknick. Via geïmproviseerde ladders zijn ze de verticale klif afgedaald. ‘We zijn gek op papas arrugadas,’ zegt de schipper. Zijn vader ging net als vele anderen zestig jaar geleden werk zoeken in Venezuela. Hij stapte met zeven man op een open boot van negen meter lang. Illegaal, want tijdens de Spaanse Burgeroorlog was emigratie verboden. De lange zeereis overleefden ze op gofio. Het geroosterde, gemalen meel vermengden ze met water tot een deeg waarvan ze ballen draaiden.

Niet alleen kinderen zijn dol op gofio, ook volwassenen. Met zijn handen gebaart de schipper hoe je het maakt: je doet het meel in een kom, maakt een kuiltje en schenkt daar water in. De stugge massa kneed je tot deeg dat je in plakken snijdt. Met wat suiker of kaas erbij is het heerlijk. Gofio is al eeuwenlang het basisvoedsel van de Canarios. Het komt zelfs terug in hun volksmuziek. De schipper keert zijn boot en zegt: ‘Na jaren in Latijns-Amerika, kwam mijn vader terug naar Gran Canaria. Er is geen land als mijn eigen land, zei hij, hier is het beste klimaat.’ Van de rest van Spanje moet hij niet zoveel hebben, uitgezonderd Galicië. ‘Er wonen hier veel Galiciërs. Met hen delen we onze mentaliteit en liefde voor de zee.’

Echte Canarios zijn grotbewoners

We laten het overbekende Playa del Inglés en Maspalomas links liggen en reizen naar het binnenland en de noordwestkust. Het ravijn van Guayadeque is een goede basis voor een wandeling over de caminos reales. Ooit was dit ravijn dichtbevolkt. De mensen woonden in de talloze grotten in de kloofwanden. Nog steeds zijn het geliefde ’huizen’. Grotbewoner Pancho: ‘De Spanjaarden bestempelden ons als wilden. Omdat er door de steile hellingen maar weinig bruikbare grond is om te boeren, zijn we in grotten gaan wonen. Die blijven bovendien heerlijk koel in de zomer en aangenaam in de winter.’

Hij laat ons proeven van zelfgemaakte kaas. In plaats van stremsel gebruiken de Canarios een bloemsoort. ‘Veel mensen bewonen de grotten permanent. Weer anderen hebben een cueva als tweede huisje. Pas met een grotwoning ben je echt een Canario.’ Steenhouwers restaureren grotten of maken die ruimer. Het beroep van picador wordt nog altijd van vader op zoon overgedragen.

pijnbomen op gran canaria

de pijnbomen op Gran Canaria

Drakenbloed

We wandelen tussen Canarische pijnbomen die de steile hellingen intens groen kleuren. Deze pijnboom kan zelfs op de steilste hellingen groeien. Van het oudste hout worden onder meer wijnpersen gemaakt. Het is hier een wereld van inheemse planten, bloeiende agaves en cactussen. Sommige boeren kweken op de nopal-cactus de cochinilla. Deze luis heeft een rode kleurstof in zijn lijf. Vroeger was dit een Canarisch exportproduct, nu wordt het nog gebruikt als natuurlijke kleurstof voor cosmetica, frisdranken en stoffen. Te midden van de beplanting spannen de duizendjarige drakenbomen de kroon, ze zien er bijna prehistorisch uit. Het rode sap van de boom werd geassocieerd met drakenbloed, vandaar de naam. Van de bloemen wordt thee getrokken.

De wandeling voert langs fruiten notenbomen en een vulkaankrater. In de heiige verte schittert de zee. We besluiten de wandeling in het grotrestaurant Tagoror. Ooit was dit een eenvoudige bar, maar na elf jaar hakken zijn er aparte ‘eetzalen’ bij gekomen, getooid met oude namen van de inheemse bewoners vóór de komst van de Spanjaarden. We eten traditionele soep met gofio-ballen en pimientos de padrón, miniatuurpaprikaatjes, in olie gebakken en gewenteld in grof zeezout. Zachtzoete paprikaatjes, dacht ik. Tot plotseling de tranen in mijn ogen springen. Deze is niet zoet, maar scherp. ‘La puta de la madre!’ lacht de ober. ‘Een standaardgrapje van dit gerecht.’ Na de ontdekking van Amerika bracht een monnik de hete pimiento mee terug naar huis. Sindsdien mixen koks de hete en de zoete variant.

Fietsen op Gran Canaria

Je kunt het eiland van noord naar zuid in twee dagen te voet doorkruizen, maar het is veel aantrekkelijker om op verschillende plekken een rondwandeling of fietstocht te maken. De bewegwijzering van de paden geldt voor zowel wandelaars als fietsers. We starten op onze moutainbikes bij Pico Las Nieves, met 1949 meter de hoogste piek van het eiland. Hier werd in de 17e eeuw sneeuw in bronnen opgevangen, aangestampt en naar de hoofdstad Las Palmas getransporteerd voor het conserveren van voedsel.

Vanaf het eerste begin hebben we een grandioos uitzicht over de krater van Tejeda, een ingezakte soufflé waarboven de bergwanden verrijzen, ontoegankelijk en steil, bekroond met diverse gekke rotsen, zoals de Roque Nublo. Deze tachtig meter hoge rots steekt als een fiere Canarioduim de lucht in. Fietsend over de gladde dennennaalden snuiven we de geur van de pijnbomen op en horen het ruisen van de wind. We stappen af bij oude grotten, die door hun muurschilderingen tot archeologisch erfgoed zijn verklaard. Hier woonden en kookten ‘las tres muchachas’ – drie vrouwen uit de middeleeuwen, waarschijnlijk weduwen, volgens de legende – hun dagelijkse maal van gofio en varenwortels. Hier hadden ze hun opslagplaatsen voor kaas, graan en wijn. In de kloven van Roque Nublo begroeven ze hun doden.

Liever dood dan overwonnen

We suizen over een lang kiezel- en keienpad naar beneden tot we in Artenara komen, met opnieuw grotten, maar ook koloniale landhuizen en traditionele woningen. We fietsen een donkere grot door en eindigen in Tejeda, een dorp met witte huizen in de schaduw van de rotswanden dat in het voorjaar nog witter is als de amandelbomen bloeien. De Canarische wetenschapper José de Viera y Clavijo beschreef Tejeda ooit als ‘het beloofde land voor de amandelboom’. Vlakbij ligt de parador La Cruz de Tejeda vanwaar we nog steeds de majestueuze Roque Nublo en de imposante ravijnen zien. Als cadeau doemt de vierduizend meter hoge berg van het buureiland Tenerife in de verte op.

Vanuit het hart van het eiland lopen de wegen door diepe kloven naar de kust. We passeren het hoge rotsmassief Fortaleza waar volgens de overlevering de laatste strijders tegen de Spaanse kolonisten zich vanaf stortten met de kreet: ‘Liever dood dan overwonnen!’. Dorpen met witte, gele en roze façades liggen als mozaïeken tegen de bergwand geplakt. Het dorp Santa Lucía is gebouwd op een twintig kilometer lange lavatong in een stokoude krater. De kerk, witgekalkt en met contrasterende zwarte vulkaanbrokken als hoekstenen, staat prominent in het dorp. Op een hacienda in Agaete kweekt een wijnboer de voor de Canarische Eilanden typerende malvasia druiven Als voorbereiding op het grote feest La Rama hebben de bewoners in de straten een tapijt gelegd van gekleurde zoutkristallen, zaagsel en bloemen. De komende nacht zullen ze, gestoken in klederdracht, buiten drinken en eten, de berg beklimmen en brandhout verzamelen. Bij dageraad dalen ze af naar het strand om regen op te roepen door met de takken op het zeewater te slaan.

witte huisjes in santa lucia

Santa Lucía

Papas met ambitie

Tijd om de culinaire gewoonten in de praktijk te brengen. Dat doen we op de 19e-eeuwse finca Mondalón in Los Hoyos, die verbouwd is tot hotel en restaurant. Bij de bereiding van papas arrugadas volgens grootmoeders recept kook je de ongeschilde krieltjes in zeewater. Het zout blijft dan op de aardappels achter. Een variant voor thuis is het koken in witte wijn. Daarna schudt je de papas met zout en olijfolie op. Dan rooster je de rode paprika, tomaten en minstens een hele bol knoflook, besprenkeld met olie en zout een halfuur in de oven waarna de groenten worden fijngestampt. Afmaken met paprikapoeder en komijn. En dan… met liefde proeven, zegt de kokkin. Iets te flauw? Wat meer peper. Te scherp? La puta de la madre. De cojones! Lang praat de kokkin over de gerechten, alles in superlatieven, onze Nederlandse woorden schieten tekort als wij die lekkernijen zouden beschrijven.

Meer Latijns-­Amerika dan Spanje

De hoofdstad Las Palmas de Gran Canaria was de springplank naar Amerika. Columbus meerde hier in 1492 zijn boot af toen hij op weg was naar Amerika. De beste manier om het verleden op te roepen is een wandeling door het historische centrum Vegueta met typisch Canarische huizen met houten balkons, ramen gevat in grijze natuursteen, witgepleisterde muren en palmen in de tuin. Wie in vogelvlucht alle inheemse plantensoorten wil zien, kan terecht in de uitzonderlijke botanische tuin José de Viara y Clavijo. Opvallend is ook hier de afwezigheid van drommen toeristen, of in de woorden van de Canarios, de ‘cangrejos’, kreeften. Luisterend naar de muziek en het vocabulaire doorspekt met woorden uit Latijns-Amerika, besef je dat Gran Canaria eigenlijk eerder Latijns-Amerikaans dan Spaans is. ‘We zijn Can-américos,’ zegt de ober terwijl hij de wijn inschenkt. Het stadsstrand is Playa las Canteras.

Vandaag, 24 juni, viert de stad zijn 533e verjaardag. Het is het feest van de beschermheilige San Juan. De 150.000 bewoners bevolken die nacht het lange strand en duiken om middernacht de hoge golven in, onder een hemel vol vuurwerk, om daarna aan de rum-cola te gaan. Een bewoner: ‘Heel soms ga ik naar het vasteland, la peninsula, waar de godos wonen. Maar liever niet, want daar is alleen maar tierra. Dat benauwt me. Ik heb de zee nodig, die ik hier voortdurend zie en voel. De ontspanning van de zee zit in de mensen.’

Dit artikel is eerder verschenen in ESPANJE! (nummer 4, jaargang 2011) en de informatie kan achterhaald zijn. Auteur: Karin Anema.

Oefen je Spaans met deze samenvatting over Gran Canaria 

Karin is een reisschrijver pur sang. Behalve reportages schrijft ze ook boeken. Voor ESPANJE! gaat ze regelmatig sportief op pad: wandelen in de Picos de Europa, fietsen op de Canarische Eilanden. Steeds weer raakt ze in gesprek met de lokale bevolking en verweeft hun verhalen in haar reportages.

Mini-wiki

Gran Canaria is een van de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan, een dikke 200 kilometer van de noordwestkust van Afrika. Het eiland telt ruim 800.000 inwoners. De hel woont in de hoofdstad Las Palmas.

Reistijd

In september en oktober is de zeetemperatuur ideaal. Van september tot en met het voorjaar is het meest geschikt voor fietsen en wandelen. In november, december en januari is er wel wat kans op regen, maar blijft het aangenaam van temperatuur.

Vliegen

Vrijwel elke luchtvaartmaatschappij vliegt op Las Palmas.

Accomodaties

Als je voor een pakketreis kiest, verblijf je meestal in een vrij gewoon hotel of appartement. Veel leuker zijn de oude fraai gerestaureerde casas rurales, finac’s of haciendas. Zie: www.grancanaria fincas.com, een samenwerkingsverband van vele finca’s. Bijzondere vakanties inclusief vlucht, eigen huurauto en verblijf in een kleinschalig hotel rural of bijzondere nca kun je ook boeken bij Eliza was here, www.elizawashere.nl, 030-7890170. Belvilla biedt vakantiehuizen aan op Gran Canaria, onder andere in Agaete, zie www.belvilla.nl.

Gran Canaria

Wandelen, mountainbiken (ook pick-upservice), barranquismo (in kloven afdalen in de winter als er water in staat), zeilen, windsurfen, surfen en klimmen. Het evenement Trans Gran Canaria – wandelen en hardlopen – is in februari. Meer informatie kun je krijgen via www.gran-canaria-info.com
Met dank aan www.grancanariafincas.com

Lees alle berichten over:

Canarische eilanden
Gran Canaria