Elke Spanjaard weet dat de beste Spaanse kersen, namelijk de cereza picota, uit Extremadura komen, en om precies te zijn uit de Valle del Jerte in de provincie Caceres. Deze unieke uithoek aan de zuidkant van de Sierra de Gredos ontvangt twee keer per jaar een vloedgolf van bezoekers. In het voorjaar staan de ‘cerezos’ in bloei wat prachtig idyllische panorama’s oplevert. In de zomer zijn ze zwaar beladen van verschillende varianten van de picota-kersen.

Drommen Madrilenen boeken dan een all-in formule: op één dag met de bus heen en terug om zo veel mogelijk kersen te plukken en om de feria de la cereza picota en cereceras, allerlei activiteiten gerelateerd aan de kersenpluk, bij te wonen. De Valle del Jerte is echter meer dan gewoon een hotspot van deze wijnrode lekkernijen.

Prehistorisch natuurgeweld

De Jerte-rivier stroomt rechtlijnig naar Plasencia in het zuidwesten, om zich uiteindelijk bij de Taag, richting Lissabon, te voegen. Weinigen weten dat de Jerte langs één van Spanje’s, en zelfs Europa’s grootste geologische breuklijnen loopt. De breuk vormde zich in het Juratijdperk, het tijdperk van de dinosauriërs. Vóór het Jura was Spanje nog deel van het supercontinent Gondwana. Dit continent omspande Afrika en Zuid-Amerika, maar ook stukjes van Europa, waaronder Iberië.

Door de vorming van de Atlantische Oceaan in het Jura en daarna het Krijt, brak Gondwana op in de continenten die we nu op de wereldkaart herkennen. Dit veroorzaakte enorme spanningen waardoor heel lange breuklijnen zich vormden en opvulden met magma, onder andere de Plasencia-breuk die door Jerte-vallei loopt. Een magmatisch gesteente genaamd doleriet vind je overal langs de rivierbedding van de Jerte, als stille getuige van het prehistorische natuurgeweld. De breuklijn is volgens geologen nog steeds actief en zou vroeg of laat een aardbeving kunnen ondergaan.

Kersenseizoen

Wij bezochten de Valle del Jerte in juni in het kersenseizoen. Overdag was het warm en ’s avonds aangenaam koel en fris. We boekten een heerlijk landelijk hotelletje in Tornavacas, vlakbij de gelijknamig pas waar de regio Extremadura begint, op een dikke twee uur rijden van Madrid via Ávila. De vallei leent zich dankzij z’n koele klimaat en unieke landschap tot allerlei natuuractiviteiten. Wandelen langs kleine beekjes en watervallen, op strandjes picknicken en zwemmen in de Jerte, mountainbiken en wilde dieren spotten zijn er enkele van. Vele soorten roofvogels, otters, wilde katten en zelfs de genetkat kan je in de regio tegen het lijf lopen. Nog meer kom je te weten in het infocenter in Cabezuela de Valle, waar enkele grotere stranden in een brede bocht van de Jerte genesteld liggen. In de kloof van de Garganta del Infierno, een zijrivier van de Jerte, bevinden zich natuurlijke plonsbaden, door losse keien in het snelstromende water uitgehold sinds de laatste IJstijd.

Om te bekomen van actieve dagen, kan je ’s avonds gaan eten in één van de verscheidene dorpjes aan de rivier of in de bergflanken. Tijdens de días gastronomicas de la cereza krijg je de meest ongelooflijke combinaties van kersen verwerkt in typisch Spaanse gerechten voorgeschoteld. Er zijn uiteraard ook vele winkeltjes waar je allerlei kers-gerelateerde producten kan kopen, confituur, likeur, koekjes, gazpacho, thee, en niet te vergeten, grote dozen vol met heerlijke verse kersen.

Kathelijne Bonne is geologe en woont sinds 2012 met haar gezin in Torrelodones, Madrid. Samen reizen ze graag door het binnenland van Spanje, om de prachtige natuur en minder bekende stadjes te verkennen. Eerder woonde Kathelijne in Granada, Napels en Leeds, en reisde vaak naar Afrika.