Wie voor het eerst in Gran Canaria komt en al (een beetje) Spaans spreekt, zal het misschien opvallen dat de taal totaal verschillend is dan in de rest van Spanje. Niet zo gek trouwens, want in Gran Canaria spreken we Canarisch Spaans. Spaans, maar dan net even anders.

Ik zou het eigenlijk meer een dialect noemen. Zo wordt in Gran Canaria alles nét een tikkeltje anders uitgesproken en worden sommige woorden vervangen of gewoon helemaal niet gebruikt. Zo laten we de ‘s’ vaak vallen en hoor je bijvoorbeeld eerder het woord ustedes (u/jullie) dan vosotros (jullie). Daarnaast hebben we zelfs een aantal typische woorden die in Gran Canaria gebruikt worden:

Guagua

Guagua spreek je in het Nederlands ongeveer uit als Wah-Wah en betekent bus.

Papas (con mojo)

Papas is het Canarische woord voor aardappeltjes. Ze worden geserveerd met mojoZie ook: dit heerlijke recept om je eigen papas con mojo te maken!

Chacho

Chacho, ofwel: tjatjòh – niet te verwarren met gerecht wat je weleens bij de Chinees bestelt – is een soort koosnaam, zoals wij in het Nederlands ‘gast’ of ‘dude’ gebruiken.

Guance

Guance, of: Gwansjeh(s) is een verwijzing naar de originele eilandbewoners van Gran Canaria. Het is nog steeds niet 100 procent duidelijk waar ze precies vandaan kwamen, maar feit blijft dat ze de verovering van de Spanjaarden niet overleefd hebben.

Leche Leche

Spreek uit als letsjèh-letsjèh is een zoete, gecondenseerde melk die we vaak (naast de gewone melk) in een cortado doen. Leche y leche = dubbel melk dus 😉

Eerlijk is eerlijk: ons Canarisch Spaans is een beetje gek en niet makkelijk te leren. Maar als je er eenmaal aan gewend bent, wil je echt niet anders meer!

Over de auteur: Melissa heeft drie jaar in Gran Canaria gewoond en gewerkt. Op haar blog Emigreren Gran Canaria schrijft ze wekelijks nieuwe posts over al haar avonturen, ervaringen met emigratie en geeft ze leuke tips en handige weetjes over Gran Canaria.