Cuenca, Toledo en Ronda verwelkomen dagelijks massa’s mensen, maar er zijn nog zo veel andere, minstens zo mooie plaatsen. ESPANJE! presenteert de tien mooiste, vaak stille dorpjes.

Getxo (provincie Vizcaya – Baskenland)

Wie graag buiten de gebaande paden treedt, laat de kustplaats San Sebastián links liggen en legt zijn badlaken in Getxo, ook wel ‘Bilbao al mar’ genoemd. In het weekend komen de inwoners van de grote stad er lekker uitwaaien. De ricos van Bilbao bouwden hier tegen de heuvel hun vakantievilla’s. Blikvanger is de gigantische gietijzeren Vizcaya brug, gemaakt onder auspiciën van architect Eiffel. De 150 meter lange brug verbindt Getxo met het aan de overzijde van de rivier gelegen Portugalete. Met de metro ben je voordat je het weet in Bilbao, waar het Guggenheim museum lonkt.

Omgeving: Bilbao
Proeven: Pintxos (tapas), moderne Baskische keuken
Doen: Guggenheim (Bilbao), strand, Vizcaya brug
Slaaptip: Ercilla Embarcadero, elegant hotel in Baskisch landhuis, kamerprijs vanaf 150 euro

Ribeira (provincie Pontevedra – Galicië)

Pittoresk? Nee, allesbehalve dat. Ribeira (of Riveira) is vooral een drukke vissershaven waar je als toerist alleen maar verschrikkelijk in de weg loopt. Een mondaine badplaats is het allerminst en historische gebouwen van belang vind je er nauwelijks. Deze belangrijke vissershaven in het uiterste puntje van Galicië heeft zich nooit enige moeite getroost om het toeristen naar de zin te maken. Daarin schuilt nu precies de charme. Wandel wat rond in dit bedrijvige stadje, bezoek de markten, aanschouw de ladende en lossende vissers en snuif de geur op van gegrilde sardientjes. Visliefhebbers willen hier nooit meer weg. De sardien is met een eigen festival zo’n beetje de ereburger van Ribeira. Weg te spoelen met een van de vele topwijnen uit de regio.

Omgeving: Santiago de Compostela
Proeven: Sardines, witte wijn
Doen: Vissershaven, culinaire festivals, strand

Albarracín (provincie Teruel – Aragron)

Albarracín ligt buiten elke toeristenroute, in de arme en uitgestorven provincie Teruel. Dat verklaart waarom het dorp niet de faam verwierf van plaatsen als Segovia of Toledo. In schoonheid doet het daar namelijk niets voor onder. De eretitel mooiste dorp van Spanje is al vele malen vergeven, maar Albarracín verdient hem écht. Laaf je aan de sprookjesachtige uitstraling van de Moorse citadel met meer mudéjar, de Moors-christelijke bouwstijl, dan je ogen kunnen verdragen. Na de Moorse periode ging het bouwen driftig verder. Bovenop de resten van de moskee verrees de kathedraal. Maak een wandeling in de avondstond als de huizen rood opgloeien en bewonder de aan de bergwand opgehangen huizen. De geïsoleerde ligging, ingeklemd in de bergen, en de oosterse sfeer in de smalle kronkelstraatjes maken dat Albarracín een onvergetelijke indruk achterlaat.

Omgeving: Teruel
Proeven: Almohabanas (Moorse donut), Serrano ham
Doen: Dorpswandeling, klim naar kasteel
Slaaptip: La Casa del Tío Americano, klein, verzorgd hotel in authentiek dorpshuis, met onbetaalbaar uitzicht, kamerprijs vanaf 100 euro inclusief ontbijt

Besalú (provincie Gerona – Catalonië)

Toegegeven, helemaal onontdekt kun je Besalú (op de foto bij dit artikel) niet noemen, maar dat is ook teveel gevraagd voor een plaatsje zo dichtbij de kust dat bovendien tot historisch momument is verklaard. Maar rustig is het er wel. Geen nieuwbouw, nauwelijks toeristen op wat Spaanse dagjesmensen na. En nog beter: geen auto’s. Als je het dorp binnenwandelt over de imposante 12e-eeuwse romaanse brug, voel je hoe het er in middeleeuws Spanje aan toe moet zijn gegaan. Tot in de 15e eeuw kende Besalú een grote joodse gemeenschap. Ruïnes van een synagoge en een joods bad (miqvé) herinneren aan de tijd dat christenen en joden gebroederlijk naast elkaar leefden. Op het hoofdplein, het Plaza Libertat, liggen elke dinsdag op de markt verse groentes en Catalaanse worsten uitgestald. Even verderop is natuurpark Garrotxa, met uitgedoofde vulkanen.

Omgeving: Gerona, Figueras, natuurpark Garrotxa
Proeven: Notenlikeur Ratafia, droge worstjes (fuet, longaniza)
Doen: Romaanse architectuur bekijken, etsen, bergwandelen
Slaaptip: Een van de B&B’s in landhuizen in de bergrijke omgeving rond Besalú

Alquézar (provincie Huesca – Aragon)

Vreemd dat het natuurgebied van de Sierra de Guara, met zijn aantrekkelijke combinatie van diepe rivierkloven en kalkstenen rotsen, voor de sportieve reiziger en natuurliefhebber verborgen is gebleven. Het landschap aan de voet van de Pyreneeën is ongekend ruig: een kalksteenplateau, met uitschieters tot tweeduizend meter. Aan de rand ervan ligt het Moorse vestingplaatsje Alquézar op eenzame hoogte. Een wandeling door dit mooi gerestaureerde dorpje is een beklimming op zich, maar de moeite waard, alleen al vanwege de adembenemende vergezichten naar alle kanten. Spectaculair is de afdaling naar de benedengelegen rivier Vero. Deze pittige wandeltocht doe je voor een deel pootjebadend en wadend door de rivier die door steeds dichter op elkaar gepakte rotswanden slingert. Het water heeft er door de eeuwen heen grotten uitgeslepen en kolkgaten gevormd. Bij Alquézar klauter je weer naar boven, voor een welverdiende cerveza op het Plaza Mayor.

Omgeving: Huesca, Barbastro, natuurpark Sierra de Guara
Proeven: Somontano wijnen, migas a la Aragonesa (van oud brood), cordero a la pastora (stoofgerecht met lamsvlees)
Doen: Dorp bezichtigen, rivierafdaling Río Vero
Slaaptip: Hotel Villa de Alquézar in een oud dorpshuis, kamerprijs vanaf 70 euro

Sella (provincie Alicante – Valencia)

Fanatieke bergwandelaars en klimmers weten al langer dat je in Sella moet zijn. Voor de rest is het hooggelegen plaatsje in het Aitana gebergte gevrijwaard van elke vorm van toerisme. Op nog geen twintig kilometer van Benidorm gaat het oude Spaanse dorpsleven hier zijn rustige, kabbelende gang. Vanuit het dorp leiden diverse wandelroutes langs spectaculaire vergezichten. De parelwitte stranden van Villajoyosa zijn onder handbereik. In het dorp vind je een bakker, een kruidenier, goedgeprijsde restaurants en barretjes waar je in de namiddag copas drinkt met de inwoners van Sella.

Omgeving: Alicante, Villajoyosa
Proeven: Paella en andere rijstgerechten
Doen: Bergwandelen, strand, dorpsleven
Slaaptip: B&B in authentiek dorpshuis Villa Pico, vanaf 24 euro per persoon per nacht

Cáceres (provincie Cáceres – Extremadura)

In Extremadura vind je een aantal mooie, niet zo bekende plaatsen. Maar in het kwartet met Mérida, Trujillo en Zafra spant Cáceres de kroon. Nergens in Europa vind je zoveel middeleeuwse kasseien per vierkante meter. Cáceres heeft letterlijk een rijke geschiedenis. Tijdens de Reconquista bouwden de nobelen hier hun paleizen en in het kielzog van Columbus vergaarden veel inwoners grote rijkdom in Las Américas. Eeuwenlang gebeurde er vervolgens hemaal niets in Cáceres, waarna het stadje wegzonk in vergetelheid. De moderne tijd heeft de oude binnenstad niet beroerd. Wie ongestoord door de Spaanse geschiedenis wil wandelen, heeft hier z’n bestemming gevonden. In het labyrint van stegen, pleinen, kloosters en paleizen vind je alle bouwstijlen terug. Van gotiek tot renaissance en van mudéjar tot plateresco. Je moet wel tegen de zinderende zomerhitte bestand zijn, maar een diner al fresco op de patio van het Torreorgaz paleis maakt veel goed.

Omgeving: Mérida, Trujillo, Zafra
Proeven: Jamón de bellota (van vrij lopende varkens, gevoed met eikels), konijn al Salmorejo
Doen: Stadswandeling, monumenten
Slaaptip: Parador Cáceres in het Torreorgaz paleis, kamerprijs vanaf 136 euro, inclusief ontbijt

Beget (provincie Gerona – Catalonië)

In Beget stopt de wereld. De parel van de Catalaanse Pyreneeën wordt dit middeleeuwse gehucht ook wel genoemd. Vanwege alleen al de adembenemende weg ernaartoe, maar ook door de magische sfeer van dit nog onaangetaste bergdorpje, zo romantisch gelegen in een vallei van dennenbossen. Bij binnenkomst is er het 12e-eeuwse kapelletje van San Cristóbal, dat een levensgroot houten christusbeeld huisvest. Door het dorpje kronkelt zich een bergrivier met aan weerskanten de typische grijze berghuizen met houten vakwerkbalkonnen. Slechts twintig bewoners leven hier nog. Gelukkig zijn de uitbaters van El Forn in Beget gebleven. Zij serveren oud-Catalaanse specialiteiten zoals konijnenbout met escalivada en vijgen. En als de wijn te rijkelijk heeft gevloeid, kun
je blijven slapen in een van de twee hostals die Beget rijk is om de volgende dag met fris hoofd de slingerweg terug te aanvaarden.

Omgeving: Gerona, oostelijke Pyreneeën
Proeven: Traditionele Catalaanse keuken
Doen: Autotocht, bergwandelen

Alcalá del Júcar (provincie Albacete – Castilië-La Mancha)

Castilië-La Mancha mag door de Don Quijote literaire faam hebben; voor toeristen valt er in deze vlakke en op het boerenbestaan gerichte provincie weinig te halen. Pas de laatste jaren komt het plattelandstoerisme op gang. Een geliefd uitstapje bij de Spanjaarden is het dorpje Alcalá del Júcar, gebouwd tegen een immense kalkstenen rotswand. De typische witte huizen zijn er uitgehakt uit de rots en blijven lekker koel in de zomer. Vanuit het hogergelegen kasteel is er een mooi uitzicht over het dorp en zie je hoe de rivier de Júcar zich door de vallei slingert. Voor verkoeling daal je af naar de ijskoude rivier, waar het heerlijk poedelen is. Goed viswater ook. Grote kans dat de rode rivierkreeft in je fuik zwemt.

Omgeving: Albacete
Proeven: Manchego kaas, knoflooksoep, rivierkreeft
Doen: Wandelen, klim naar het kasteel, zwemmen of vissen in de Júcar
Slaaptip: Een van de authentieke grotwoningen, te boeken via particuliere organisaties/eigenaren

Bolea (provincie Huesca – Aragón)

Van het traditionele Aragonese dorpsleven is nog maar weinig over. In de arme omgeving in de zuidelijke uitlopers van de Pyreneeën zijn de meeste dorpen na de uittocht naar de steden vervallen tot spookdorp. Het op een heuveltop gebouwde Bolea is een van de weinige boerendorpen die nog in bedrijf zijn.
Het dorp telt nog een bakker annex slager annex supermarkt en een paar kroegen, waar je met een beetje geluk de boeren ’s avonds zingend aantreft. Ze zingen dan de jota, een Aragonese variant op de amenco.
In de 11e-eeuwse kerk (Colegiata) brengen de gelovigen tijdens de mis soms spontaan jotas ten gehore, wat zo’n mis bijwonen tot een ware belevenis maakt. Wat toeristischer is het buurdorp Loarre, aan de voet van een gigantisch romaans ridderkasteel. Bolea, omgeven door zowel glooiende heuvels met olijven en kersenbomen als hoge bergtoppen, is een wandelparadijs. Daarbij is het de perfecte uitvalsbasis voor diverse natuurparken, zoals het ruige Sierra de Guara met z’n canyons, de rotsformaties Mallos de Riglos en Ordesa in de hogergelegen Pyreneeën.

Omgeving: Huesca, Zaragoza, Mallos de Riglos, Ordesa
Proeven: Kersen, olijfolie, tapas in buurdorp Ayerbe
Doen: Dorpsleven, bergwandelen, etsen, kasteel Loarre

Dit artikel is eerder verschenen in ESPANJE! (España & más, 1e jaargang, augustus-september 2011) en de informatie kan achterhaald zijn. Auteur: Annet Maseland

Meer lezen?

ExtremaduraStad Mérida in Extremadura

Extremadura is dunbevolkt en grotendeels ongerept. De zomers zijn er lang en heet, de steden monumentaal en de natuurparken indrukwekkend. Deze autonome regio in het binnenland van het schiereiland is een minder bekend, maar prachtig stukje Spanje.

Valencia

De autonome regio Valencia is de uitgelezen bestemming om een zonvakantie met cultuur te combineren. Vooral de lange stranden aan de Middellandse Zee en vele zonuren maken van Valencia een populair vakantieoord.

terras12 tips voor op een Spaans terras

Een vakantie in Spanje betekent tot laat in de avond op een terras, smullen van churros, tapas, pinchos en montaditos. Een graadje of 25, koffie of glaasje vino tinto of blanco erbij. Dan is het leven goed. Maar de Spaanse eetgewoontes zijn heel anders dan de onze. Twaalf tips om geen flater te slaan.