Dat Valencia een topbestemming is voor een weekend, is inmiddels bekend. Maar als je het weekend met een paar dagen verlengt, liggen ook prachtige plaatsen als Albarracín, Teruel en Cuenca binnen bereik. Je maakt dan een gave trip met prachtige niet te lange autoritten die je van de 21e naar de 13e eeuw voert en weer terug. Van de Arabische cultuur tot het futuristische wit van Calatrava. Je ziet pittoreske stadjes en kunt prachtige natuurgebieden verkennen.

We lopen ‘s avonds laat op het Plaza Torico in Teruel. We horen alleen het aangename geroezemoes van stemmen. Geen auto’s, bussen of ander stadslawaai, louter mensen. Hoewel het middernacht is, zijn de kinderen nog druk aan het voetballen. De terrassen zijn vol en de rust gaat samen met een aangename levendigheid. Teruel is befaamd om zijn prachtige torens uit de 13e en 14e eeuw, hoogtepunten van de uiterst sierlijke mudéjararchitectuur waarbij islamitische tradities samenvloeien met christelijke bouwstijlen.

Arabische gezichten

Alfonso VII, de koning van Aragón, was een verlichte geest. Toen hij Teruel veroverde zorgde hij voor speciale privileges. Hij stelde de Arabieren in staat om hun eigen taal te spreken en hun eigen onderwijs te volgen. Zijn wet vormt de oorsprong van het woord mudéjar hetgeen betekent ‘mensen die mogen blijven’. De harmonie tussen christenen en moslims komt fraai tot uiting in de kathedraal. Het plafond bestaat uit honderden beschilderde houten panelen. Alleen met een rondleiding kun je het van dichtbij bekijken vanaf de galerij. Bijzonder zijn de schilderingen van gezichten, verboden in de islamitische godsdienst, maar de Arabieren werkten hier voor een christelijke kerk. Ook zie je Arabische tekens in de houten balken maar een meter verderop staat het Ave Maria in Latijns schrift. We worden stil bij de gedachte dat deze samenwerking plaatsvond in het Spanje van zevenhonderd jaar geleden. Het altaar is een meesterstuk van Gabriel Joly. Onderin zie je enkele beelden die veel roder van kleur zijn dan de andere beelden. Ze zijn dan ook veel recenter gemaakt nadat er een aantal was gestolen tijdens de Spaanse Burgeroorlog die in Teruel bijzonder bloedig was. Op het Plaza de Toricos staat een prachtig blauw gepleisterd huis. Het is een fraai staaltje modernisme uit 1912 van Pablo Monguió, een tijdgenoot van Gaudí, die hier stadsarchitect was. Oorspronkelijk was in het pand een textielwinkel gevestigd.

Beste sommelier van Spanje

Voor ons diner gaan we naar Yain. De eigenaar werd in 2010 uitgeroepen tot de beste sommelier van Spanje. We kiezen voor een jonge Rueda uit 2011 van het huis José Pariente die een lekker straffe tintelfrisse smaak heeft. Als hoofdgerecht nemen we de jarette de ternasco de Aragón, zuiglam bereid in witte wijn. Het vlees is zo zacht als boter. De Rueda combineert perfect. Voor het dessert kiezen we de volcán de chocolate negro. Bij het aansnijden stroomt de chocolade direct over ons bord, perfect. De volgende ochtend bekijken we de prachtige mudéjar-torens. Er zijn er vijf in totaal en ze zijn allemaal even fraai, hoewel de Torre de San Salvador minder uitbundig is gede-coreerd dan de andere. De Torre de San Pedro is de oudste van de stad. Vanaf deze toren is het uitzicht fraai. De Iglesia de San Pedro is ook een prachtvoorbeeld van de sierlijke mudéjararchitectuur. Ook hier maakte Gabriel Joly het retabel, een versierde opbouw achter een altaar.

Zachtroze schoonheid in Albarracín

Op een halfuurtje rijden van Teruel ligt Albarracín, een klein bergdorpje dat volgens velen een van de mooiste pueblos van Spanje is. Opvallend is de zachtroze kleur van de bakstenen waaruit het dorpje is opgetrokken. Kom liefst buiten het weekend zodat je kunt genieten van de rust in de middeleeuwse straatjes. Albarracín ligt in een fabelachtig mooi landschap op de helling van de Sierra de Albarracín. Langs de rivier de Guadalviar is het goed toeven. Een van de mooiste wandelingen hier is die van het nabijgelegen dorpje Gudalviar naar Griegos. De route beslaat zo’n zes kilometer over vlakten afgewisseld met naaldbos. Je passeert talrijke bronnen zoals de Fuente Feliz en de Fuente Coveta. Later kom je langs de Piedra del Sol waar vroeger de men-sen uit de omliggende dorpjes zich verzamelden als geschillen opgelost moesten worden. Even buiten het dorp kun je ook naar het oude aquaduct lopen, een fraaie wandeling langs steile rotswanden. Ten westen van Albarracín liggen de Montes Universales met fraaie kalksteenformaties. Als je wandelschoenen hebt, kun je hier met gemak een week blijven.

Hangende huizen

De weg tussen Teruel en Cuenca is op sommige plekken spectaculair vanwege de grillige rotsformaties en de fraai geërodeerde vormen. De veelal roodgekleurde aarde geeft je een beetje een wildwest gevoel dat versterkt wordt door de vergezichten waar het Spaanse binnenland zo befaamd om is. Het middeleeuwse stadje Cuenca ligt ingeklemd tussen twee steile rotskloven langs de Rio Júar en de Rio Huécar. Toen de Arabieren hier arriveerden, werden in deze streken talrijke vestingen gebouwd, waaronder Kunka, het huidige Cuenca. Koning Alfonso van Aragón veroverde naast Teruel ook Cuenca op de Arabieren en wel in 1177. Ook hier voerde hij de fuero in, het privilege waarbij joden, christenen en Arabieren gelijke rechten kenden. Het was het begin van een periode van grote economische en culturele bloei vergelijkbaar met die in steden als Toledo en eerder al in Córdoba. Textielnijverheid was destijds een grote bedrijfstak vanwege de vele schapen die hier in de omgeving gehouden werden. Textielververijen waren talrijk in de 15e en 16e eeuw en vormen ook de oorsprong van de vele vrolijk gekleurde huizen in Cuenca die de oude stad een charmante aanblik geven.

Omgekeerde piramides

In Cuenca’s nieuwe laaggelegen stad zijn vooral veel winkels en dit deel kun je beter overslaan. Hoog op de rots ligt het oude Cuenca waar het Plaza Mayor met de fraaie gotische kathedraal het epicentrum is. De kerk is niet gratis toegankelijk maar voor drie euro krijg je er wel een audiotourtje bij dat ook in het Engels beschikbaar is. Vergeet niet de kapel recht achter het altaar te bekijken. Er is een prachtig houten plafond met een ingenieuze constructie van wat wel omgekeerde piramides lijken. Achter de kathedraal leidt een klein steegje naar de loopbrug die voert naar de Parador aan de overkant van het ravijn. De Parador is gevestigd in het klooster van San Pablo en leent zich uitstekend voor een sfeervol aperitiefje.

Vrije kunst onder Franco

Vanaf de loopbrug heb je een fraai uitzicht op de beroemde hangende huizen. Naast elkaar bevinden zich hier drie huizen die destijds gebouwd zijn met de voor deze regio karakteristieke materialen gips en hout. De drie huizen die nu nog over zijn, werden een jaar of tien geleden gerenoveerd. In een van de drie is het Museum voor Abstracte Kunst gevestigd. In de jaren zestig toen Spanje nog dictatoriaal bestuurd werd, merkte Fernando Zóbel dat Franco de teugels in Cuenca wat liet vieren. De kunstenaar ontdekte dat creatieve vrijheid, elders in Spanje vrijwel onmogelijk, in Cuenca een goede voedingsbodem had. En dus haalde hij andere kunstenaars hierheen waaronder ook Antoni Tàpies uit Barcelona. Ze vormden een beweging, El Paso genaamd, en leefden zich onbekommerd uit. Het resultaat is onder meer te zien in dit kleine prachtige museum. Ook al houd je niet van abstracte kunst, dan nog is een bezoek interessant vanwege het fraaie interieur en de originele inrichting. Vanuit een raam kijk je zo de kloof in. Om één raam is een kader geplaatst alsof het uitzicht op de bosschages in de kloof zelf een abstract kunstwerk is.

Grillige natuur

Cuenca is ook een ideale uitvalsbasis voor natuurliefhebbers. De vele bossen en uitgestrekte vlakten rondom de stad vormen een paradijs voor wandelaars. De Serranía de Cuenca is een berggebied met grillige rotsen en dichtbegroeide dennenbossen. Een mooi uitstapje is ook de zogenaamde ‘Betoverde stad’ waar wind en water prachtige rotsformaties formeerden. Erosie van kalklagen creëerden hier de zogenaamde Romeinse brug, walvissen en stenen schepen. Iets verderop ligt El Hosquillo, een natuurpark aan de oorsprong van de rivier de Escabas. Na onze heerlijke dagen in het binnenland lonken de geneugten van de grote stad weer. We gaan ’s ochtends vroeg op pad. We rijden over een lege tweebaansweg door uitgestrekte vlakten afgewisseld met dennenbossen. Voor een koffietje draaien we van de weg af. We komen in een dorpje met een bar waar twee tafeltjes buiten staan. Een man met een stoppelbaard zit om elf uur al aan het bier. Moeizaam staat hij op om zijn dochtertje te leren fietsen. Onze koffie smaakt perfect en omdat het zondag is krijgen we er een heerlijk stuk cake bij. Zoevend over het wederom verlaten asfalt mijmeren we over vervlogen tijden, totdat Valencia alweer nabij is. De geweldige Ciudad de las Artes y las Ciencas van Calatrava blinkt in de zon. We zijn terug in het heden. We laten de stad voor wat hij is en gaan naar het Playa de la Malva om ons over te geven aan het zalig nietsdoen. 

Dit artikel is eerder verschenen in ESPANJE! (España & más nummer 2, jaargang 2012) en de informatie kan achterhaald zijn. Auteur: Jos Schuring.
Over de auteur: Jos Schuring is hoofdredacteur van theatermagazine Scènes, was in het verleden eindredacteur van Espana & más en schrijft daarnaast ook voor kranten en tijdschriften.

Bereikbaarheid

Teruel en Cuenca liggen beide op twee uur rijden van Valencia, waar je op de luchthaven of in de stad in een all-inclusive huurauto van Sunny Cars stapt. Een huurauto geeft je de vrijheid om de leukste plekjes in de omgeving te ontdekken. Die je zonder had gemist! Rondtoeren doe je 100% zorgeloos, want álle benodigde verzekeringen en terugbetaling eigen risico zijn bij Sunny Cars inbegrepen.

Slapen

Valencia biedt talloze accommodaties, van goed en goedkoop tot erg luxe en nog steeds niet duur.
Ook in Cuenca is de keuze aan overnachtingen vrij groot. Het leukste is natuurlijk om in de oude stad te slapen. Vlakbij het Plaza Mayor ligt hotel Posada san José, gesitueerd in een van de hangende huizen. Als je binnenkomt, ben je op de hoogste verdieping en alle kamers liggen een of twee verdiepingen lager. De inrichting is middeleeuws en sfeervol. De Canadese eigenaar kookt zelf.
Net buiten de stadspoort ligt Alizaque, een nieuw appartementencomplex waar elke kamer is ingericht door een striptekenaar. Het kleine Teruel biedt enkele, meestal eenvoudige hotels. Wij hadden goede ervaringen in hotel Plaza Boulevard. Simpel, maar comfortabel en goed geprijsd.

Stierenrennen

La Vaquilla is een groot volksfeest in Teruel in de tweede week van september dat zich enigszins laat vergelijken met de San Fermines in Pamplona. Anders dan in de hoofdstad van Navarra, zijn de stieren hier aangelijnd als ze door de nauwe straatjes van het fraaie stadje worden gejaagd. Mocht je in deze periode de stad bezoeken, boek dan tijdig je verblijf want de capaciteit hier is beperkt en de stad is dan overvol.

Que Valencia es un destino popular para un fin de semana no nos sorprende. Aunque si planeas ir un fin de semana largo, también puedes ir a lugares fantásticos como Albarracín, Teruel y Cuenca. Un recorrido fantástico en coche, sin necesidad de conducir horas y horas. Un viaje de ida y vuelta al siglo XIII. Desde la cultura árabe hasta el blanco futurista de Calatrava.

Ya ha pasado la medianoche cuando cruzamos la Plaza Torico en Teruel. Solo se oye un agradable rumor de voces. Nada de coches, ni autobuses, ni otros ruidos urbanos. Todavía hay niños jugando al fútbol en la calle. Las terrazas están llenas, y el ambiente respira animación y sosiego a la vez. Teruel es famosa por sus espléndidas torres del siglo XIII y XIV, exponentes máximos de la extremadamente elegante arquitectura mudéjar, que fundió las tradiciones árabes con los estilos arquitectónicos cristianos.

Hermosura rosada en Abarracín

A media hora escasa en coche de Teruel se encuentra Albarracín, un pequeño pueblo de montaña y, según muchos, uno de los más hermosos de España. Sus edificios llaman la atención por el color rosado de sus ladrillos. Para disfrutar de la quietud de sus calles medievales se recomienda ir entre semana. Albarracín está ubicado en un paisaje de ensueño en las faldas de la Sierra de Albarracín. En la ribera del río Guadalaviar se está de maravilla. Uno de los paseos más bonitos conduce del pueblo cercano Guadalaviar a Griegos, a lo largo de seis kilómetros en los que los espacios abiertos se alternan con bosques de coníferas y en los que destaca la presencia de multitud de fuentes, como la Fuente Feliz y la Fuente Coveta. Un poco más lejos se erige la Piedra del Sol, donde antaño se reunía la gente de los pueblos colindantes cuando hacía falta resolver un litigio.

Casas colgadas

Algunos trechos del camino entre Teruel y Cuenca son impresionantes por las caprichosas formaciones de rocas y las impresionantes formas erosionadas. La ciudad medieval de Cuenca está encajonada entre las profundas gargantas del Río Júcar y el Río Huécar. En lo alto de un promontorio está emplazado el casco antiguo de Cuenca, cuyo núcleo épico lo constituye la Plaza Mayor con su hermosa catedral gótica. Ver el interior cuesta tres euros, pero el precio incluye una audioguía. Detrás de la catedral un callejón desemboca en un puente peatonal que lleva al Parador al otro lado de la hoz. El Parador está enclavado en el convento de San Pablo y se presta para un elegante aperitivo.

Naturaleza caprichosa

Cuenca es un punto de partida ideal para los amantes de la naturaleza. Los numerosos bosques y las extensas llanuras que rodean la ciudad la convierten en un paraíso para los caminantes. La Serranía de Cuenca es una zona montañosa con formaciones caprichosas de rocas y densos pinares. Otra atractiva escapada es la llamada ‘Ciudad encantada’, donde el viento y el agua han esculpido las rocas en formas espectaculares. Por la erosión de las capas de caliza surgieron en este lugar el denominado puente romano, ballenas y barcas de piedra. A poca distancia se encuentra El Hosquillo, un parque natural ubicado en el nacimiento del río Escabas. Tras pasar unos deliciosos días en el interior, sentimos el llamado de los placeres urbanos. Meditamos sobre tiempos pasados mientras nos deslizamos por el asfalto, hasta que volvemos a divisar Valencia. La deslumbrante Ciudad de las Artes y las Ciencias de Calatrava resplandece bajo el sol. Hemos vuelto al presente. Hacemos oídos sordos a las tentaciones de la ciudad y nos dirigimos a la Playa de la Malva para entregarnos a un dolce far niente.