Geen naam is zo verweven met Barcelona als Antoni Gaudí. En de stad is in het herdenkingsjaar van de honderdste sterfdag van deze wereldberoemde architect ook nog eens de Wereldhoofdstad van de Architectuur. Los van Gaudí, welke pareltjes zijn er nog meer te ontdekken in Barcelona? Annebeth Vis, die al meer dan twintig jaar in Barcelona woont, neemt je mee langs haar favorieten.
Dit is een fragment uit de lente-editie van ESPANJE! Bestel hier voor meer tips.
In Barcelona noemen de inwoners de Sagrada Família weleens de tempel van de toeristen en de Santa Maria del Mar de kerk van de locals. Ik vind de binnenkant nog indrukwekkender dan de buitenkant, met hoge, ranke zuilen en de prachtige glas-in-loodramen, twee elementen die we ook terugzien binnen in de Sagrada Família. Gaudí liet zich hier inspireren.
Netflixkathedraal
Om erachter te komen waarom juist deze plek zo geliefd is bij de Barcelonezen moeten de terug in de tijd. Toen middeleeuwse koopmannen steeds meer rijkdom vergaarden met overzeese handel, lieten zij in deze buurt hun paleizen bouwen in de 13e en 14e eeuw. Op zeker moment besloten ze de bouw van een eigen kathedraal te bekostigen. In een recordtijd van zo’n zestig jaar – daar kan de Sagrada Família nog een puntje aan zuigen – werd de basiliek uit de grond gestampt. De hele buurt hielp mee. De kerk en de bouw ervan staan centraal in de spannende historische roman De kathedraal van de zee van de Barcelonese auteur Ildefonso Falcones, ook verfilmd als Netflixserie. Bovendien bevindt de basiliek zich in de buurt waar de Catalanen begin 18e eeuw streden voor meer autonomie. Een oorlog die zij niet wonnen, maar ook zeker niet vergeten zijn.
Bloementuin van muziek
Architect Lluis Domènech i Montaner was het architectonisch brein achter het Palau de la Música, het Muziekpaleis. Ik kom er regelmatig voor een concert en of alleen voor koffie of lunch. Dit is letterlijk een ‘verborgen parel’: ik vind het minstens zo indrukwekkend als de werken van Gaudí, maar wie niet goed oplet, zou er zo aan voorbijlopen. Dat komt vooral door de locatie, het bevindt zich in tegenstelling tot de meeste modernistische werken in een smalle straat in de oude stad. Er is weinig ruimte om de schoonheid te bewonderen. Wie wel stil blijft staan en zijn blik naar boven laat glijden, ontdekt een buitengewoon kleurrijk bouwwerk vol keramieken details en uitbundige sculpturen. Waar Gaudí zich vooral liet inspireren door de zee, was Domènech de man van de bloemen. Dit is één grote bloementuin gemaakt van steen: anjers, lelies, madeliefjes, viooltjes, hortensia’s en chrysanten. Ik ben iemand die het liefst direct haar ogen sluit als ik muziek hoor, maar in deze zaal blijf je kijken. Ook naar de achttien muzen die het podium omringen. Hun bustes zijn sculpturen, uitgehouwen in steen. Maar de kleding vanaf hun middel zijn kleurrijke mozaïeken. Ze bespelen elk een ander instrument. Het is niet verbazingwekkend dat het Palau de la Música in 1997 een plekje kreeg op de werelderfgoedlijst. Bestel om verder te lezen.









