Zelden zag je zo’n natuurlijke ster opstaan als Carlos Alcaraz, de jongen uit El Palmar die Spanje een nieuwe sportheld schenkt in de lijn van Rafael Nadal. Met het lijf van een turner, de motoriek van een danser en het charisma van een popidool is hij bezig het internationale tennis opnieuw vorm te geven. En dat allemaal met een ontwapenende glimlach.

 

In de Netflix-documentaire Carlos Alcaraz: A mi manera volgen we hem tijdens een intens seizoen vol verwachtingen, successen en twijfels. De camera is erbij in kleedkamers, op gravelbanen én in de huiskamer van zijn ouders in Murcia. In plaats van een gelikte heldenvertelling krijgen we een ontroerend, intiem portret van een 20-jarige die midden in zijn roem probeert te blijven wie hij is. Klik hier voor meer Spaanse Netflixtips.

Echte Spaanse familieman

Een belangrijk verschil met veel andere jonge sportsterren: Alcaraz wordt niet geleefd, maar blijft verrassend dicht bij zichzelf. Dat is mede te danken aan zijn hechte omgeving. Hij woont nog thuis bij zijn ouders en we zien hoe hij daar traint op het balkon. Zijn Wimbledontrofee staat op een kastje in zijn kleine slaapkamer. Ouders Carlos en Virginia houden zijn voeten stevig op de grond. Zijn jeugdvrienden – nog steeds zijn vaste ploegje padelmaatjes – reizen soms mee naar toernooien. Zijn coach, voormalig wereldtopper Juan Carlos Ferrero, fungeert als mentor én mental coach. Mooi is de scene waarin hij toegeeft dat hij net als Carlos er wel eens mee worstelt dat hij zo weinig thuis is. Ze geven alles op voor een doel: de beste ter wereld worden. Maar wát als dat nou niet lukt. De druk is groot. Dat geldt ook voor zijn manager, Albert Molina, die Carlos’ talent al zag toen hij elf jaar was. Hij ontfermde zich over het talent, met als gevolg dat hij zijn eigen kinderen weinig ziet. Hij bewaakt de commerciële rust van zijn pupil met ouderlijke zorg. Deze Spaanse kring rondom Alcaraz is meer dan entourage; het is de ruggengraat van zijn nuchterheid en zijn sleutel naar het succes. Dat maakt My Way ook tot een verhaal over een hechte Spaanse familie, vertrouwen en het belang van wortels – iets dat je zelden zó voelbaar in beeld gebracht ziet in een sportdocumentaire.

Feesten in plaats van trainen

Alcaraz is geen prater van nature, eerder een doener. Toch laat hij in de documentaire met ontwapenende eerlijkheid zijn twijfels zien. “Ik ben pas 20. Soms wil ik gewoon gamen en pizza eten,” zegt hij ergens op zijn hotelkamer. Als zijn entourage wil dat hij traint voor het Queens- toernooi houdt hij het voor gezien. Hij vertrekt naar Ibiza om te feesten. Hij vliegt eruit in de achtste finale op 20 juni. Maar daarmee bouwt hij wel de nodige energie op voor Wimbledon dat hij een paar weken later voor de 2e maal op zijn naam schrijft. Hij spreekt openlijk over de druk van verwachtingen, over de vergelijking met Nadal, en over de eenzaamheid van het leven onderweg. Zelfs op het hoogste niveau is er onzekerheid – en juist dat maakt hem zo menselijk.

Waardige opvolger van Nadal

Regisseur Oriol Bosch houdt het tempo rustig en laat de beelden spreken. Een shot waarin Alcaraz zijn racket kapot smijt of een stille scène op een lege trainingsbaan, vertellen meer dan duizend woorden. Er is geen dramatische voice-over, geen opgeklopte heroïek. De groei van Alcaraz wordt subtiel en liefdevol in beeld gebracht. Zo ontstaat een portret van een jonge man die zich staande probeert te houden in de storm van roem – vrolijk, bescheiden, en met een enorme innerlijke drive. Niet voor niets wordt hij in Spanje al gezien als de waardige opvolger van Rafael Nadal, maar My Way laat vooral zien: Carlos Alcaraz is vooral zichzelf.
Te zien op: Netflix, 3 afleveringen van  ca. 40 minuten, ook voor niet-tennisliefhebbers en Spanje-liefhebbers zeer de moeite waard.