Lita Cabellut Foto Marjan Terpstra

Lita in haar atelier-galeriewoning

Het leven van Lita Cabellut is als een sprookje. Ze groeide op als zigeunerkind in de straten van Barcelona, tot ze werd geadopteerd door een rijke weduwe die haar meenam naar het Prado. Daar viel het kwartje. Ze wilde kunstenaar worden. En dat werd ze. Ze is nu een van de bestverkopende levende Spaanse kunstenaars. Wij zochten haar op in haar atelierdorpje in Den Haag.

De ster van Lita Cabellut (1961) is rijzende. Overal ter wereld vraagt men haar om mee te werken aan projecten. Grote projecten. Ze maakte al metershoge doeken die ze voor bedragen met meer dan zes cijfers verkoopt, maar inmiddels draait ze ook haar hand niet om voor gigantische operadecors, maakte ze als artdirector een film over de Roma-roots van Charlie Chaplin en heeft ze exposities in Singapore, Mumbai en Texas. Ook is ze bezig met een megaproject in Spanje waarin de dichter Lorca centraal staat.

Sterren plukken

‘Bel me maar even als jullie er zijn,’ zegt Christine, de rechterhand van Lita, als we onze afspraak plannen. ‘We hebben geen bel.’ We toetsen haar telefoonnummer in als we voor een groot hek staan midden in een lelijk appartementencomplex in het centrum van Den Haag. Is het wel hier, denken we. Dan komt Christine aanlopen en opent het hek en vervolgens nog een hek. En ineens staan we in een Spaans dorpje, compleet met patio met een sinaasappelboom met grote rijpe vruchten. Rechts en links staan huisjes waarvan de deuren openstaan, voor ons is de gang naar de gemeenschappelijke ruimtes en het atelier. ‘I am more than a painter, I am a storyteller’ staat er boven Lita’s Instagramaccount. En al snel begrijpen we wat ze bedoelt. We hebben nog geen jas uitgetrokken, geen camera uitgepakt, geen vragenlijstje in de aanslag als we staand in de hal al een halfuur ademloos aan haar lippen hangen. Om ons heen lopen haar assistenten, Marta, Andrea en Christine, en schilders die een deel van het Cabellutdorpje aan het opknappen zijn. ‘Ik heb altijd mensen om me heen gehad die me hielpen bij mijn werk. Eerst waren het mijn kinderen, daar zijn in de loop van de jaren deze vriendinnen bijgekomen en we wonen hier nu samen in ons “klooster van de dromen”. We doen het samen, zeg ik altijd. We verkopen dromen, net zoals ik vroeger als klein straatmeisje in Barcelona denkbeeldige sterren aan toeristen verkocht. Ik had twee tasjes voor verschillende sterren. ’s Ochtends plukte ik ze van de hemel en stopte ik ze in de tasjes. Als ik ze ’s avonds niet had verkocht, zette ik ze weer terug aan de hemel, liet ik ze vrij. Zoals ik vroeger samenleefde met andere straatkinderen leef ik nu met mijn team.’

De ogen van Picasso

Lita Cabellut Foto Marjan Terpstra Terwijl ze praat en ik naar haar kijk, is het of ik in de ogen van Pablo Picasso kijk. De gelijkenis was me eerder op foto’s ook al opgevallen: hun postuur, felle ogen, lijnen op het voorhoofd en rond de mondhoeken, de neus. Ze zijn bijna identiek. En aangezien haar moeder nooit heeft verteld wie haar vader is… Bovendien is de kans groot dat Picasso in 1961, de periode voor haar geboorte, in Barcelona was aangezien hij in die tijd onderhandelde over de opening van het Picassomuseum twee jaar later. Lita’s moeder runde toen een bordeel in de bohemienwijk El Raval waar ook veel kunstenaars kwamen. Ik ben zo overtuigd dat ik het durf te vragen: zou het kunnen dat Picasso je vader is?  `Plotseling reageert ze ongemeen fel: ‘Twee dingen. Ik bewonder zijn genie, maar ik verafschuw zijn persoonlijkheid. Ik geef er de voorkeur aan om een romantisch beeld te houden van mijn vader en te denken dat al het goede dat ik in mij heb van hem afkomstig is. Als het nu James Joyce zou zijn of Pablo Neruda… Maar ik geloof wel dat ik iets artistieks heb geërfd van mijn vader. Mijn halfzus heeft dat bijvoorbeeld niet en haar kinderen ook niet. Terwijl mijn drie zoons allemaal kunstenaar zijn. Ik heb vaak gehoord dat ik op Picasso lijk en mijn zoons lijken meer op hem dan zijn kleinkinderen. De directeur van een museum in Arles die Picasso goed heeft gekend zei zelfs dat we dezelfde gebaartjes hebben. Somsvragen mensen me of ik niet echt zekerheid wil. Maar dat wil ik niet. Als ik zeker zou weten dat hij mijn vader is,zou ik niet meer vrij kunnen creëren en bewegen. Dan vallen dromen in duigen. Als mensen die hem gekend hebben zeggen dat ik zo op hem lijk, antwoord ik dat het waarschijnlijk komt doordat we allebei Zuid-Spaans zigeunerbloed hebben. Het is niet voor te stellen dat zo’n groot genie ook zo’n grote klootzak was. Hij heeft andere kunstenaars en zijn vrouwen vreselijke kunstjes geflikt. Of dat ertoe doet? Nee, eigenlijk niet. Kunst is sterker dan religie, grote kunstenaars kun je niet veroordelen, zoals we ook Mozart niet veroordelen, die waarschijnlijk bipolair was. Maar ik identificeer me liever met Bach…’

Gehavend maar vrij

Ze werkt zestien uur per dag, zes dagen per week. ‘Kunst maken is als ademen voor me, als eten. Alleen op zaterdag doe ik niets. Dan zit ik soms nog in mijn pyjama om vijf uur ’s middags. Als ik dan naar de bakker wil lopen is die alweer dicht.’ Ze pakt wat brokstukken van een schilderij uit een grote bak. Een roze deel en een grijs stukje, en kijkt of ze bij elkaar passen. Op haar website laat ze zien hoe flamencodanseres Rocío Molina tijdens de Flamencobiënnale in Sevilla een schilderij kapotstampt met haar hakken. Maar meestal brekenzij en haar team een doek in duizend stukjes. Om er vervolgens weer een nieuw doek van te maken. Het lijkteen symbool voor haar eigen leven. Ongeschonden ter wereld gekomen, kapotgemaakt door alles wat ze zagop straat, opgeraapt en weer in elkaar gezet. Gehavend maar krachtig. ‘Breken betekent een oefening in vrijheid.Alles is tijdelijk, alles verandert. Niks is belangrijk en niks is onmisbaar. Ik breek het niet af uit agressie maar om te bouwen aan iets groters, aan ontwikkeling.’ Een van de hoogtepunten de afgelopen jaren was voor Lita haar performance in het Pradomuseum, waar ze voor de ogen van 400 kunstliefhebbers eenschilderij molesteerde. ‘Dat was heel emotioneel voor mij omdat mijn artistieke leven begon in het Prado.’

Hoe dat afliep lees je in de rest van het interview met Lita in editie 4 2020 van ESPANJE! die je hier kunt bestellen.

Interview en foto’s: Marjan Terpstra