Terwijl op verschillende plaatsen in Spanje hevige natuurbranden woeden, klinkt alweer dezelfde vraag als ieder jaar: had dit voorkomen kunnen worden? Opnieuw kleuren grote delen van het Spaanse landschap zwart. Brandweerlieden en bewoners vechten dag en nacht tegen het vuur dat zich razendsnel verspreidt. Dieren komen om, dorpen worden ontruimd, duizenden hectares bos gaan verloren en de rook is soms honderden kilometers verderop nog zichtbaar.

De beelden van deze zomer zijn dramatisch en de uitdagingen voor Spanje zijn groot. Extreme hitte en langdurige droogte maken natuurbranden steeds moeilijker te bestrijden. Toch laten de verhalen van bosbeheerders, vrijwilligers en wetenschappers zien dat natuurbranden niet alleen vragen om meer blusvliegtuigen, maar vooral om een ander landschap. Een landschap waarin biodiversiteit terugkeert, waarin bossen beter worden beheerd en waarin de herders weer een rol krijgen. Juist daarin schuilt de hoop voor de toekomst.

Leegloop van het platteland

Klimaatverandering speelt zonder twijfel een belangrijke rol. Hogere temperaturen, langere hittegolven en aanhoudende droogte zorgen ervoor dat bossen sneller uitdrogen. Tegelijk zorgen natte winters en voorjaren voor een uitbundige groei van planten en struiken. Zodra die vegetatie in de zomer verdroogt, verandert zij in een enorme voorraad brandstof. Toch verklaart dat niet waarom natuurbranden tegenwoordig zo snel uit de hand lopen. Het antwoord ligt ook in de ontwikkeling van het Spaanse platteland. De afgelopen decennia verhuisden miljoenen Spanjaarden naar de steden. Kleine boerenbedrijven verdwenen en traditionele veeteelt werd steeds minder rendabel. Het landschap veranderde mee. Waar vroeger akkers lagen of kuddes geiten en schapen de begroeiing kort hielden, groeien nu struiken, jonge bomen en droog gras vrijwel ongehinderd door. Juist die ondergroei vormt de ideale brandstof voor grote natuurbranden.

Meer informatie over Spanje lees je in ESPANJE! Bestellen kan hier.

De verdwenen geitenhoeders en grasverzamelaars

In de Spaanse media wordt deze zomer opvallend vaak gewezen op een bijna vergeten beroep: de geiten- en schapenhoeder. Eeuwenlang trokken herders met hun kuddes door de bergen. Hun dieren aten jonge struiken, gras, brem en braam weg. Zonder dat iemand het zo noemde, vormden zij een van de effectiefste vormen van natuurbeheer die Spanje ooit kende. Vanaf de jaren zestig en zeventig veranderde dat snel. Door de leegloop van het platteland verdwenen veel kleine familiebedrijven en werd extensieve veeteelt economisch steeds moeilijker. Daarmee verdween ongemerkt ook een eeuwenoude vorm van landschapsbeheer. Wat vroeger vanzelf gebeurde doordat kuddes dagelijks door bossen en berggebieden trokken, moet nu steeds vaker machinaal of met kostbare natuurbeheerprojecten worden uitgevoerd. Die ontwikkeling zien ook de ambachtslieden in Gata de Gorgos. Vorig jaar zaten de winkeliers die manden en tassen vlechten van palmbladeren en espartogras hoofdschuddend naar de televisiebeelden van de grote natuurbranden te kijken. “Dat komt ook doordat de overheid en Europa steeds meer regels hebben ingevoerd,” zei een van hen. “Vroeger haalden we onze palmbladeren en het espartogras zelf uit de natuur. Daarmee hielden we het landschap automatisch schoon. Nu mag dat op veel plaatsen niet meer en worden de grassen soms wel een of twee meter hoog. Wij zorgden er vroeger juist voor dat de natuur in evenwicht bleef.”  Vriend en vijand is het er in Spanje over eens dat het Spaanse landschap veel minder intensief wordt beheerd dan vroeger en dat de ophoping van brandbaar materiaal een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en de verspreiding van grote natuurbranden. Steeds meer regio’s proberen daarom oude kennis nieuw leven in te blazen. In Galicië, Andalusië, Catalonië en andere delen van Spanje worden opnieuw geiten, schapen en inheemse runderen ingezet om natuurgebieden te begrazen. Niet uit nostalgie, maar als serieus onderdeel van modern brandpreventiebeleid. Deskundigen benadrukken wel dat begrazing geen wondermiddel is. Het is één van de oplossingen, naast goed bosbeheer, gecontroleerde branden, het uitdunnen van bossen en het herstel van biodiversiteit.

Als de natuur uit balans raakt

Vorig jaar bezocht journalist Richard Hogenkamp voor ESPANJE! Magazine de omgeving van Tres Cantos, ten noorden van Madrid. Daar sprak hij met bosdeskundige Miguel Ángel Ortega, die zich al meer dan dertig jaar bezighoudt met Spaanse bossen en natuurherstel. Waarom het zo fout ging in Tres Cantos is volgens Ortega duidelijk. “De Spaanse natuur van nu lijkt steeds minder op het landschap dat hier eeuwenlang heeft bestaan. Inheemse bomen en planten, zoals steeneiken, kurkeiken, pijnbomen en mediterrane kruiden als rozemarijn en lavendel, worden op steeds meer plaatsen verdrongen door soorten die oorspronkelijk niet in Spanje thuishoren. Dat verstoort het natuurlijke evenwicht en maakt ecosystemen kwetsbaarder.” Volgens Ortega bestaat inmiddels naar schatting ongeveer 35 procent van de bomen, planten en struiken in Spanje uit uitheemse soorten. Een van de beruchtste voorbeelden is de ngaio, een struik uit Nieuw-Zeeland die zich vooral in Spaanse kustgebieden snel verspreidt. De plant groeit razendsnel, kan tien meter hoog worden en verdringt inheemse vegetatie. Ook pampagras veroorzaakt op veel plaatsen problemen. Deze Zuid-Amerikaanse plant kan vele meters hoog worden en verspreidt miljoenen zaden. Vooral in Noord- en West-Spanje heeft de soort zich sterk uitgebreid.

Gezondere bossen in plaats van meer bossen

Volgens Ortega draait natuurbeheer niet alleen om meer bomen planten, maar vooral om het herstellen van gezonde ecosystemen. Op veel plaatsen overheersen inmiddels dichte dennenbossen of monoculturen van pijnbomen, terwijl de oorspronkelijke mediterrane vegetatie steeds verder onder druk staat. De huidige situatie heeft ook historische wortels. Tijdens de dictatuur van Francisco Franco werden vanaf de jaren veertig en vijftig grote delen van Spanje herbebost. Dat gebeurde vooral om erosie tegen te gaan en de houtproductie te vergroten. Op veel plaatsen werd gekozen voor snelgroeiende pijnbomen. Hoewel pijnbomen van nature in Spanje voorkomen, ontstonden daardoor uitgestrekte bossen met weinig variatie. Zulke monoculturen zijn kwetsbaarder voor ziekten én voor natuurbranden dan een gevarieerd mediterraan landschap. Dat ziet ook Bas Bremer, mede-eigenaar van Masía de Matuta bij Valencia.  Samen met de gemeente en natuurorganisaties verwijderde hij duizenden pijnbomen rond zijn landgoed om ruimte te maken voor meer biodiversiteit. “Hoe groter de biodiversiteit, hoe weerbaarder een gebied wordt tegen brandgevaar.” Steeds meer natuurbeheerders kiezen daarom voor een gevarieerder landschap met steeneiken, kurkeiken, kruiden en struiken die beter bestand zijn tegen droogte en vuur.

Vrijwilligers maken het verschil: toch reden voor optimisme

In heel Spanje planten vrijwilligers nieuwe bomen, verwijderen zij invasieve plantensoorten, leggen brandgangen aan en ruimen zwerfafval op uit natuurgebieden. Dat lijkt misschien een klein gebaar, maar achtergelaten hout, meubels en ander afval vormen extra brandstof wanneer een natuurbrand uitbreekt. Burgemeester Juan González Castellano uit La Garganta riep vrijwilligers op om samen een brandgang aan te leggen. Hij verwachtte enkele tientallen deelnemers, maar er kwamen er tweehonderd. Binnen anderhalve dag legden zij een brandgang aan van zes kilometer lang. Het laat zien dat steeds meer Spanjaarden beseffen dat natuurbeheer niet alleen een taak van de overheid is.  Wie alleen de beelden van de huidige natuurbranden ziet, kan gemakkelijk denken dat de strijd verloren is. Toch zien veel deskundigen juist redenen voor optimisme. De kennis over natuurherstel groeit snel. Moderne technologie helpt om risico’s eerder te signaleren. Bossen worden steeds vaker ingericht met meer biodiversiteit. Oude technieken, zoals begrazing door geiten en schapen, keren terug. Vrijwilligers steken massaal de handen uit de mouwen. Ortega zegt hierover: “Al zolang hier mensen wonen, leeft Spanje met natuurbranden. We hebben veel kennis over hoe je de natuur het best kunt laten herstellen. Dankzij moderne technieken hebben we zelfs betere kansen dan onze verre voorouders. Satellieten kijken vanuit de ruimte mee en helpen ons om de beste omstandigheden te scheppen voor spoedig herstel.” Die combinatie van oude kennis en moderne technologie speelt tegenwoordig een steeds grotere rol. Satellieten brengen verbrande gebieden nauwkeurig in kaart. Drones inspecteren moeilijk bereikbare hellingen. Sensoren meten vochtigheid en vegetatiegroei. Daardoor kunnen natuurbeheerders sneller bepalen waar herstel nodig is en waar nieuwe risico’s ontstaan. Dat betekent niet dat natuurbranden zullen verdwijnen. Door klimaatverandering blijven hitte en droogte waarschijnlijk een grote uitdaging. Maar Spanje leert steeds beter hoe het landschap weerbaarder kan worden gemaakt. Misschien vatte Miguel Ángel Ortega dat het mooist samen toen hij, staand in een zwartgeblakerd landschap, zei: “Ook hier gaan kleuren terugkomen.”

Meer lezen?

Wil je meer weten over natuurherstel in Spanje? In ESPANJE! Magazine editie 4 (2025) vind je het uitgebreide achtergrondverhaal van Richard Hogenkamp. Hij sprak met bosdeskundigen, vrijwilligers, ondernemers en bewoners die zich dagelijks inzetten om Spaanse bossen weerbaarder te maken. Deze editie is nog steeds te bestellen via de webshop van ESPANJE!.

 

KLIK HIER VOOR DE NIEUWSBRIEF VAN ESPANJE!