Met Erfgoed van Europa onderneemt de Britse historica Elizabeth Drayson een ambitieuze poging om de islamitische geschiedenis van Europa bloot te leggen. Haar centrale boodschap is helder: de islam is geen nieuwkomer in de Europese geschiedenis, maar heeft vanaf de vroege middeleeuwen wezenlijk bijgedragen aan de vorming van het continent. Al-Andalus in Spanje speelde daar een centrale rol in. Maar opvallend is ook het aandeel van de Spaanse koningin Isabella, haar man Fernando en hun nazaten. Zowel in Spanje als in Oost-Europa speelden zij een sleutelrol.

Allereerst valt op dat de Nederlandse titel aanzienlijk pretentieuzer is dan het Engelse origineel. Het boek heet in het Engels Crucible of Light: Islam and Europe from the 8th to the 21st Century. Crucible betekent letterlijk een smeltkroes, maar ook een plaats of situatie waarin mensen en ideeën zwaar op de proef worden gesteld. Light roept tegelijkertijd associaties op met kennis, intellectuele verlichting en mogelijk zelfs de Europese Verlichting. Dat past goed bij Draysons centrale gedachte dat islam en Europa eeuwenlang met elkaar verweven waren en elkaar intellectueel hebben beïnvloed. De Nederlandse titel Erfgoed van Europa: Hoe de islam onze geschiedenis smeedde laat al in de titel een expliciete conclusie doorschijnen: de islam zou onze Europese geschiedenis hebben vormgegeven. Die stelligheid is meteen ook de grootste zwakte. Waar Crucible of Light ruimte laat voor de lezer om zelf te interpreteren wat die ‘smeltkroes van licht’ betekent, wijst de Nederlandse titel de lezer direct de weg.

Eeuwenlange wederzijdse beïnvloeding

Drayson neemt ons mee van de islamitische verovering van het Iberisch Schiereiland in 711 naar de kruistochten en de Reconquista, de opkomst en val van het Ottomaanse rijk, tot het Europese imperialisme en uiteindelijk de moderne Europese discussie over Turkije en de islam in Europa. Zij wijst daarbij op allerlei vormen van culturele uitwisseling: wetenschap, architectuur, literatuur, handel, voedsel, gewoonten en de overdracht van klassieke kennis. Haar ambitie is groot: laten zien dat Europa en de islamitische wereld elkaar eeuwenlang hebben beïnvloed en zonder elkaar niet zouden zijn geworden wie ze zijn. Dat is een belangrijke boodschap. In het Nederlandse en Europese debat over de islam lijkt het vaak alsof de aanwezigheid van moslims in Europa een betrekkelijk recent verschijnsel is. Drayson laat overtuigend zien dat dat historisch onhoudbaar is.Toch wringt het op een fascinerende manier. Wie de ruim zeshonderd pagina’s doorwerkt, leest over een aaneenschakeling van veroveringen, zeeslagen, plunderingen, slachtpartijen en religieuze vervolgingen: van de verovering van Spanje in 711 tot het Balkandrama en de grootschalige moord op Armeense christenen in onze eeuw. Pas in de laatste pagina’s komt de auteur expliciet uit bij haar ideaal van een vreedzame ‘smeltkroes van hoop’. Drayson lijkt ervan overtuigd dat kennis uiteindelijk vanzelf leidt tot begrip en vrede. Dat optimisme is sympathiek. Maar juist omdat ze een aantal hoofdzaken laat liggen, zoals de rol van de Joden in de Europese geschiedenis, is het ook te makkelijk.

Wil je meer weten over de Spaanse geschiedenis en cultuur? Lees dan ook het magazine ESPANJE! Bestellen kan hier.

Veel vergeten vrouwen

Een van de vele tekortkomingen van het boek is de afwezigheid van vrouwen die de geschiedenis mede bepaalden. Bij haar bespreking van Córdoba en de beroemde bibliotheek van de stad blijft Lubna van Córdoba onvermeld. Zij was een geleerde, wiskundige en bibliothecaris aan het hof van Córdoba en is juist het soort figuur dat uitstekend past binnen Draysons verhaal over de intellectuele bloei van al-Andalus. Ook Subh, de invloedrijke vrouw van kalief al-Hakam II en moeder van Hisham II, krijgt geen enkele aandacht. Subh was afkomstig uit het noorden van het Iberisch Schiereiland en groeide uit tot een van de machtigste personen van het kalifaat. Juist Subh zou Draysons betoog dat Europa een smeltkroes is kunnen versterken. De Umayyadische dynastie van Córdoba was immers veel sterker verweven met de christelijke wereld van het Iberisch Schiereiland dan vaak wordt aangenomen. Een aanzienlijk aantal kaliefenmoeders was afkomstig uit de christelijke gebieden van het noorden. Opvallend dat de auteur, die emeritus hoogleraar Spaanse geschiedenis en cultuur is, deze krachtige vrouwen negeert. Tegelijkertijd maakt ze zelfs een man tot vrouw. Op pagina 396 schrijft Drayson over de Ottomaanse admiraal Hayreddin Barbarossa: ‘Deze machtige politicus en slavenhandelaar was een vrouw.’ Wat een blunder. Roodbaard was uiteraard een man.

Eleonora: de stammoeder van Europa

Ook een andere belangrijke speelster op het Europese toneel ontbreekt volledig: Eleonora van Engeland. Wát een gemiste kans. Zij was de dochter van Hendrik II van Engeland en Eleonora van Aquitanië, die als koningin van Frankrijk een eigen kruistocht had geleid. Ook was ze de zus van koning Richard Leeuwenhart, een van de beroemdste kruisvaarders van zijn tijd. Als echtgenote van Alfonso VIII van Castilië kwam Eleonora terecht in het hart van de Reconquista. Haar hof speelde een belangrijke rol bij de introductie van de gotiek in Castilië, een stijl die ontstond met dank aan de meetkundige kennis die de Europeanen opdeden bij de Arabieren tijdens hun kruistochten. Drayson schrijft uitgebreid over de bouw van de kathedraal van Chartres, maar vertelt niet dat de bouw van de kathedraal van Cuenca al eerder begon, waarbij Eleonora een cruciale rol speelde, zoals haar moeder eerder deed bij de bouw van gotische kathedralen in Frankrijk. Eleonora steunde haar man bovendien bij de beslissende Slag bij Las Navas de Tolosa in 1212, waar de christelijke legers de Almohaden een zware nederlaag toebrachten. Haar levensverhaal verbindt kruistochten, Reconquista, dynastieke huwelijken en culturele uitwisseling. Maar Eleonora is nog om een andere reden interessant: via haar dochter Berengaria of Berenguela loopt een directe genealogische lijn naar de latere koningin Isabella van Castilië en haar dochter Johanna de Waanzinnige. Dat verband wordt later nog interessanter.

En waar zijn de Joden?

Nog opvallender is de vrijwel afwezige Joodse dimensie. Joodse geleerden en vertalers waren belangrijke schakels in de overdracht van kennis tussen het Arabisch, Hebreeuws en Latijn. Ook in de politieke geschiedenis van al-Andalus en Granada speelden Joodse bestuurders, artsen en geleerden een belangrijke rol. Drayson raakt in haar beschrijving van Granada regelmatig verstrikt in tegenstrijdigheden. Eerst presenteert ze het Nasridische Granada van 1238 tot 1492 als een uitgesproken islamitische staat zonder convivencia. Even later beschrijft ze Granada als een stad van ‘moslims en joden’. Vervolgens spreekt ze bij het Alhambra opnieuw vooral over de relatie tussen moslims en christenen, waarbij de Joodse gemeenschap weer verdwijnt. Ook in haar slotpleidooi voor dialoog tussen ‘christenen, niet-moslims en moslims’ is geen plaats voor het Joodse aandeel in de Europese geschiedenis. Dat is meer dan een omissie. Het verzwakt Draysons eigen betoog. Wie wil aantonen dat Europa gevormd is door eeuwenlange contacten tussen verschillende religieuze en culturele werelden, kan de Joodse aanwezigheid niet als voetnoot behandelen.

Van Granada naar Wenen

Drayson vertelt veel en legt daardoor allerlei interessante historische ontwikkelingen bloot. Maar soms zijn juist de interessantste verbanden nauwelijks uitgewerkt. Neem de genealogische lijn van de kruistochten en de Reconquista naar de strijd tegen de Ottomanen bij Wenen. In 1492 veroverden Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragón Granada, waarmee het laatste islamitische koninkrijk op het Iberisch Schiereiland ten einde kwam. Hun dochter Johanna van Castilië, beter bekend als Johanna de Waanzinnige, trouwde met de in Brugge geboren Filips de Schone. Uit hun huwelijk kwamen onder anderen keizer Karel V en zijn jongere broer Ferdinand I voort. Interessant detail is dat Karel opgroeide in Vlaanderen, terwijl Ferdinand na de dood van zijn vader rechtstreeks onder de hoede kwam van zijn grootvader Ferdinand van Aragón, de man die in 1492 samen met Isabella Granada had veroverd. Ferdinand zou enkele decennia later zelf tegenover de Ottomanen komen te staan. Nadat het leger van sultan Süleyman I in 1526 Ferdinands zwager Lodewijk II van Hongarije bij de Slag bij Mohács had gedood en verslagen, werd Ferdinand koning van Bohemen. In 1529 trok Süleyman opnieuw op. De Ottomanen belegerden Wenen, maar de legers van Ferdinand wisten de aanval met succes te weerstaan. Daarmee kwam de kleinzoon van de veroveraars van Granada rechtstreeks tegenover de Ottomaanse sultan te staan. De geschiedenis herhaalde zich anderhalve eeuw later. In 1683 werd Wenen opnieuw door de Ottomanen belegerd. Keizer Leopold I, eveneens een rechtstreekse Habsburgse nazaat van Johanna en Filips de Schone, wist samen met zijn bondgenoten de Ottomanen te verslaan tijdens de Slag bij Wenen. Zo loopt er een opmerkelijke historische lijn van Las Navas de Tolosa (1212) via Granada (1492) naar Wenen (1529 en 1683). Het is jammer dat Drayson zulke verbanden wel aanraakt, maar ze onvoldoende uitwerkt.

Blunders en Bolkestein

Voor een Cambridge-historica begaat Drayson daarnaast een opvallend aantal pijnlijke feitelijke slordigheden. Ze situeert Córdoba in de woestijn, terwijl de stad in de vruchtbare Guadalquivirvallei ligt. De in Guadix geboren homo universalis Ibn Tufayl wordt opgevoerd als voorbeeld van hoogstaande Berbercultuur terwijl hij van Arabische origine was. Ook schrijft zij over ‘geleerden uit de hele wereld’ die in de elfde eeuw in Palermo samenkwamen, terwijl zij kennelijk vooral moslims en Europeanen bedoelt. Dat is een vreemde formulering in een boek dat juist het eurocentrische perspectief wil doorbreken. Ook haar beschrijving van het Alhambra is merkwaardig. Ze noemt het ’tot op heden een moslimfort en paleis’. Een enkele geografische of terminologische vergissing kan in een boek van deze omvang gebeuren. Maar het zijn er wel erg veel, zeker in een werk dat zijn bestaansrecht juist ontleent aan het corrigeren van traditionele Europese geschiedschrijving.

Na een interessante beschrijving van de val van het Ottomaanse Rijk, het belang van Atatürk voor de ontwikkeling en modernisering van Turkije en het westerse imperialisme en kapitalisme, dat het Midden-Oosten in een kruitvat veranderde, haalt Drayson Frits Bolkestein aan. De Nederlandse eurocommissaris verzette zich fel tegen de toetreding van Turkije tot de Europese Unie omdat hij vreesde voor de islamisering van Europa. Daarmee komt zij bij de centrale vraag van haar boek: wat wil Europa eigenlijk zijn? Een gemeenschap die haar identiteit ontleent aan een ‘Latijns-christelijk erfgoed’, zoals ze het noemt? Of een politieke gemeenschap die gebaseerd is op democratie, mensenrechten en liberale waarden? Dat is een interessante vraag. Maar ook hier wordt de Joodse dimensie van het Europese verhaal niet meegenomen, terwijl juist het begrip ‘joods-christelijk erfgoed’ tegenwoordig een belangrijke rol speelt in discussies over Europese identiteit. Ook de stichting van Israël en de daaropvolgende conflicten, die de verhouding tussen Europa, joden en moslims nu weer op scherp zetten, blijven opvallend genoeg volledig buiten beeld.

Ondanks alles een aanrader

Ondanks al deze tekortkomingen is Erfgoed van Europa een aanrader. Juist omdat Drayson zo veel materiaal bijeenbrengt wordt zichtbaar hoe kunstmatig het is om de Europese en islamitische geschiedenis als twee volledig gescheiden verhalen te behandelen. Handel, wetenschap, architectuur, oorlog, literatuur, technologie en ideeën gingen voortdurend over religieuze en politieke grenzen heen. De paradox is dat het boek overtuigender is door de voorbeelden die Drayson aandraagt dan door de grote conclusies die zij eraan verbindt. Haar honderden voorbeelden maken duidelijk hoe intensief Europa en de islamitische wereld elkaar eeuwenlang hebben beïnvloed. Ook de rauwe historische werkelijkheid die zij beschrijft, is waardevol. Christenen, moslims en Joden waren in verschillende perioden slachtoffer én dader, bondgenoot én vijand. Er waren tijden van culturele bloei en samenwerking, maar ook van vervolging, slavernij, oorlog en massaal geweld. De geschiedenis kent zelden alleen ‘goeden’ en ‘slechten’. Ondanks de blinde vlekken, inconsistenties en pijnlijke blunders blijft Erfgoed van Europa een fascinerend  en inspirerend boek. Het vergroot op indrukwekkende wijze de kennis over de islamitische aanwezigheid in Europa en kan daardoor wezenlijk bijdragen aan het wederzijdse begrip.

 

 

 

 

KLIK HIER VOOR DE NIEUWSBRIEF VAN ESPANJE!