Jan Versteeg, de ambassadeur van Nederland in Madrid, kreeg het na zijn aantreden in 2020 meteen voor zijn kiezen met de coronacrisis. Hij spande zich dag en nacht in voor alle Nederlanders die met vragen zaten. Online hield hij ze persoonlijk op de hoogte van alle ontwikkelen. ESPANJE Magazine zocht hem voor de crisis uitbrak op in de Torre Espacio, een van de vier wolkenkrabbers van Madrid. 

De ambassadeur wacht me al op in zijn werkkamer op de 36e verdieping, waar de Spaanse zakenwereld letterlijk aan onze voeten ligt terwijl we in de verte de sneeuw zien van de Sierra de Guadarrama. Versteeg is een lange slanke man. Een echte ambassadeur, die weloverwogen zijn woorden kiest, maar ook een natuurlijke vriendelijkheid en belangstelling heeft waarmee hij mensen meteen voor zich inneemt. Terwijl de koffie met stroopwafels binnengebracht worden, vertelt hij over zijn werk en zijn liefde voor Spanje.

U werkte hier ook al van 2001 tot 2004. Is Madrid veranderd in die jaren?

‘In zekere opzichten wel. Er zijn natuurlijk enorm veel nieuwe dingen bijgekomen, maar ik vind het nog steeds leuk dat de wijken nog steeds de wijken zijn. Zelfs Chueca, wat toch een beetje de gay capital of Europe is geworden in die periode, is ook nog steeds een heel Spaanse buurt. Met omaatjes in een bontjas. En een Galicische marisquería (visrestaurant, red.) waar iedereen zit. Dat vind ik het boeiende hier. Er is enerzijds een vrijheid die ik me twintig jaar geleden niet kon voorstellen, en tegelijkertijd is er ook nog die sociale samenhang in die wijk. Dat is mooi om te zien.’

Welke vrijheid bedoelt u dan?

‘Denk aan de positie van de Spaanse vrouw. Toen ik Spaans studeerde, begin jaren tachtig, hadden we nog een docent – een Nederlander overigens – en die zei (zet een plechtige stem op): “Ja, dames en heren, u moet zich realiseren dat voor een Spaans meisje het belangrijkste woord dat ze leert verguenza (schaamte, red.) is.”’

Serieus?

‘Ja, en ik denk dat zijn kennis een beetje gedateerd was, maar het kwam wel ergens vandaan. Meisjes die hun ogen neersloegen en afgeschermd werden door hun familie. We zijn natuurlijk een heleboel jaren verder en je ziet een voortgaande beweging waarin vrouwen een meer publieke rol hebben gekregen en centraler zijn komen te staan in de samenleving. Kijk naar het Spaanse kabinet, daar zijn de vrouwen in de meerderheid zelfs. Dat zie ik ook wel in de werkcontacten die ik heb. Vrouwen die fulltime werken, dat is hier normaler dan in Nederland. Veel vrouwen in Nederland werken parttime. In dat opzicht zijn bepaalde stukken van Spanje misschien moderner dan Nederland.’

U heeft Spaans gestudeerd, wat trok u in die studie?

‘Dat was eigenlijk heel toevallig. Als klein jongetje zat ik altijd boeken van mijn vader te bekijken over Latijns-Amerika. Over de Inca’s en de Maya’s… Toen heeft mijn vader gezegd: “Als jij 18 bent en je hebt je school gewoon in zes jaar gehaald, dan gaan wij naar Machu Pichu.” Ter voorbereiding daarop ben ik met mijn vader een Teleac-cursus Spaans gaan volgen. Omdat ik daardoor een van degenen was die een paar woordjes Spaans spraken, voerde ik op de Peru-reis vaak het woord. Toen heb ik daar aan iemand beloofd dat ik Spaans zou gaan studeren. Maar ik studeerde al sociale geografie dus ik dacht: dat ga ik als bijvak dan doen. Dat bleek niet te kunnen, maar het kon wel als hoofdvak. Dat heb ik toen gedaan en zodoende raakte ik gefascineerd door Spanje. Het is een mengsel van nabijheid en echt anders. Je kunt het nét wel vastpakken, maar tegelijkertijd heeft het ook veel nieuwe vreemde elementen.

Ik ben toen gaan interrailen naar Spanje. In Parijs kwam er een grote sterke gallego naast me zitten. Hij was gastarbeider in Nederland en stond erop dat we met hem mee naar huis zouden gaan. Dat doe je dan, hè. Tussen Santiago en Vigo kwamen we terecht in een soort hut, zonder vloer, met aangestampte aarde met een stuk hout, en daar lag dan brood en kaas op. Dan ging je op een stuk boomstronk zitten en eten. Eerst sneed men de schimmel van het brood, en dan kreeg je brood met een stuk kaas erbij. En dan ging die porrón (wijndrinkfles, red.) rond. Dat zijn wel bijzondere momenten als je uit het geregelde Nederland komt natuurlijk.’

Gaat u als ambassadeur andere accenten dan uw voorganger leggen?

‘Ik zit hier natuurlijk voor Nederland. En voor de Nederlanders, een groep van 150.000 mensen die na hard werken in Nederland hebben besloten: “Ik ga lekker leven in Spanje.” Zij hebben gekozen voor Spanje, maar voelen ook nog een sterke verbondenheid met Nederland. Ik wil me ervoor inspannen dat ze zich nog aangesloten voelen met Nederland en dat we er zijn als ze ons nodig hebben. Het helpen van Nederlandse bedrijven is een ander aspect dat hoort bij het standaardpakket. Een van de opdrachten die ik heb is om te kijken waar we meer met Spanje kunnen optrekken nu de Brexit een feit is. Daar ga ik graag mee aan de slag want ik ben een Europa-freak.’

Wat bindt Spanje en Nederland?

‘We zijn allebei landen die naar het Europese vasteland kijken, maar ook verder. Beide zijn landen die handel drijven, die veel belang hebben bij een goed werkende interne markt, maar ook bij goede handelsakkoorden met derde landen. Wij staan samen op de bres voor het uitdragen van mensenrechten, vrouwenrechten, beperking van milieuschade en kinderarbeid wereldwijd. Daar kunnen we met het huidige Spaanse kabinet echt wat mee. Zo kan ik nog wel even doorgaan: best veel dingen waarbij we op hetzelfde spoor zitten ook al hebben we niet regeringen van dezelfde kleur.’

Dit zijn allemaal politieke dossiers, maar is er ook een culturele binding?

‘Je merkt wel dat je elkaar daar verstaat. Er zijn altijd ook wel oude banden tussen de landen geweest, die… soms lekker gingen, soms wat minder (lacht even). Ik geloof natuurlijk dat ieder zijn eigenaardigheden heeft, maar we wel redelijk rechtdoorzee en uitgesproken zijn. Dat maakt de communicatie vaak makkelijker. Maar je moet daar behoedzaam mee omgaan, met de openheid en die directheid. Wat ik altijd opvallend vind, is dat als je ergens in Europa mensen met stemverheffing of luid hoort spreken, dan zijn het óf Spanjaarden óf Nederlanders.’

Zijn er gebieden waarop we veel van de Spanjaarden kunnen leren? Een typisch Spaanse gewoonte waar wij iets van zouden kunnen opsteken?

Hij lacht en grapt: ‘Iets met voetballen? Nee, wat ik knap vind, is hoe Spanje erin slaagt om in gesprek te zijn met landen aan de andere kant van de Middellande Zee. Ze hebben dagelijks contact met Marokko. Dat is een belangrijke en productieve relatie. Want het aantal migranten uit Marokko is met 50% omlaaggegaan. Ze zijn in staat om die smokkelbendes te bestrijden. Van de laagste ambtenaar tot aan de koning, allemaal hebben ze een vloeiend contact met de andere kant van de Straat van Gibraltar. Daar kunnen wij van leren en daar willen wij ook graag van leren.’

U bent ook grootmeester geweest van ons koningshuis. Is er een speciale band tussen onze koningshuizen?

‘Ja, ze kennen elkaar goed. De laatste twee generaties gaan ook geregeld met elkaar om. Het is niet voor niks dat de Spaanse koning in oktober nog in Nederland is geweest voor die Velázquez-Rembrandt-tentoonstelling, en dat prinses Beatrix hier is geweest voor de Jeroen Bosch-tentoonstelling. We hebben natuurlijk best wel wat erfgoed dat we delen. En omdat het twee monarchieën zijn, is dat wel een natuurlijk verbindingspunt.’

Heeft u, als slotvraag, nog een advies voor Nederlanders die hier komen wonen?

‘Oriënteer je goed, er zijn allerlei websites waar je de juiste informatie kunt vinden. Als je dingen wilt regelen met het aanschaffen van huizen en andere economische zaken, zorg dat je een lokale partij hebt die je daarbij helpt. Je moet goed weten waar je juridisch mee bezig bent. Investeer in de taal, de omgang met mensen…. En ga niet te haastig weg bij de lunch! Blijf gewoon rustig twee uur zitten als het toetje geweest is. Want de contacten zijn hier toch wel belangrijk. Er is enorm veel leuks te verkennen hier, maar het gaat wel via de mensen. En verder… weet dat als er echt problemen zijn, dat wij als Nederlandse ambassade er ook zitten voor de Nederlanders.’

Lees ook ons interview met Matthijs van Bonzel, de voorganger van Jan Versteeg

Jan Versteeg Wie is Jan Versteeg?

Drs. Jan Theophile (Jan) Versteeg (Tilburg, 18 juli 1964)  studeerde Spaans en economische geografie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij begon in 1991 aan zijn loopbaan bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Van 2001 tot 2004 was hij hoofd op de economische afdeling van de ambassade in Madrid. Vervolgens werd hij benoemd tot een van de tien raadadviseurs van het Kabinet Minister-President (KMP). In 2009 maakte hij de overstap naar Brussel waar hij gevolmachtigd minister werd bij de NAVO. In 2009 vertrok hij naar Athene om daar ambassadeur te worden. In 2015 werd Versteeg door koning Willem-Alexander benoemd tot grootmeester van diens huis. Sinds 2019 is hij ambassadeur in Spanje.

 

Dit is een fragment uit het interview met ambassadeur Jan Versteeg dat verscheen in ESPANJE! editie 2 2020. Je kunt die editie met het hele interview  hier bestellen