Als de temperaturen in het voorjaar weer stijgen pakken ESPANJE!-redacteur Jessica van Spengen en haar Madrileense vrienden hun spullen en gaan de stad uit. Met een goed stel bergschoenen, zonnebrandcrème en genoeg eten en drinken in de rugtas de sierra of het bos in. Een paar uur, een dag of soms een weekendje. Want vanuit Madrid kun je letterlijk alle kanten op.

Lees ook: 10 dagtrips in omgeving Barcelona

La Pedriza: Uniek in Europa

Toen ik mijn vriend Marco vroeg naar zijn favoriete routes rond Madrid riep hij gelijk: La Pedriza! Niet omdat het de moeilijkste of spannendste route is die hij ooit gedaan heeft. Hij is namelijk een van die mensen die bijna standaard rondloopt in outdourkleding en die, zodra hij een uurtje vrij heeft van zijn baan als camarero, de natuur in gaat. Maar vooral omdat La Pedriza een plek is die je gezien móét hebben en die volgens hem uniek is in Europa. In het gebied zijn verschillende wandelpaden, maar het doel is om El Yelmo te beklimmen, een enorme plaat graniet die de vorm heeft van een yelmo, een middeleeuwse ridderhelm. Je wandelt op je weg naar boven langs nog meer grote rotsblokken met bijzondere vormen, zoals El Elefantito, het olifantje. ‘De ontdekker van de route zegt dat je 9 uur nodig hebt voor deze 12 kilometer. Maar het kan volgens mij prima in 6,’ zegt Marco. Laten we het ergens in het midden houden, want hij is behoorlijk getraind. En onderweg moet je wel de tijd nemen om vanaf het grasveld halverwege de route foto’s te maken van het uitzicht. Marco adviseert wel om het weekend te mijden, want dan kan het er erg druk zijn.

Er gaat een bus van Madrid naar Manzanares el Real en van daaruit gaat een paar keer per dag een bus die je naar het vertrekpunt van de route brengt.

Rascafría: Een duik in ijskoud water

Eigenlijk verklap ik deze niet graag, want Rascafría is een van de plekken waar ik zelf graag naartoe vlucht als het kwik te hoog oploopt. Echt rustig is het er trouwens niet, in de zomer lijkt het wel of heel Madrid afreist naar de plek waar je kunt zwemmen in een van de piscinas naturales, de natuurlijke zwembaden. De eerste keer dat ik een duik nam kreeg ik de schrik van mijn leven want het water is er ijskoud omdat het rechtstreeks uit de bergen komt. Maar het gebied is dus niet alleen geschikt om lekker te zwemmen, je kunt vanuit het centrum van het dorp ook kiezen uit tientallen wandelroutes de natuur in. Makkelijke routes, die je langs leuke plekken leiden. Zoals de route door het ‘Finse Bos’, richting het zuiden. Even buiten Rascafría kom je langs de ruïnes van een oude fabriek waar het papier werd gemaakt voor een van de eerste versies van het beroemde werk van Cervantes Don Quijote de la Mancha. Ook kun je een bezoek brengen aan het meer dan zes eeuwen oude klooster Santa María de El Paular. Het is een eenvoudige route van zo’n 3,5 uur.

Vanuit Madrid vertrekken verschillende bussen naar Rascafría. www.rascafria.eu.

El Camino Schmid: Charmant bergplaatsje

Een populaire route voor Madrilenen die de drukte van de stad even willen ontvluchten is El Camino Schmid. Deze wandelroute is vernoemd naar de Oostenrijker Eduard Schmid Weikan, die zich aansloot bij de koninklijke bergbeklimmersvereniging die begin vorige eeuw begon met het uitzetten van routes voor klimmers en wandelaars in de Sierra de Guadarrama. De tocht begint in de provincie Segovia in Navacerrada, dat op 1860 meter hoogte ligt. Het is een van mijn favoriete uitstapjes, want Navacerrada is een charmant plaatsje waar je lekker kunt eten en waar de bewoners op zondag een kofferbakverkoop houden op een braakliggend terrein. Je kunt er leuke antieke spulletjes kopen. In de winter wordt het plaatsje veel bezocht door skiliefhebbers die vanuit hier de bergen ingaan. De camino begint ook op het skistation en gaat richting het dorpje Cercedilla. Je loopt vooral naar beneden, door een enorm woud van dennenbomen. De route staat duidelijk aangegeven en is zo’n 14,5 kilometer lang. Wil je jezelf wat meer uitdagen dan moet je in de winter komen. De echte diehards doen deze route namelijk het liefst in de sneeuw.

Navacerrada is vanuit Madrid makkelijk te bereiken. Er vertrekt een paar keer per dag een bus die kant op. Je kunt ook met de trein naar Cercedilla en daarna een trein naar Puerto de Navacerrada pakken. www.renfe.com.

Sierra del Dragón: De liggende draak

Bij het zien van het silhouet van de zeven picos wordt al duidelijk waar deze plek zijn bijnaam Sierra del Drágon vandaan heeft. In de middeleeuwen ontstonden verschillende legendes over deze bergkam die, als je goed kijkt, inderdaad doet denken aan een liggende draak. De zeven pieken vormen het bekendste punt van de Sierra de Guadarrama. Zijn het er geen zes, zul je denken als je het panorama ziet. Dat komt doordat een van de pieken, die het ‘kleine broertje’ wordt genoemd, vanaf sommige punten niet heel goed te zien is. Hij is 130 meter lager maar heeft, zoals wordt gezegd door geoefende buitensportliefhebbers, wel het meeste ‘karakter’ van het stel. En hij is de enige die een eigen naam heeft: Majalasna. Deze route is een van de hoogste die je kunt doen in deze regio in Spanje. Je begint en eindigt in Navacerrada en stijgt tot 2138 meter hoogte. De tocht is zo’n 11 kilometer lang en geschikt voor de geoefende bergwandelaar.

Stadspark van Madrid: Casa del Campo

Het Retiropark in Madrid vind ik zelf de prettigste plek in het voorjaar en de zomer. Je kunt er wandelen, joggen of skaten. Het ligt er vol met mensen die aan het picknicken of luieren zijn. En als toerist kun je er een klein bootje huren op een meertje, wat een leuk tijdverdrijf kan zijn. Wat veel mensen echter niet weten is dat Madrid ook nog een veel groter park heeft. Het Casa del Campo bestrijkt 17 vierkante kilometer en is daarmee 5 keer groter dan Central Park in New York en 6,5 keer groter dan Hyde park in Londen. Een eeuwenoude plek waar door de jaren heen archeologische vondsten werden gedaan uit onder andere de tijd van de Romeinen en de Visigoten. Nadat het park eeuwenlang gebruikt werd door de Spaanse koningen en de adel om te rusten en te jagen, is het nu een openbaar stadspark met o.a. een kanovijver, een attractiepark, een dierentuin en verschillende restaurants en bars. Het leukst is om de route te doen die je helemaal rond het park leidt. Deze is ruim 21 kilometer lang. Neem ook een kleedje mee om bij het meer te picknicken.

Naar het Casa del Campo gaat een metro, lijn 10. Uitstappen bij halte Lago.

Ruta del Quijote: In de voetsporen van Don Quijote

‘Cervantes stelde zich voor hoe zijn beroemde held Don Quijote door La Mancha reisde en met deze route kun je als het ware in zijn voetsporen treden,’ vertelt mijn vriendin Fiona. De route begint bij het kasteel in het middeleeuwse plaatsje Siguënza, dat op zich al een bezoek waard is. Tijdens de wandelroute van ongeveer 14 kilometer loop je een stuk van het laatste traject van de route van Don Quijote, langs de noordgrens van Castilië-La Mancha. Je ziet om je heen alleen maar pittoreske plaatjes. Je wandelt door een prairie, een vaak heel dor maar prachtig landschap. Onderweg kom je bouwwerken tegen van romaanse architectuur. ‘Het is soms alsof je door een filmdecor loopt,’ zegt Fiona. Misschien overdrijf ik een beetje, maar ik vond het echt prachtig!’

Met de auto is Siguënza ongeveer anderhalf uur rijden van Madrid. Je kunt er ook met de trein komen, die vertrekt vanaf station Chamartín. www.turismoensiguenza.com.

Lees ook: Cabo de Gata: wandelen waar tijd niet bestaat

Ruta de las Caras: Van Boeddha naar Beethoven

Je staat even gek te kijken bij de aanblik van deze enorme uitgehouwen beelden in het toch zeer Spaanse landschap vlak bij Cuenca. Zo kom je op de Ruta de las Caras – de gezichtenroute – een afbeelding van Boeddha en eentje van Beethoven tegen. En schrik niet als je midden op het pad ineens een enorme doodskop ziet liggen. Het gaat hier niet om cultureel erfgoed, want deze sculpturen zijn vrij nieuw. In 1992 begon een kunstenaarsduo met het uithakken van de afbeeldingen in rotspartijen. Geen gemakkelijke klus in een gebied dat onherbergzaam was en daardoor moeilijk toegankelijk. Toch trotseerden ze de wildernis en al snel kregen ze steun van de lokale overheid. Zo ontstond de route die je langs de verschillende kunstwerken leidt. Een waar openluchtmuseum waar je ruim de tijd voor kunt nemen, want het pad op zich is maar zo’n 2 kilometer lang.

Met de auto is het dik anderhalf uur rijden naar Buendía, het vertrekpunt van de route. Er zijn echter ook verschillende touroperators die vanuit Madrid tripjes organiseren. www.rutadelascaras.com.

Las Barrancas de Burujón: Langs de kloof

‘Een heel originele plek,’ noemt Marco Las Barrancas de Burujón. Miljoenen jaren van wind en regen lieten deze diepe geulen achter in het gesteente op zo’n 30 kilometer afstand van de stad Toledo. Een ‘natuurlijk monument’ wordt het genoemd. Op de rand van de kloof loopt een wandelpad, vanwaar je uitkijkt over de diepe geul en het enorme meer in het midden van de kloof. Kijk af en toe ook omhoog, want het is de natuurlijke leefomgeving van verschillende vogelsoorten. De keizerarend kun je er spotten, de zwarte gier en je ziet er ook reigers en valken. Marco vindt dat je ook echt moet afdalen in de kloof. Je bent daar weliswaar meer op jezelf aangewezen, omdat er op de weg naar beneden geen afgezette wandelpaden meer zijn, maar het is een bijzondere ervaring, vertelt hij. ‘Je komt in een natuurlijk labyrint terecht, waar je, als je niet uitkijkt, zelfs kunt verdwalen.’

Je kunt de ravijnen niet bereiken met het openbaar vervoer. Vanuit Toledo kun je een auto huren of meegaan op een georganiseerde tour.

Dit artikel is eerder verschenen in ESPANJE! (nummer 2, jaargang 2017) en de informatie kan achterhaald zijn. Auteur: Jessica van Spengen.

Lees meer: 15 Spaanse gewoontes die we zouden moeten overnemen