Het Parque Natural del Alto Tajo is een natuurpark in een vergeten hoekje van de province Guadalajara. De Taag, de langste rivier op het Iberisch Schiereiland, gaat hier door een canyon, meer dan honderd kilometer lang. Rotspartijen, water en een uitbundige mediterrane vegetatie doen het droge Spaanse binnenland vergeten.

Ergens halverwege Madrid en Valencia, in een nogal onherbergzame Spaanse sierra, ontspringt de Taag om meer dan 1000 kilometer verderop, bij Lissabon, in de Atlantische Oceaan uit te monden. De bovenloop van rivier, zeg maar de eerste 200 kilometer, gaat door een dunbevolkt berglandschap met diepe canyons en oerbossen waar het honderd jaar geleden nog wemelde van de wolven en de beren. Meer dan 100.000 hectaren zijn er verklaard tot Parque Natural del Alto Tajo. Het langeafstandwandelpad GR10 volgt de Taag door de canyon. Behalve voor de (avontuurlijk ingestelde) wandelaar biedt de het natuurpark volop mogelijkheden voor liefhebbers van mountainbiken, kajakken en paardrijden.

Twee eeuwen onafhankelijk

De poort tot het natuurgebied is het middeleeuwse stadje Molina de Aragón. Het plaatselijke oficina de turismo (VVV) geeft een brochure uit die Ecotoerisme in de Señorío de Molina heet. Dat woord señorío (een door adel bestuurd stuk land), waarmee de stad tot de dag van vandaag op posters en in folders dweept, is echter een titel uit lang vervlogen tijden, toen Molina Molina nog was, hoofdstad van een onafhankelijke staat, die vanaf 1130 twee eeuwen lang voortbouwde op de welvarende erfenis van de Moren, die er daarvoor 400 jaar de scepter hadden gezwaaid. Inmiddels is de ooit zo trotse señorío verworden tot een achtergebleven en dunbevolkt gebied, waar kleinschalige landbouw en veeteelt de belangrijkste bronnen van bestaan zijn; industrie is er nauwelijks. De overheid probeert met het verbeteren van de infrastructuur en het stimuleren van turismo rural (landelijk toerisme) de streek op de kaart te zetten.

Spaans kouderecord

Tussen Molina en het 40 kilometer zuidelijker gelegen Chequilla is het landschap weids. Deels verlaten dorpen liggen ver uit elkaar. In Chequilla, waar enorme rode rotsen als reuzen tussen de witte huizen staan, start Gran Recorido 10 (GR10) door het natuurpark. Het eerste traject van de tocht, naar Peralejos de Las Truchas, is een gemakkelijke inloopwandeling door een verlaten heuvellandschap.

In geen velden of wegen is er ook maar iets of iemand te bekennen, behalve groepen gieren. Het is oktober en een mooie tijd om dit gebied te bezoeken. De herfstkleuren zijn schitterend, het weer is nog lekker, en in de bossen burlen de herten. Peralejos, waar een deel van de bewoners zo te ruiken nog op hout stookt, was een paar jaar geleden in het Spaanse nieuws: het kouderecord van ik weet niet hoeveel jaar was gebroken: 27 graden onder nul, en dat in hartje Spanje. Maar in oktober is daar geen sprake van, dan kan het gemakkelijk nog 27 graden boven nul worden. Na een (voorlopig laatste) glaasje bier in een van de dorpskroegen moet in de plaatselijke supermercado even het een en ander worden ingeslagen, want de komende twee dagen kom je op de GR niets tegen, en wie niet van de route afwijkt, moet zelfs voor een paar dagen proviand inslaan.

Water, rotsen, bomen

Ter hoogte van de dorpscamping, langs de rivier natuurlijk, begint de Taagcanyon langzaam maar zeker gestalte te krijgen. Nog twee kilometer asfalt en dan begint de tocht ‘echt’: een landweg volgt de rivier stroomafwaarts. Je hoeft maar een paar honderd meter te lopen en je staat oog in oog met een indrukwekkend stukje natuur: een schitterend samenspel van water, een weelderige vegetatie, rotsen en een rijke fauna… iedere bocht biedt nieuwe verrassingen. De kleuren in het landschap zijn een streling voor het oog: gele en rode bladeren tegen de achtergrond van donkergroene dennen en steeneiken. In de kloof zelf heerst een serene rust. Het enige wat je hoort, is het kabbelende water en de talloze vogels. Vale gieren zweven ongestoord in de lucht. De eerste 9 kilometer door de canyon krijgen hun bekroning bij de Laguna de Taravilla, een meertje waar je tussen de regenboogforellen kunt zwemmen. GR-10 volgt een stuk de vallei van de beek Cabrillas. Een bron langs de weg, de eerste tot nu toe, lestte ooit de dorst van schaap- herders, en de Puente de Peñalén, een oude stenen brug waar de beek zich in de Taag stort, zette de kuddes over de rivier. Dat is grotendeels verleden tijd. Bron en brug zijn nu voor wandelaars en mountainbikers. Bij de brug begint een landweg die de Taag ruim 20 kilometer vrijwel continu zal volgen. Wie niet in een tentje of onder de blote hemel wil slapen, kan hier ook een alternatieve route nemen naar het dorp Poveda.

Nachtelijke setting

Een klein uur verder ligt Fuente de la Toba, een onbemande hut en vrij kampeerplaatsje met drinkwater aan de rivier. Als de nacht over het natuurpark valt, zorgen de silhouetten van de bomen en de enorme rotsen voor een enigszins ‘unheimische’, maar fascinerende setting. Het zou tijd worden voor een vuur, ware het niet dat dat ondertussen ten strengste verboden is in de Spaanse natuurparken in verband met bosbrandgevaar. De volgende ochtend is de grond nat van de dauw, maar het weer is als gisteren: stralend. De komende uren zal de Taagkloof zich in al zijn schoonheid tonen: hetzelfde spectacuaire samenspel als gisteren, maar soms lijkt alles nog fraaier, kleurrijker en indrukwekkender. De wanden reiken tot 400 meter hoogte, ingeslepen door de Taag. Goed, daar heeft de rivier dan ook zo’n 200 miljoen jaar over gedaan. Aan de landweg liggen nog een paar overnachtingsmogelijkheden. Bij de laatste kom ik voor het eerst iemand tegen, een arts uit Barcelona, die met drie vrienden de grote stad is ontvlucht en een weekje aan het mountainbiken is. Ze hebben bivak gemaakt in een van de spelonken in de rotsen.

De SRV

Zo’n 30 kilometer na Peralejos komt de landweg langs de Taag uit op de weg van Molina de Aragón naar Zaorejas. Wie een lekker bed of een goede maaltijd wil, vindt alles in Zaorejas, maar het is flink klimmen. De GR gaat de andere kant op; eerst 2 kilometer asfalt tot de Puente de San Pedro, een brug, dan weer de wildernis in. Een smal pad komt na een paar honderd meter uit op een onverharde weg die behoorlijk stijgt en van de Taag wegloopt. Na een halfuurtje sta je oog in oog met de Meandro de Corduente, een van de bekendste en meest fotogenieke meanders in de Taag, die hier in de vorm van een hoefijzer door de canyon stroomt. De weg zal na 7 kilometer uitkomen in Villar de Cobeta en ik verheug me al op een caña (biertje) en een tapa erbij. Dat wordt een teleurstelling, want behalve een bron en een paar deels opgeknapte huizen heeft dit gehucht niets te bieden.
Buenafuente del Sistal, de volgende stop, is een ervaring apart. In het twaalfde-eeuwse augustijnenklooster woont een kleine gemeenschap die bestaat uit veertien nonnen, de bewoners van een klein bejaardentehuis en een handvol ouderen die nog op zichzelf wonen. Tweemaal per dag komt een ‘SRV-wagen’ met de eerste levensbehoeften langs. Je moet er dan wel net zijn. Soms is er een kamer te regelen in het klooster, maar ga er niet van uit. Vanaf Buenafuente gaat de GR verder in westelijke riching. Het langeafstandwandelpad kruist nog één of twee keer een asfaltweg, maar voor dorpen moet van de route worden afgeweken.

Bougiekabels

Wij gaan terug naar de San Pedrobrug via een alternatieve route langs de Taag. Bij het klooster staat een bordje Al Tajo (‘naar de Taag’). ‘¡Muy mal!’ (‘Heel slecht!’), zegt een bewoner over de kwaliteit van dat pad. In de praktijk blijkt het nogal mee te vallen, maar waarschijnlijk is de bejaarde man er al een tijdje niet meer geweest. Het pad daalt door een dicht dennen-bos, met af en toe weidse panorama’s over de Taagkloof, af naar een recreatieterrein langs de rivier, dat zo te zien weinig of nauwelijks wordt gebruikt. Vanaf dit punt is het simpelweg stroomopwaarts. De afwezigheid van een pad maakt van dit traject een werkelijk ongerept stukje natuur. Eenmaal weer op de weg naar Molina ontmoet ik de Barcelonese arts weer, die niet opziet tegen een ritje naar Peralejos. Aldaar volgt nog een onaangename verrassing: de auto start niet. Onder de motorkap een hoop haren… een rat heeft aan de bougiekabels zitten knagen; ook dat is Alto Tajo. Een grijnzende bewoner heeft hier ervaring mee en na wat knutselwerk gaat het weer richting Molina.

Dit artikel is eerder verschenen in ESPANJE! (España & más nummer 4, jaargang 2013) en de informatie kan achterhaald zijn. Auteur: Jaap Scholten

banner abonnement espanje

Waar?

Het natuurpark alto Tajo ligt circa 200 kilometer ten zuidoosten van Madrid, en dus een kleine 2000 km van utrecht. Het dichtstbijzijnde vliegveld is Madrid, Van daar is het 3 uur met de auto.

Wanneer?

Voor een bezoek aan de Alto Tajo zijn het voor- of najaar het beste. In het voorjaar is er een overvloed aan bloemen en zijn er veel (trek)vogels, in het najaar kun je genieten van een spectaculaire bronstijd. De winterperiode is ronduit onherbergzaam.

Slapen

In en rond het natuurpark liggen twee campings: een bij Peralejos de las Truchas en een bij Orea. er is een goed aanbod aan hotels in o.a. Peralejos, Molina de Aragón en Zoarejas. Verder is er vrij veel en prima accommodatie in de categorie turismo rural. Informatie op www.turismomolinaaltotajo.com.

Bezoekerscentra

Het natuurpark Alto Tajo heeft vier bezoekerscentra: in Corduente, Orea, Zaorejas en Checa. Daar wordt goed geïnformeerd over (wandel)routes en andere activiteiten, en accommodatie en transport. De website van het natuurpark is www.turismomolinaaltotajo.com. routebeschrijvingen kunnen worden gedownload als pdf.

Doen

Behalve wandelen, wild en vogels kijken kan er in de Alto Tajo en omgeving prima worden gefietst (wel zelf menemen), gekajakt op het stuwmeer en paardgereden. Behalve de GR zijn er in het natuurpark verschillende kortere wandelroutes uitgezet.