Ernestina van de NoortDe Flamenco Biënnale staat weer voor de deur. Drie weken lang brengt festivaldirecteur Ernestina van de Noort het nieuwste op flamencogebied en kan het publiek genieten van hedendaagse producties waarin flamenco als kunstuiting vorm krijgt. Wij spraken alvast met Van de Noort en kregen nóg meer zin in deze editie.

Het is alweer de zevende editie van het inmiddels toonaangevende flamencofestival en het belooft een fantastische biënnale te worden. Eentje waarin we kennis kunnen maken met wat Van de Noort ‘een spannende, nieuwe generatie makers’ noemt.

Vernieuwers

Toen zij het festival in 2006 voor de eerste keer organiseerde, was dat ook om de vernieuwers van dat moment een podium te geven. In de jaren tachtig raakte Van de Noort net als de rest van Nederland- en dan met name vrouwelijk Nederland – in de ban van de typisch Spaanse flamenco. In 1985 maakte ze haar eerste reis naar Sevilla en besloot ze, nadat ze aan de Vertaalacademie in Maastricht eerder Frans en Engels had gedaan, Spaans te gaan studeren aan de UvA. “Ik was gegrepen door de flamenco en de Andalusische cultuur, die smeltkroes en wisselwerking tussen verschillende talen en culturen”. Na een uitstapje naar meer Latijns-Amerikaanse ritmes – ze organiseerde twee Cubaanse muziekfestivals – ontstond rond 2004-2005 het idee om een flamencofestival in Nederland op te zetten.

“Op dat moment was er al een lichting nieuwe makers opgestaan met Andrés Marín, Israel Galván en Belén Maya, die het overigens niet makkelijk hadden in eigen land. Er was ontzettend veel gaande in Spanje als het gaat om de flamenco, maar de vernieuwers kregen indertijd eigenlijk niet de plaats die ze verdienden in het reguliere circuit. Ik wilde ze die plek wel geven en een state of the art festival organiseren om Nederland te laten zien dat flamenco meer is dan noppenjurken en olé’s , maar dat het ook een kunstvorm is.”

“Mijn doel was die opkomende avant-garde een podium geven, ik zag toen met name die nieuwe flamencodansmakers pionieren en strijden voor andere en in die tijd gewaagde flamencovormen. Daarnaast wilde ik de ‘oerbron’ van flamenco, de ‘cante jondo’, de echte oude zang in pure staat brengen. Op muzikaal vlak wilde ik anderzijds ook de kracht van flamenco tonen, waar ze in staat is allianties en kruisbestuivingen aan te gaan met andere stijlen en genres. Ik houd van muzikale dialogen, het over de grenzen kijken. Dat is wat ik probeer te doen met onze eigen creaties, flamenco met nieuwe invloeden in aanraking brengen. Tot slot wilde ik dat het festival ook podium zou zijn voor Nederflamenco, flamenco van eigen bodem.”

Lees ook: Flamenco Biënnale 2019

50 voorstellingen, 10 steden en 25 locaties

Makkelijk is het niet geweest, geeft Van de Noort toe, ze heeft met name gedurende de eerste edities nogal wat vooroordelen moeten wegnemen. “Met de vijfde editie was er sprake van een kentering en werd het festival ook steeds meer wat ik vanaf het begin af aan al voor ogen had. Ik kreeg ook steeds meer enthousiaste respons van theaters die voorheen aarzelden te participeren, misschien toch vanwege de associatie met folklore. Ik heb ook echt naar ons publiek moeten zoeken, want de aficionados van de flamenco als volksdans is een heel ander publiek dan het kritische danspubliek of klassieke concertgangers, dat ik óók wil bereiken.”

Dat dat gelukt is wordt wel bewezen door de theaters waar de biënnale neerstrijkt: Muziekgebouw aan ‘t IJ, TivoliVredenburg, Theater Rotterdam, om er maar een paar te noemen. De zevende editie is bovendien de meest omvangrijke editie tot nog toe: 50 voorstellingen, 10 steden en 25 locaties.

Patricia Guerrero

De grote ster van deze editie is Patricia Guerrero, wier ontwikkeling Van de Noort op de voet volgt. “Sinds haar voorstelling ‘Catedral’ op de Biënnale in Sevilla in 2016 (waarvoor ze de prijs ‘Beste Voorstelling’ in de wacht wist te slepen, red.) is zij echt ontloken als vrouw en als artiest. Ze kijkt over de horizon en is ontzettend veelzijdig. Ze durft risico’s te nemen en dat past perfect bij het festival.” Als grote verrassing noemt Van de Noort rising star Vanesa Aibar. “Haar nieuwe werk gaat in wereldpremière bij ons in Theater Rotterdam. Ik hoop haar carrière een flinke duw te kunnen geven, echt een maker die thuishoort op de Biënnale. Tijdens een voorstelling in onze Intermezzo Flamenco Serie die we met het Concertgebouworkest organiseerden, verving ze op de valreep danseres Belén Maya, zo ontdekte ik haar. Ze deed dat zo fantastisch. Aibar is nieuwsgierig en gaat uitdagingen niet uit de weg. Ik verwacht veel van haar.”

This is not flamenco

Ook op de eigen creaties is Van de Noort trots. “Onder de noemer ‘This is not Flamenco’ – met een knipoog naar Magrittes Ceci n’est pas une pipe – presenteren we flamencovergezichten en nieuwe (co)producties. Zoals ¡Kick- Pluck – Planta – Tacón – Tap- Clap- Clack! onze festivalcreatie 2019, met Slagwerk Den Haag waarin flamencostar en fenomenale ritmebox Eduardo Guerrero en de slagwerkgroep elkaar uitdagen in een spannende percussieve battle. Of Luminescencia, onze tweede festivalcreatie 2019. Hier brengt de Irakees-Amerikaanse jazztrompettist Amir ElSaffar de flamencotraditie terug naar de bron van de oude Arabische maqams, met Gema Caballero (zang), Pablo Martin Jones (percussie) en het ook aanstormde talent Vanesa Aibar (dans). En tot slot DeDos van de Nederlandse pianist Tony Roe en de Spaanse flamencogitarist José Quevedo, die hun ontmoeting tijdens de Biënnale van 2015 dit jaar voortzetten.”

Nieuwe generatie

Opvallend is het talrijke vrouwelijke talent tijdens de aankomende Biënnale. “Makers die in de voetsporen treden van de pioniers als Andrés Marin en Israel Galván, die het festival respectievelijk openen en afsluiten”, aldus Van de Noort. Opvallend genoeg zie je dat de nieuwe lichting dansers, die na deze flamencorebellen komen, juist wat minder extreem is: ze hoefden niet meer te vechten (met uitzondering van Rocío Molina, die we in 2017 hadden, dat is weer een klasse apart). Ze zijn net zo avontuurlijk en vooruitstrevend, maar op een meer ingetogen manier. Een aantal van de artiesten die we tijdens de komende Biënnale kunnen bewonderen, geeft mij zeker het gevoel dat er weer het een en ander aan zit te komen: een spannende, jonge generatie flamencomakers. Dat zie ik trouwens ook op het kruisvlak van flamenco en jazz, daar is ontzettend veel gaande. De Bolita Big Band is daar een goed voorbeeld van, echt een feestje.”

Lees ook: Het ABC van de flamenco