Málaga is een no time een van de belangrijkste stedentripbestemmingen geworden. Met de komst van het Picassomuseum in 1993 is de toeristische opmars begonnen. Málaga profileert zich met meer dan twintig musea als museumstad bij uitstek.  Maar Málaga is meer: je kunt er heerlijk flaneren door winkelstraten en over boulevards en op de fiets ben je zo in het gezellige vissersdorpje Pedregalejo.

Zo’n jaar of twintig geleden was Málaga niet veel meer dan een aanvlieghaven voor strandgangers naar de Costa del Sol. Picassofans bezochten de stad wel een paar uurtjes om te kijken waar de grote Spaanse meester had gewoond; maar lang bleven ze er niet. De havenstad lonkte niet, de binnenstad was smerig en vol verkeer en er viel op het Gibralfarokasteel en het Alcazaba na weinig te beleven. Maar toen Málaga en Torremolinos twee aparte gemeenten werden, drong bij het stadsbestuur het besef door dat de stad ook zelf toeristen kon trekken. Om Culturele Hoofdstad van Europa te worden werd alles uit de kast gehaald. De vele prachtige oude panden in de binnenstad werden met EU-gelden in rap tempo opgeknapt en straten en pleinen werden opnieuw bestraat en autovrij gemaakt. De opknapbeurt trok veel jonge ondernemers aan. En zo kreeg Málaga er in de afgelopen jaren tal van nieuwe winkels, goede restaurants musea en een uitgangszone direct aan zee aan zee bij.

De barones en de burgemeester

De slagader van Málaga is de winkelstraat Calle Larios, waar het vooral in de vooravond altijd gezellig druk is. Straatartiesten uit de hele wereld vertonen hier hun kunsten, van de geijkte vuurvreters en levende standbeelden tot volledige strijkkwartetten. De terrasjes zijn aangenaam, maar de prijzen liggen een stuk hoger dan in de straatjes erachter. Hier is het vooral shoppen, kijken en bekeken worden. Ook voor originele winkeltjes moet je een paar straatjes verderop zijn. In de Calle San Juan bijvoorbeeld vind je een prima mix van traditionele oude zaakjes en hippe thee- en taartwinkels. Tussen deze straatjes en de Calle Larios prijkt een van de nieuwe boegbeelden van Málaga: het Carmen Thyssen Museum. Veel Spaanse steden aasden op de collectie die de Spaanse barones in de loop daar jaren had verzameld. Uiteindelijk koos ze voor Málaga omdat burgemeester Francisco de la Torre de beste lobby voerde en naar verluidt ook goed bevriend was met de barones. Er gingen zelfs verhalen dat de twee met regelmaat samen op stap gingen. De burgemeester wist de barones te verleiden om haar uitgebreide collectie 19e-eeuwse Spaanse kunst voor vijftien jaar ter beschikking te stellen aan zijn stad.

De trots van Carmen

De collectie van het Carmen Thyssen Museum bestaat uit 230 schilderijen en beeldhouwwerken die de Spaanse barones in de loop der jaren verzamelde, hoofdzakelijk werken van Spaanse schilders uit de 19e eeuw, aangevuld met doeken van oude meesters. Enkele bekende – en voor veel Nederlanders ook minder bekende namen – zijn Fortuny, Madrazo, Meufreu, Bernete, Carlos de Haes, Canals, Iturrino, Pla, Regoyas, Romero de Torres, Zuloaga en Sorolla. Een groot verschil met het werk uit dezelfde tijd van Franse impressionisten is het kleurgebruik. Dat is bij de Spaanse schilders vaak een stuk feller, waardoor veel schilderijen op ons soms wat kitscherig of goedkoop overkomen. Onder de toppers bevindt zich een Christusbeeld uit de 13e eeuw, een werk van Guillermo Gómez Gil, dat de barones in Londen op de kop tikte. Het museum is ondergebracht in het prachtig gerenoveerde 16e-eeuwse Palacio de Villalón. Loop vooral ook naar de bovenste verdieping waar het glazen dak een fraai uitzicht biedt op de aanpalende monumenten. Hier vind je ook prachtige originele houten plafonds die tevoorschijn kwamen tijdens de renovatie.

Málaga voor Picassofans

De collectie Thyssen bracht in Spanje veel opwinding teweeg. Vanaf de opening stonden de Spanjaarden in lange rijen voor de deur. Málaga ontvangt veel, heel veel Spaanse toeristen, sinds de komst van de hogesnelheidstrein vooral ook uit Madrid. Nederlandse bezoekers zullen waarschijnlijk veel meer plezier beleven aan het prachtige Picassomuseum en de plekken in de stad waar de Spaanse meester zijn sporen heeft achtergelaten. Het Picassomuseum dat in 1993 zijn deuren opende, heeft de stad vooral te danken aan de gulheid van de nazaten van Picasso, Christine en Bernard Ruiz-Picasso, die hun privécollectie aan het museum gaven en lenen. De 155 werken die in het in de binnenstad verstopte Palacio de Buenavista staan en hangen, vormen een mooie dwarsdoorsnede van het werk van de baanbrekende Spaanse meester. In de kelder van het complex zijn oude Arabische en Romeinse resten gevonden, de stille getuigen van de lange geschiedenis van Málaga. Fans van Picasso moeten ook even de Iglesia de Santiago binnenlopen aan de Calle Granados waar de kleine Pablo gedoopt zou zijn. Bij de entree staat zijn geboorteakte. Even verderop zie je gek genoeg een groot aantal flessen zonnebloemolie bij een altaar staan. Een gelovige heeft er zelfs een plastic zak vol flessen neergezet. Navraag leert dat rouwenden denken dat de geesten zo sneller opstijgen. Even verderop aan het Plaza de la Merced is het huis waar Pablo Picasso op 25 oktober 1881 ter wereld kwam en tot 1891 woonde. Ook hier hangt een aantal originele werken van de beroemdste Malagueño en van zijn vader, die schilderles gaf in Málaga.

Oude glorie

Málaga kent een lange geschiedenis die teruggaat naar de tijd dat de Feniciërs rond 500 voor Christus de nederzetting Malaca stichtten aan de monding van de rivier de Guadalhorce even te westen van de huidige stad. Wegens overstromingen moesten de Feniciërs uitwijken naar hoger gelegen gedeelten en kwamen ze terecht op de heuvel die momenteel het centrum van Málaga domineert, de Gibralfaro. Onder de Romeinen en in de Moorse tijd was Málaga een belangrijke havenstad. Vooral onder de heerschappij van de Nasriden in de 14e en 15e eeuw werd veel handel gedreven met Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Uit die tijd dateert de vesting Gibralfaro die hoog uittorent boven de stad. Het voormalige Moorse paleis is te bereiken met de hop-on hop-of-bus. Vanaf deze plek heb je een fantastisch uitzicht op de haven, de zee en de stad en het lager gelegen 11e-eeuwse Alcazaba dat door een met muren omgeven pad met het Gibralfaro is verbonden. Volgens archeologen en andere kenners moet dit paleis ooit nog mooier zijn geweest dan het Alhambra in Granada, maar nu is er weinig van de vroegere pracht over. Voor het Alcazaba ligt het Teatro Romano dat in de jaren vijftig van de vorige eeuw ontdekt werd tijdens de bouw van het Casa de la Cultura.

Tapas of krokodil?

Tegenover het Romeinse theater is een van de populairste restaurants van de stad, taberna El Pimpi. Met het terras in de zon met uitzicht op het Alcazaba is het de ultieme toeristenrekker, maar ook de lokale jeugd komt hier graag ‘s avonds een tapaatje eten en een wijntje drinken. Jarenlang kwam je hier alleen voor de sfeer en moest je voor lekker eten elders zijn, maar de kaart is gepimpt en je kunt er nu zeer smakelijke lokale lekkernijen eten zoals pata negra ham en rabo de toro, stierenstaart. De nieuwe droge wijnen uit de regio Málaga maken het helemaal af. Ga ook even binnen kijken. Op de fusten die hier staan hebben beroemdheden hun naam geschreven. Toch leuk om te weten dat ook Antonio Banderas hier regelmatig aan de bar heeft gezeten. Een andere pleisterplek van deze beroemde zoon van Málaga is restaurant Mariano. Banderas, die zijn geboortestad jaarlijks bezoekt tijdens Semana Santa, is zelfs eigenaar van het pand. Vanaf het grote terras in het hartje van het centrum zie je het stadsleven aan je voorbijtrekken. Probeer de specialiteit van het huis, in zout gebakken vis; zo zacht als boter… Wie Spaanse sferen zoekt, maar niet elke avond Spaans wil eten, is bij Vino Mío aan het juiste adres. Dit restaurant van de Nederlandse Hélène Mostertman heeft een zeer gevarieerde internationale kaart met wokgerechten, saté en zelfs krokodil en kangoeroe. En een paar dagen per week staat er ook gratis flamencomuziek op het menu.

Fietsen langs het strand

Een van de leukste manieren om ook de rest van de stad en voorsteden te verkennen, is een fietstoer. Bij Málaga Bike Tours & Rentals by Kay Farrell werken Nederlandse gidsen die je in 3,5 uur de stad laten zien en je veel kunnen vertellen over Málaga. Erg leuk om mee te beginnen, want ze weten niet alleen alles over de geschiedenis van Málaga maar verklappen ook waar de leukste adresjes zijn. De tour kost €25. Je kunt echter ook gewoon een fiets huren bij Málaga Bike Tours en zelf op pad gaan. Voor een halve dag kost dat slechts €5. De meest voor de hand liggende tocht voert naar het even ten oosten van de stad gelegen oude vissersdorp Pedregalejo. Het eerste stukje gaat over de palmenboulevard tot je uitkomt bij het stadsstrand La Malagueta, dat zelfs op mooie winterdagen al vol ligt met zonaanbidders. Als je het treft word je hier aangesproken door een van de Chinese masseuses die je voor €20 van top tot teen een verkwikkende massage in de zon kunnen geven. Vanaf hier kun je verder fietsen over de boulevard aan het strand die doorloopt tot Pedregalejo. De zon op je gezicht, de wind door je haren; dit is genieten! Vergeet de zonnebrand niet want voor je het weet, keer je als een kreeft terug naar huis. In Pedregalejo is een keur aan restaurants met terrasjes waar sardientjes worden geserveerd die voor je ogen worden gerookt in houten bootjes op het strand. Een chardonnaywijn uit de streek erbij en het genot is compleet. Beter kun je een bezoek aan Málaga niet afsluiten.

Dit artikel is eerder verschenen in ESPANJE! (España & más nummer 2, jaargang 2011) en de informatie kan achterhaald zijn. Auteurs: Jos Schuring, Marjan Terpstra.

Oefen je Spaans met deze samenvatting over Málaga, hippe museumstad.

Over de auteurs:
Jos Schuring is hoofdredacteur van theatermagazine Scènes, was in het verleden eindredacteur van España & más en schrijft daarnaast ook voor kranten en tijdschriften. Marjan Terpstra studeerde Spaanse Taal- en Letterkunde in Groningen en begon in 2011 España & más, nu ESPANJE!

Meer lezen?

Andalusië

Andalusië heeft zeer diverse toeristische trekpleisters. Voor de cultuur- en geschiedenisliefhebbers zijn er de historische steden zoals Granada, Sevilla, Cádiz en Córdoba en de prachtige moorse witte dorpjes. Ook Málaga is een populaire stad voor een stedentrip. Voor sportieve toeristen en natuurliefhebbers is er de bergketen Sierra Nevada, met een omvangrijk net van wandelroutes, mogelijkheden voor alpinisme en in de winter uitgebreide wintersportmogelijkheden. En strandliefhebbers strijken neer aan de Costa del Sol.

Tarifa: aangename Andalusische verrassingkitesurfers vliegers strand zee mensen

Tarifa, te ver voor een lang weekend? Welnee! Je bent met een lowcost airline in een paar uur in Málaga. Auto huren op het vliegveld en als een streep naar het zuiden. Daar wacht je een aangename Andalusische verrassing: Tarifa, puur Spaans, puur natuur, puur… alles!