Barcelona als fietsstad. Dertig jaar geleden leek dat onmogelijk in de stadsjungle van auto’s en veel, heel veel brommers, scooters en motoren. Maar elk jaar komen er meer fietsers bij. Het eerste fietspad werd ooit op de Avinguda Diagonal aangelegd. Reden voor een rijwieltocht over die langste straat, die een perfecte dwarsdoorsnede
vormt van de stad.

De manier waarop het krantenbericht is geschreven verraadt al de onwennigheid met het fenomeen. Het is oktober 1990. ‘De eerste speciale rijbaan voor fietsers, over drie kilometer aangelegd op de Avinguda Diagonal, is gisteren officieel door de burgemeester geopend. De rijbaan kan dagelijks gebruikt worden. Het circuit heeft ook drie parkeerplaatsen voor fietsen.’

Lees ook: 10 x zien en doen in Barcelona

Dwarsdoorsnede van de stad

Het was geen groot nieuws. De reacties waren nogal lacherig. Burgemeester Pasqual Maragall was in zijn preolympische koorts gek geworden, hij dacht dat zoiets nodig was, een fietspad. Wel eentje redelijk buiten het centrum, trouwens, om het andere verkeer en de voetgangers niet te veel te hinderen. Die drie kilometer waren getrokken over het brede voetpad tussen het Plaça de Francesc Macià en het Parc de Cervantes; een fietspad dat langs bijna alle gebouwen van de universiteit van Barcelona liep. De studenten zouden misschien dankbare gebruikers worden. Maar, zo luidden de reacties, wat moesten zij als dat fietspad ophield? Zich tussen het verkeer wagen, wat gelijkstond aan zelfmoord?

Inmiddels heeft de volledige Diagonal, over zijn ruim tien kilometer lengte van de ‘hoge’ kant in het zuidwesten naar het zeeniveau in het noordoosten, een dubbel fietspad, in beide richtingen. Wie geen haast heeft en bereid is regelmatig te remmen voor voetgangers die massaal uit bussen springen, of te wachten voor de talloze stoplichten onderweg, kan op de fiets in een paar uur alle verschillende gezichten van de Diagonal en de belendende straten en wijken ontdekken. Van toeristische trekpleisters als de Sagrada Família en het Camp Nou tot tientallen minder bekende juwelen, vooral gebouwen afkomstig uit de modernismegolf van ruim een eeuw geleden plus de nieuwste staaltjes architectuur. Onderweg zijn er barretjes en restaurants genoeg, ook aan de Diagonal zelf.

Lees ook: fietsen in Barcelona

Duur en chic

De rit begint boven aan de Diagonal, het hoogste deel, waar de verkeers-ader steeds breder wordt en als snelweg richting Tarragona, Lleida en Madrid de stad verlaat. Het Parc de Cervantes is vooral in het voorjaar en zomer een bezoek waard, als de veelvuldig bekroonde rozentuin in volle bloei staat. Daarnaast ligt een blok luxe flats met het hoogste huisnummer van de lange avenue, 698-706, het enige woningcomplex in een deel van de straat dat wordt gedomineerd door de faculteiten van de Universitat de Barcelona (UB) en de Universitat Politècnica de Catalunya (UPC). De reeks gebouwen wordt slechts onderbroken door een ander rustgevend park, dat van het Palau Reial de Pedralbes, vroeger verblijf van de koningen. Pedralbes is ook de naam van de omringende wijk, het duurste en chicste deel van de stad. Veel groen, flats waaraan vanbuiten niet te zien is dat ze vanbinnen meer dan tweehonderd vierkante meter groot zijn en een flink aantal vrijstaande huizen, kleine paleizen soms, die miljoenen euro’s kosten.

Franco Avenue

Dit zuidelijke deel van de Diagonal is pas tussen de jaren vijftig en zeventig ontstaan. Tot die tijd eindigde de boulevard bij de nu grote rotonde van het Plaça de Francesc Macià, wat vanwege alle politieke perikelen alweer de vierde naam van het plein is sinds zijn aanleg in 1932. Zoals vaker in de geschiedenis van de stad benutte Barcelona een groot internationaal eve-nement om een bepaald deel van de metropool een facelift te geven. Het Internationaal Eucharistisch Congres van 1952, het eerste en langverwachte katholieke samenzijn na een jarenlange onderbreking vanwege de Tweede Wereldoorlog, trok tienduizenden mensen naar de stad en betekende voor het Franco-regime de opening naar de rest van de wereld. Op dit onverharde deel van de Diagonal, waar de missen en bijeenkomsten moesten wor-den gevierd, werd een enorme krottenwijk gesloopt. De bewoners kregen nieuwe huisjes elders in de stad. Het gebied moest ook geplaveid worden. De Diagonal kreeg daardoor een nieuw, modern aanzicht, en werd daarna ook gebruikt voor een jaarlijkse autorace die soms 400.000 mensen trok. Officieel heette de straat toen Avenida del Generalísimo Francisco Franco, zoals hij eerder al de Avenida de Alfonso XIII werd genoemd, afhankelijk van wie er in Madrid aan de macht was. Maar Gran Vía Diagonal was de oorspronkelijke naam die ingenieur Ildefons Cerdà, de net zo miskende als magistrale ontwerper van het grote uitbreidingsplan van de stad, aan de enige schuin lopende straat door zijn rechtlijnige schaakbord van de Eixample had gegeven. Het was ook de naam die in de volksmond altijd was blijven bestaan en in 1979 in ere werd hersteld.

Tuinflat

Al werden er incidenteel paleizen gebouwd door rijke Barcelonezen, de echte transformatie van het hoge deel van de Diagonal voltrok zich in de jaren zeventig en tachtig met de terugkeer van de democratie en de intrede van de banken als de nieuwe, machtige ondernemingen van het land, die hun rijkdom graag met opvallende hoofdkantoren wilden tonen. La Caixa de Pensions, de grootste spaarbank van Catalonië, zette in 1982 twee zwarte torens neer, schuin tegenover het opvallende gebouw uit 1976 van – toen – de Banc Industrial de Catalunya, een verticale tuin waar nog altijd honderden planten weelderig van de balkons hangen. Architect Josep Maria Fargas, overleden in 2011, kreeg de opdracht voor het ontwerp van dit gebouw. ‘De bankdirectie vroeg me wat ik het meest emblematische gebouw van de Diagonal vond. “De Casa de les Punxes,” zei ik. “Nou, ontwerp dan voor ons het beste modérne gebouw van de Diagonal.”’ Omdat de toenmalige burgemeester Josep Maria de Porcioles in zijn ongeremde bouwwoede talloze parken had laten verdwijnen, kreeg Fargas het idee van die han-gende tuin, met allemaal inheemse planten, soms gewoon onkruid dat ook tussen de straatstenen groeit. ‘Want het moesten wel allemaal planten zijn die hier zonder veel moeite konden overleven,’ aldus de architect.

Liggende wolkenkrabber

Op dit ruim 3,5 kilometer lange deel van de Diagonal hebben de fietsers alle ruimte. De stoep, eigenlijk een tien meter brede promenade, waarop de lijnen van het dubbele fietspad zijn getrokken, is het eerste stuk fietspad van de stad. Echt druk is het niet aan deze door kantoren gedomineerde kant van de Diagonal. Meer volk is er aan de overkant, met het grote warenhuis El Corte Inglés en een ander architectonisch hoogstandje, het winkelcentrum l’Illa. Het langgerekte witte gebouw werd in 1993 gepresenteerd als een op zijn kant gelegde wolkenkrabber. Het is een van de opvallendste en origineelste overdekte winkelcentra van de stad, aan de rand van de wijk Les Corts op de overgang van de grote woningen van de rijken naar de smalle straatjes van een volkswijk. Eenmaal het winkelcentrum voorbij, de laatste honderden meters tot het Plaça de Francesc Macià, verrijzen de eerste flats en ondergaat de Diagonal een transformatie naar een meer residentiële, iets leefbaardere straat. Na de rotonde versmalt hij van twaalf tot veertien rijbanen tot tien, en neemt vooral door de vele stoplichten de snelheid van het verkeer af.

De zijstraatjes in

Tijd voor een drankje, dat de bourgeoisie van Barcelona tot het voorjaar van 2013 altijd bij Sándor nam, een café aan het Plaça de Francesc Macià op de benedenverdieping van het imposante Edifici Ferrer i Cajigal (1935), een langgerekt wit gebouw dat aan Parijs doet denken. De zaak was nog nooit één dag gesloten geweest tot in maart 2013 onder meer de crisis ook deze klassieke bar de das omdeed. Dus moet de fietser een van de zijstraatjes induiken – met 11.000 horecagelegenheden in de stad is er altijd wel een in de buurt. Een erg toepasselijk café (vanwege de naam), en tegelijk ook een klassieker, is de bar Velódromo, enkele straten verderop in de Carrer de Muntaner. Het ligt net opzij van de Diagonal en heeft een aantrekkelijk art-deco-interieur dat na jaren van sluiting in oude glorie is hersteld. Terug op de Diagonal is al snel te merken dat dit meest centrale, oudste (1881) en monumentale deel van de majestueuze avenue, van het Plaça de Francesc Macià tot de kruising met de Passeig de Gràcia, voor fietsers geen pretje is. Ze moeten er de smalle ruimte delen met voetgangers, geparkeerde moto-ren, krantenkiosken en bushaltes. De irritatie tussen fietsers en voetgangers kan er flink oplopen en al jaren studeert de gemeente op plannen om dit centrale deel van de Diagonal opnieuw in te richten, inclusief het doortrek-ken van de trambaan en een apart fietspad op de rijbaan.

Modernistische praal

Het is wel een bijzonder deel van de avinguda, met de allereerste bebouwing tussen de Passeig de Gràcia en de Carrer de Pau Claris. Twee monumentale, modernistische panden liggen er bijna recht tegenover elkaar: het Casa Comalat en het Palau del Baró de Quadras. Het eerste loopt door tot de straat erachter, de Carrer Còrsega – en ook daar is de gevel het bewonderen waard. Vanuit dat centrale punt begon de Diagonal naar beide kanten uit te breiden, waarbij de grote, historische textielfabriek Vilumara in 1907 gesloopt moest worden om vrij baan te maken voor die diagonale boule-vard. Terwijl architect Antoni Gaudí het druk had met de Sagrada Família en zijn betoverende woningen aan de Passeig de Gràcia (het Casa Batlló en Casa Milà), vroegen de notabelen en rijken van de stad Gaudís modernistische leerlingen of collega’s om voor hen ook zo’n mooi pand te bouwen. Het centrale deel van de Diagonal staat er vol mee. Op de hoek met de Carrer d’Enric Granados, een van de leukste straten in de Eixample omdat er nau-welijks ruimte voor auto’s is, staat het Casa Sayrach, dat nog altijd voor een deel in bezit is van de kleinzoons van chirurg Miquel Sayrach. Deze liet het in 1915 door zijn eigen zoon, architectuurstudent Manuel, bouwen.

Geen Spaanse vlag

Een van diens zonen, ook Manuel geheten, woont op de eerste verdieping van het bijzondere gebouw. ‘Dit huis is heel erg Gaudí, maar mijn vader paste er zijn eigen theorie van het licht op toe. Het licht moest op allerlei manieren overal binnenkomen, soms via spiegels of andere reflecties,’ vertelt Manuel. Hij heeft in zijn lange leven van alles meegemaakt op de Diagonal. ‘Het ergste waren de optochten van Franco. De tribune stond hier altijd voor de deur, maar wij weigerden de Spaanse vlag op te hangen. Voor ons, Cata-lanen, was het afgrijselijk aan een straat te wonen die Generalísimo Franco heette; thuis hebben we altijd Diagonal gezegd.’
Iets verderop aan de overkant kijkt de pecera (viskom) uit over de Diagonal. Het is de bijnaam van het opvallende, enorme, ovale raam van het Casa Pérez Samanillo, sinds 1950 het luxueuze clubhuis van de Círculo Ecuestre op de hoek met de Carrer de Balmes. Het is een exclusieve club waar niet iedereen zomaar lid van kan worden. Vier leden moeten je introduceren en de eerste betaling is 12.000 euro. Stropdas verplicht. Eén straat verderop liggen naast elkaar de kerk en het klooster van Pompeya, waar de kapucij-ner monniken nog altijd hun mis houden en armen bijstaan. Het is met een dominicanenkerk honderd meter verderop een van de weinige religieuze plekken aan de Diagonal.

Enkele tientjes huur

Als fietser kun je hier makkelijk uitzwerven, aan de ene kant liggen de smalle en fietsvriendelijke straatjes van de wijk Gràcia, aan de andere de Eixample in zijn meest authentieke vorm. Het is het grootste ‘district’ van Barcelona, dat schaakbord met liefst vierhonderd kruisingen, en misschien daarom ook een allegaartje van bewoners en gebruikers. Veel woningen, zeker aan de duurste straten, zijn kantoorpanden geworden, ook omdat ze met meer dan tweehonderd vierkante meter te duur zijn voor veel bewo-ners. Tegelijkertijd is de Eixample de wijk met de meeste oude inwoners van de stad. Een kwart van de mensen ouder dan negentig jaar woont in de Eixample, veelal alleenstaande weduwen die al hun hele leven in hetzelfde huis wonen en er de oude huur nog betalen, niet meer dan enkele tientallen euro’s per maand. De huiseigenaren wachten met smart op hun dood om dezelfde woning na een opknapbeurt voor een veelvoud te kunnen gaan verhuren.

Àngela, Josefa en Rosa Terrades i Brutau, de drie beroemdste weduwen van de wijk, wonen in ieder geval niet meer in de woning die elk van hen in 1905 van hun ouders kreeg. Het was een bijzonder pand dat architect Josep Puig i Cadafalch voor hen ontwierp, het Casa Terrades, beter bekend als het Casa de les Punxes vanwege de puntige daken. Een zes verdiepingen hoge sprookjestoren beslaat een compleet, driehoekig blok op de kruising met de Carrer del Rosselló en Carrer de Roger de Llúria. Het is een paleis met drie aparte ingangen, een voor elke dochter. Nu is het eigendom van een bank.

Dit artikel is eerder verschenen in ESPANJE! (nummer 2, jaargang 2014) en de informatie kan achterhaald zijn. Auteur: Edwin Winkels 

banner abonnement espanje

Lees ook:  León: de perfecte tussenstop of dagtrip