De Nederlandse Herman Rienstra en zijn Braziliaanse vrouw Karla, de eigenaren van hotel El Baciyelmo in Trujillo, zijn uitgeroepen tot ‘de beste ondernemers van het jaar’  tijdens het jaarlijkse gala van het ondernemersnetwerk ‘Red Empresarial Cáceres’. Zij wonnen de prijs voor het beste bedrijf in de toerismesector dit jaar. Ze werden geprezen om hun niet aflatende inspanningen het hun gasten naar de zin te maken. Ondanks de pandemie bleven ze investeren in het moderniseren en verbeteren van hun studio’s.

Tijdens dit jaarlijkse gala van de provincie Cáceres worden prijzen uitgereikt in 19 verschillende sectoren zoals industrie, service, toerisme, landbouw, enzovoorts. Om in aanmerking te komen moet een bedrijf een flink aantal jaren stabiel succesvol en innovatief werken. Eerder dit jaar werden de eigenaren door de ondernemersvereniging van Trujillo, ASEMTRU, al uitgeroepen tot  ondernemers van het jaar 2021.

 

Al 17 jaar in Trujillo

Zeventien jaar geleden besloot Herman Rienstra de stap te wagen. Hij woonde al een tijdje in Cádiz en zijn werk als vormgever viel perfect te combineren met een verblijf in de zuidelijke zon. Rienstra: ‘Veel Nederlandse klanten van me hadden niet eens in de gaten dat ik niet in Nederland zat.’ Hij wilde samen met Karla wel iets kopen, maar Cádiz was te duur. Zo kwam hij terecht in het vier uur noordelijker gelegen Trujillo, een stad met nog geen 10.000 inwoners in het hart van de Extremadura, in oppervlakte even groot als Nederland maar met maar 1,1 miljoen inwoners.  Ze doopten hun studiohotel El Baciyelmo verwijzend naar een verhaal uit de Don Quijote, waarmee wordt aangegeven dat niets is wat het lijkt. Want als je buiten staat zou je niet vermoeden dat er achter de gevel luxe appartementen schuilgaan met een zwembad en een tuin waar de vogels druk kwetteren.

Karla en Herman

Karla en Herman bij de uitreiking van Asemtru

 

Rondleiding door Trujillo

In 2016 waren we voor een reportage in ESPANJE! in Trujillo en liet Herman ons zijn stad zien. Om te beginnen het Plaza Mayor, dat een vreemde asymmetrische vorm heeft. Het plein wordt gedomineerd door een gigantisch ruiterstandbeeld dat is opgericht voor de ‘held’ van de stad, Francisco Pizarro, de veroveraar van het Incarijk en stichter van de stad Lima. ‘Eigenlijk kan het Pizarro helemaal niet zijn’, beweren boze tongen volgens Herman. ‘De ruiter die onverschrokken op zijn paard zit. zou niet de juiste helm, noch wapenuitrusting voeren en ook op een veel te log paard zitten.’

Hoe dan ook, Pizarro bracht grote rijkdommen naar het straatarme Extremadura. Hij en zijn familie lieten grote paleizen bouwen. Een daarvan staat aan het Plaza Mayor en is nog steeds in handen van de nazaten van Pizarro. ‘Als er een familiefeest is, wordt het huis helemaal versierd en opgepoetst’, vertelt Herman, ‘maar voor de rest laten ze het vervallen. Zonde want je zou er een prachtig museum van kunnen maken.’

Aan musea over Pizarro en de conquista overigens geen gebrek In Trujillo. Zo kun je zijn geboortehuis bezoeken en een spiksplinternieuwe expositiezaal vlak achter het Plaza Mayor. Maar als wij er langs lopen zijn ze dicht en ze hebben niet allemaal vaste openingstijden. ‘Abierto mañana  y tarde’ meldt het bordje van een museum.

Dit artikel is geschreven door de redactie van het tijdschrift ESPANJE! Wil je meer verhalen lezen over Spanje, bestel het tijdschrift dan HIER

Hoekje om te zoenen

We lopen verder naar het oorspronkelijke Romeinse en later Moorse fort dat boven de stad uittorent. Vanaf daar hebben we een geweldig uitzicht op de omgeving. ‘Bij helder weer kun je zelfs de besneeuwde toppen zien van de Sierra de Gredos, ruim tachtig kilometer verderop, vertelt Herman. Rond de stad zien we allemaal muurtjes en paden. ‘Hier loopt de trashumancia langs’, weet Herman, ‘paden die herders gebruikten om in de zomer naar het noorden te trekken om daar hun vee te hoeden. Toeristen kunnen delen van de paden nu gebruiken voor een wandeling. Er loopt ook een mooie route om de stad heen.’

Na onze stadswandeling neemt Herman ons mee naar restaurant ‘7 de Sillerias’ van een van de Spaanse vrienden die hij in de stad gemaakt heeft. Paco  pakt flink uit met een groot bord vers gesneden fantastische Jamón Iberico de Bellota en andere lokale specialiteiten. Als we terug naar het hotel lopen wijst Herman op een kapotte lantaarn: ‘Dat hebben jongeren gedaan omdat ze graag een donker hoekje willen om te kunnen zoenen. Thuis mag het niet. Het is hier nog aartsconservatief.’

B&B El Baciyelmo Studio

Een van de kamers in El Baciyelmo

Koekjes van de nonnen

De volgende dag maken we nog een klein rondje door de stad voor we weer de weg opgaan. We lopen naar de Parador, een prachthotel in het 16e-eeuwse Santa Claraklooster.  De binnenplaats is een prima plek voor een kop koffie, maar slapen doen we liever bij Herman, met een 9,8 op Booking.com onbetwist het beste hotel van de stad. Teruglopend naar El Baciyelmo komen we langs een klooster waar we via een luikje koekjes bij de nonnen kunnen kopen. We bellen aan en horen een stem. Even later gaat er een deur open en komt er een piepklein oud nonnetje naar buiten dat net tot boven onze navel reikt.  Ze  vertelt dat ze het klooster runnen met vier oude Spaanse nonnen en zes Keniaanse jonge vrouwen, die ervoor zorgen dat er elke dag verse koekjes worden gebakken. Ze laat ons alle koekjes zien en het borduurwerk dat de nonnen hebben gemaakt. We kopen amandelkrullen en krijgen van haar nog gratis een grote zak met ouwelresten mee. Na afscheid van Herman en Karla, zetten we koers naar het zuiden. Op naar andere avonturiers die een nieuw leven begonnen in Spanje.