Direct over de grens met Frankrijk vind je in Catalonië de mooiste wijngebieden. Steeds meer bodega’s openen hun deuren voor gasten: je kunt proeven, kopen, paardrijden, fietsen, wandelen, lunchen maar ook fantastisch overnachten midden tussen de wijngaarden.

Het is een geweldige manier om Catalonië te ontdekken: van bodega naar bodega trekken. Je zit midden in de natuur en kunt ondertussen de heerlijkste wijn proeven en verhalen horen over eeuwenoude bodega’a waar familie al generaties lang druiven tellen en wijnen maken.

In harmonie

La Vinyeta, gelegen in het hart van de D.O. Empordà, is zo’n oude wijngaard. We worden er met open armen ontvangen door Marta, die hier samen met haar man Josep biologisch boert. Toen zij het wijngoed een paar jaar geleden kochten, waren de omwonenden bang dat ze overal de bezem door zouden halen. Maar vooral: dat ze de oude olijfbomen zouden omhakken om er ook wijnranken te planten. Maar dat hebben ze niet gedaan. Ze proberen hun wijngoed zo goed mo- gelijk in harmonie met de natuur te beheren. En maken nu behalve wijn ook olijfolie, van bomen die hier soms al vijf eeuwen staan. Inmiddels houden ze midden op hun landgoed ook vijfhonderd kippen, die ze voeden met de schillen en de pitten van de druiven.

Als we aan komen lopen is het een gekakel van jewelste. De kippen en eieren worden gekocht door de ouders van Marta, die even verderop een slagerij hebben. We zijn er in de vroege ochtend, jammer, want de lunch met eigengemaakte embotits en formatges en de heerlijkste wijnen voor €16,50 hadden we graag willen meemaken. Na een korte proeverij verlaten we het landgoed met een fles Sols, een zoete rosédessertwijn gemaakt van gedroogde rode en witte garnachadruiven van tachtig jaar oude wijn- stokken. Per jaar worden er maximaal duizend van gemaakt. Kijk, dan heb je echt iets bijzonders!

Mystieke sfeer

Via het oude wijnstadje Perelada en Figueres, de stad van Dalí, rijden we door naar Finca Bell-Lloc. Over stoffige slingerweggetjes komen we bij een prachtig landgoed met een oud landhuis. Behalve de wijnranken wijst niets maar dan ook niets erop dat hier wijn wordt gemaakt.

We worden ontvangen door Miguel, die heel geheimzinnig doet. In de verte zien we de zee liggen maar verder herinnert niets hier aan de drukke Costa Brava. Na een korte wandeling door de wijngaarden neemt Miguel ons mee naar zijn heilige der heiligen: ondergronds in de heuvels geïntegreerde wijnkelders, kortgeleden gebouwd met roestbruine stalen platen. Er hangt een mystieke sfeer omdat er alleen wat licht binnenkomt via spleten in het plafond. Miguel neemt ons daarna weer mee naar het terras van het landhuis, waar we met uitzicht op de landerijen, cipressen en de zee in de avondzon genieten van de wijnen. Lichtelijk jaloers kijk ik naar het verliefde stelletje dat een tafeltje verderop aan hun aperitief zit. Zij hebben hier een kamer geboekt en hun wachten een experiencia gastrónomica en een romantische nacht op de oude finca. Later kijk ik op de site: voor €220 kun je hier een kamer krijgen, met ontbijt en diner. Die onthouden we voor de volgende keer. Ons wacht nu een andere romantische ervaring.

Lees ook: Puur prachtig Priorat: wijn en wandelen

Sprookjesfee

Op een heuvel met aan een kant uitzicht op de Montserrat en aan de andere kant een bos ligt La Garriga de Castelladral. De familie Roca Barbé kocht hier eind jaren negentig een bouwval en maakte er een sprookjeshotel van. We worden ontvangen door dochter Núria, de goede fee die ons die avond in de watten legt. Eerst laat ze het huis zien dat met grote zorg is gerestaureerd door haar vader, die architect is.

In de 19e eeuw was deze mas het centrum van de wijnproductie van deze regio. De fylloxera had toen al flink huisgehouden in Frankrijk, maar hier had de druifluis nog niet toegeslagen, wat tijdelijk een grote bloei van de wijnbouw in Catalonië tot gevolg had. In het hotel zijn oude elementen als keramieken wijnvaten en de olijfmolen intact gebleven. We kijken onze ogen uit. Na een duik in het zwembad worden we verwend met een diner gemaakt van lokale producten. Wat jammer dat we de volgende ochtend alweer vroeg op moeten, want we waren hier graag nog even gebleven. Bijvoorbeeld om een tocht door de omgeving te maken op de paarden die Núria verhuurt, of voor een paar uurtjes spa die je privé kunt afhuren.

Ode aan Bacchus

We vertrekken naar weer zo’n plekje waar je anders nooit zou komen. Bodegas Abadal ligt verscholen in een prachtig glooiend boslandschap. We zijn in de D.O. Pla de Bages, een wijnstreek die wij in Nederland nog nauwelijks kennen maar die zijn naam dankt aan de Romeinse god van de wijn, Bacchus. Hier wordt dus al heel wat jaartjes wijn gemaakt. Op dit wijngoed om precies te zijn al dertig generaties lang. In de 12e eeuw kwam de bodega in handen van de familie Roqueta, die nu nog steeds eigenaar is. Ramón Roqueta, de jongste telg uit de familie, vertelt in vloeiend Engels met trots over zijn wijnen. Abadal doet er alles aan om het wijntoerisme in de D.O. Pla de Bages op de kaart te zetten: je kunt ontbijten in de wijngaard, een route van anderhalf uur lopen door de wijnvelden en daarna lunchen. Ze kunnen zelfs een ballonvaart boven de wijnvelden voor je regelen. De D.O. Pla de Bages probeert het historische wijnerfgoed in oude glorie te herstellen.

Zo worden de stenen huisjes die overal tussen de wijngaarden stonden als schuilplaats voor de landarbeiders, casots of barracas de vinya genoemd, gerestaureerd. Na een korte rondleiding van Ramón langs de wijnvaten, waarbij we ook zelf even de net geoogste druiven mogen aanstampen, gaan we de landerijen in met Marta, die ook al zo goed Engels spreekt. Ze vertelt zo beeldend en enthousiast over wijn en wijnproductie dat ze zelfs verwoede bierdrinkers zou kunnen bekeren.

Perfect massatoerisme

Je zou zeggen dat het verveelt, elke dag weer andere wijnhuizen bezoeken, maar niets is tot nu toe minder waar. Elke keer worden we weer verrast. Dat is zeker ook het geval bij Codorníu, samen met Freixenet de grootste cavaproducent ter wereld. In totaal produceert Codorníu maar liefst veertig miljoen flessen cava per jaar. Het wijntoerisme is hier tot in de puntjes geperfectioneerd. Alleen al vanwege de prachtige gebouwen van de modernistische architect Josep Puig i Cadafalch is een bezoek aan deze wijnmaker in Sant Sadurní d’Anoia de moeite waard.

Je kunt fietsen huren om door de wijnvelden te toeren, maar wij kiezen voor een rondleiding over het relatief kleine terrein, dat grote geheimen blijkt te herbergen. In een klein groepje kijken we in een intieme bioscoopzaal eerst naar directeur María del Mar Raventós, die vertelt dat de geschiedenis van de wijnmakerij teruggaat tot 1551. Op een document uit die tijd wordt Jaume Codorníu vermeld als eigenaar. In 1659 huwde Anna Codorníu met Miquel Raventós. Sindsdien is het bedrijf in handen van de familie Raventós. In 1872 bottelde Josep Raventós de eerste flessen Spaanse ‘champagne’. De cava was geboren.

We voelen ons meteen welkom door het filmpje met de aardige mater familias en worden vervolgens meegenomen in een treintje om de modernistische architectuur te bewonderen. Codorníu kiest bewust voor deze manier van rondleiden. Zo heb je het idee dat je met een kleine groep bezoekers bent terwijl ze in werkelijkheid honderden bezoekers per dag ontvangen. Dan duiken we de kelder in. Ook daar staat weer een trein op ons te wachten. Geen overbodige luxe, want de cava’s rijpen in een gangenstelsel van maar liefst 38 kilometer lengte. Een prachtlocatie voor halloween opperen we. ‘O, maar dat organiseren we hier elk jaar al,’ vertelt onze gids. Hoewel ik geen fan ben van cava en van massaproductie, ben ik zwaar onder de indruk.

Lees ook: 13 x weetjes over cava

Wijnzeilen

Vlak bij de kust maken we nog een laatste stop, bij bodega Torre del Veguer. We hebben geluk, er wordt net geoogst, dat maakt een bezoek nog net iets leuker. Het is een plaatje. Het kasteel, de wijnranken en de zee op de achtergrond. Maar eerlijk gezegd slaat de bodegamoeheid nu wel een beetje toe. Tot we worden meegenomen naar een klein zaaltje in het kasteel, waar tot mijn grote verrassing originele prenten van Dalí hangen.

De kunstenaar was een vriend van de familie, vandaar. En omdat de kunst geen bezit is van de erven Dalí maar van de bodega, mogen we de prenten gewoon op de foto zetten, wat normaal bij werk van Dalí ten strengste verboden is. Na een korte proeverij vertrekken we naar de haven van Vilanova i la Geltrú, voor de kers op de taart. Sommelier Xavier Roig neemt ons mee op een zeiljacht voor een twee uur durende proeverijvaart. Met een cava in de hand genieten we op het dek van de laatste uurtjes Spaanse zon. ¡Salud!

Lees ook: De beste Spaanse rode wijnen

 

banner abonnement espanje

Dit artikel is eerder verschenen in ESPANJE! (nummer 1, jaargang 2016) en de informatie kan achterhaald zijn. Auteur: Marjan Terpstra.

Lees ook:  Meenemen uit de Spaanse supermarkt