Spanje, dat is strandvakantie en stedentrips. Toch? Ja, maar er is meer. Veel meer! Van fietsen door de steden en over de Vías Verdes tot mountainbiken in de Pyreneeën of wandelen met gieren boven je hoofd. Het echte Spanje ontdek je door eropuit te trekken.

Mallorca is het fietseiland bij uitstek: het hele jaar een zacht klimaat, een afwisselend landschap waar je ook komt en zelfs in de kleinste dorpjes kun je fietsbenodigdheden krijgen. Ook de rest van Spanje verandert steeds meer in een fietsparadijs. In veel Spaanse steden wordt het gebruik van de fiets gestimuleerd. Onder bewoners maar zeker ook onder toeristen. Valencia, Barcelona en Málaga zijn bijvoorbeeld fantastische steden om te fietsen. Over de boulevard langs zee terwijl je haren wapperen in de wind. Heuvelachtig is het niet of nauwelijks en het is dus gemakkelijk trappen. Sevilla en Barcelona komen zelfs voor in de lijst van de twintig meest fietsvriendelijke steden ter wereld.

Lees ook: Fietsen langs het oliespoor in Andalusië

El Cid achterna

wandelpad in het binnenland van spanje

Ook de pelgrimsroute Camino de Santiago is populair onder fietsers, net als de Camino de El Cid, die loopt door Castilla y León, Castilla- La Mancha, Aragón en de regio Valencia in de voetsporen van de legendarische Spaanse held El Cid Campeador. En dan zijn er de Vías Verdes, oftewel groene routes – oude, niet meer in gebruik zijnde spoorlijnen die omgetoverd zijn tot fiets- of wandelroute. Ze zijn perfect om het Spaanse binnenland te ontdekken. Voormalige stations zijn getransformeerd tot hotel of restaurant en soms kun je er fietsen huren. Inmiddels kun je door heel Spanje via de Vías Verdes al 1800 kilometer afleggen. De routes variëren in lengte; van nauwelijks 6 tot 190 kilometer, dus of je nu een getraind fietser bent of alleen zo nu en dan de stadsfiets pakt, iedereen kan hier op de pedalen. Aangezien de trajecten over oude spoorwegen gaan, zijn ze over het algemeen vlak en makkelijk begaanbaar maar voeren ze vaak wel door een spectaculair landschap. En omdat er alleen fietsers en wandelaars mogen komen heb je geen last van auto’s en uitlaatgassen en zijn de routes zeer veilig, ook om met kinderen te lopen of te fietsen.

Aragón: 338 fietsroutes

Ook onbekendere Spaanse regio’s zoals Extremadura en Aragón zetten zich steeds meer op de kaart als de perfecte bestemming voor een actieve vakantie. Het Nationale Park Monfragüe in Extremadura bijvoorbeeld is een paradijs voor wandelaars die van vogels houden. In dit gebied bevindt zich de grootste Europese kolonie monniksgieren (286 paar- tjes). Om de Spaanse keizerarend te spotten moet je geluk hebben, want daar zijn nog maar 12 paartjes van. En ook de zwarte ooievaar, vale gier, oehoe, steenarend en aasgier komen hier voor. Noordelijker, in de Pyreneeën van Aragón, is mountainbiken sterk in opkomst. Rond de prachtige stad Aínsa, met zijn middeleeuwse plein vol heerlijke restaurants, zijn maar liefst 338 fietsroutes uitgezet, niet alleen voor mountainbikes, maar ook voor gewone fietsers. Niet voor niets vonden in september 2015 de wereldkampioenschappen enduro in Aragón plaats.

Op de website van AragónBike kun je je ideale routes uitstippelen en downloaden in pdf- of gps-formaat. Je kunt zoeken op moeilijkheidsgraad (aangegeven in verschillende kleuren), soort route (downhill, enduro, crosscountry), in 3D met Google Earth en met tips en informatie voor de fietsers. Niet alle routes zijn (geheel) voorzien van routebordjes, maar met een goede fietskaart kun je hier ook zeker op eigen houtje een route fietsen.

Lees ook: 4x actieve vakanties in Spanje

Biosfeerkampioen

De-Picos-de-Europa

Spanje is samen met de VS en Rusland het land met de meeste biosfeer reservaten, door de UNESCO beschermde gebieden met een uniek ecosysteem. In totaal telt Spanje maar liefst 47 biosfeer reservaten en 15 nationale parken. De Picos de Europa kregen als eerste de titel Nationaal Park en in 2002 werd het gebied door de UNESCO tot biosfeer reservaat verklaard. De Picos vormen het hoogste deel van het Cantabrisch Gebergte in Noord-Spanje, op de grens van de autonome regio ́s Cantabrië, Asturië en Castilla y León. Het is een ideaal gebied voor een combinatie van een luie en een actieve vakantie, omdat het maar 20 kilometer van de zee is. In de winter ligt er sneeuw en je moet niet vreemd opkijken als je ook in de rest van het jaar sneeuwvelden tegenkomt. Vanwege het speciale bergzeeklimaat kunnen hier verraderlijke mistbanken voorkomen. Dit wil overigens niet zeggen dat je hier niet goed kunt wandelen of klimmen, integendeel, de afwisseling van hoge toppen en diepe ravijnen en canyons is adembenemend. Maar ga altijd wel goed voorbereid op pad.

Op meer dan 200 plekken zijn de bergen meer dan 2000 meter boven zeeniveau en sommige hellingen komen boven de 2300 meter, zoals de Torrecerredo (2646 meter), de Naranjo de Bulnes (2519 meter) en de Pico Tesorero (2570 meter). Verscholen in de Picos vind je weides, bossen met beuken- of eikenbomen, heidevelden en meren, zoals de meren van Covadonga. Door het park stromen bovendien vier rivieren: de Deva, Sella, Cares en Duje. Vanaf verschillende uitkijkpunten heb je een magnifiek uitzicht over het park. En als je geen zin hebt om te wandelen of klimmen, kun je de Fuente Dé kabeltrein nemen naar een hoogte van meer dan 1800 meter. Vergeet niet je verrekijker mee te nemen om de zwarte specht of auerhoen te spotten, maar ook grote vogels zoals de vale gier en de steenarend komen hier voor.

De koningsroute

Helemaal in het zuiden van Spanje ligt ook een spectaculair natuurgebied, Desfiladero de los Gaitanes. Hier kun je wandelen in de voetstappen van koning Alfons XIII, die hier in 1921 de Caminito del Rey opende. Decennialang werd dit als het gevaarlijkste wandelpad ter wereld beschouwd. Het spectaculaire traject loopt langs de rand van het ravijn waardoor de rivier de Guadalhorce stroomt. Het is de laatste jaren compleet gerenoveerd en werd in maart 2015 heropend. Je moet geen hoogtevrees hebben want het pad ligt 100 meter boven de rivier. De route is verdeeld over een toegangspad van 4,8 kilometer en de uiteindelijke promenade van 2,9 kilometer.

Dit laatste deel is natuurlijk waar het allemaal om draait. Het gehele koningspad lopen duurt zo tussen de drie en vier uur. Maar het is geen rondwandeling, dus daarna moet je nog terug naar het startpunt. Zie je dat niet zitten, dan pendelen er gelukkig bussen tussen het noordelijke punt (Ardales) en het zuidelijke punt (El Chorro). In de zomermaanden (maart-september) kun je de route
in beide richtingen lopen, maar van 1 oktober tot eind maart slechts in één richting: van Ardales in het noorden naar Álora in het zuiden. In deze richting gaat het alleen maar bergaf, waardoor je de route makkelijker en in kortere tijd kunt afleggen. Houd er wel rekening mee dat het ondanks de complete renovatie nog steeds geen gemakkelijk pad is. Je moet soms steile hellingen nemen, dus enige ervaring en een goede conditie zijn zeker aan te raden. Ga wel op tijd, want per dag wordt slechts een beperkt aantal wandelaars toegelaten.

Lees ook: Puur prachtig Priorat: wijn en wandelen

Tekst: Spaans Verkeersbureau