De Almudena kathedraal met Moorse muur op voorgrond

Onder de binnenstad van Madrid ligt een geheim verleden dat katholieke koningen eeuwenlang hebben proberen weg te stoppen: de geschiedenis van het vroege Madrid als Moorse stad. Nu er meer archeologisch onderzoek is gedaan, komt het alsnog tevoorschijn. ESPANJE! neemt je mee op een korte route door de binnenstad.

Lees ook: 10 x zien en doen in Madrid

‘Nee, ik geloof er niks van, er zijn géén muren in Madrid!’ roept een Spaanse vrouw met een stevig glas wijn in de hand tegen ons. We zijn in een typisch Spaans gesprek beland. Dat start meestal doordat er iemand gewoon tegen je aan begint te praten, loopt vervolgens uit op een verhitte discussie, en eindigt ermee dat je als beste vrienden uit elkaar gaat. Geen idee hoe we erop kwamen, maar plots zijn de Madrileense stadsmuren het gespreksonderwerp. ‘Ik ben een echte gata, en ik weet niets van stadsmuren,’ vervolgt de vrouw, verwijzend naar de bijnaam van de Madrilenen, de gatos, de katten. Volgens haar mag je jezelf pas een kat noemen als je grootouders van beide familiekanten óók Madrileen waren. Als we afscheid nemen, grappen we dat we nog een ommetje langs de muren gaan maken. ‘Dan ben je zo klaar. Ze zijn er niet!’ roept ze ons lachend na.

Verborgen verleden

‘Dit is echt typerend voor de omgang van veel Madrilenen met hun verleden,’ verzucht Rafael Martínez. ‘Ze weten er weinig van omdat ze vaak in de buitenwijken wonen en het niet zelf gaan bekijken in de binnenstad.’ Rafael is journalist en gids. Al twee jaar neemt hij in het weekend enkele groepen mee naar het verborgen Arabische verleden van de stad. ‘Wat ik laat zien is voor iedereen een enorme verrassing, ook voor doorgewinterde Madrilenen. Toen zij de geschiedenis van de stad leerden uit de boeken op school, was dit alles niet bekend of niet opgenomen,’ zegt hij terwijl we voor de restanten van de muren staan. Nu pas komt het verborgen verleden boven water. De ontdekking van de muur in 1953 was het begin. In de jaren negentig is er veel ontdekt rond het Plaza Oriente, voor het Koninklijk Paleis, omdat daar verbouwingen waren. Rafael vormt met vijf arabisten een groep die meer aandacht vraagt voor het Moorse verleden van de stad. Ze zijn met de gemeente in gesprek om de Moorse oorsprong van de stad te laten erkennen en de nieuwe kennis over het verleden te verspreiden.

Stad van het water

Het Plaza de la Paja plein in Madrid

Hoewel veel Madrilenen denken dat hun stad is gesticht door christelijke voorouders, klopt dit niet. De eerste bewijzen van een bewoonde stad stammen uit de 9e eeuw n.Chr. en dat waren de gouden tijden van het Moorse rijk Al-Andalus. De moslims hadden vanaf de 8e eeuw het oude Visigotische rijk in Spanje onder de voet gelopen en veroverden bijna het hele Iberische schiereiland. Ze regeerden hun kalifaat vanuit Córdoba, maar ook de oude Visigotische hoofdstad Toledo was een belangrijke stad. Het was een bloeiperiode waarin de landbouw, de wetenschap en de bevolkingsgroei zich sterk ontwikkelden. Alleen in het noorden hielden enkele christelijke vorsten stand. In de loop van de eeuwen werden deze koningen steeds machtiger, zodat de emir Mohammed I van Córdoba (852-886) besloot dat er ter verdediging een sterk fort moest worden gebouwd ten noorden van Toledo. De Moren noemde de plek al-Majrit, dat ‘land dat rijk aan water is’ betekende. Er waren veel bronnen en bovendien lag het stadje aan de rivier de Manzanares. Er werd een kasteel gebouwd op de plaats waar nu het Plaza Oriente is – in de parkeergarage is nog een wachttoren te zien. Eromheen ontstond een klein stadje. De Moren gebruikten de plek als uitvalsbasis voor hun rooftochten in de christelijke gebieden. Rond het jaar 1000 viel het kalifaat uiteen en de christelijke koningen maakten daar handig gebruik van. Ze heroverden steeds meer gebied, de zogenaamde reconquista. Zodoende stond koning Alfonso VI in 1093 plots voor de verstevigde muren van Madrid.

Lees ook: Madrid en bicicleta

Behendige katten

Ook wij staan bij het park Emir Mohamed voor de restanten van de muren en kijken naar beneden, waar je de rivier nog steeds kunt zien liggen. Een zwarte kat verstopt zich snel tussen de beige stenen van de ruwe muur. Rafael vertelt: ‘Alfonso VI had een probleem. De muren van Madrid waren met die van Toledo de hoogste en sterkste van het land.’ Madrid kon niet veroverd worden. Tot in 1095. Dan sluit de emir van Toledo namelijk een deal met de koning. Hij geeft na een belegering de macht over Toledo en Madrid op, op voorwaarde dat de steden niet geplunderd worden. In 1095 komt Alfonso opnieuw aan bij de hoge Madrileense muren. Volgens een legende is er één soldaat die de koning zegt dat hij op de muur kan klimmen. De koning gelooft hem niet, maar toch weet de man behendig als een kat naar boven te klimmen. De koning staat versteld en overlaadt de soldaat met eer. Bovendien, zo stelt hij, ‘noem ik jou en al je verwanten voortaan “katten” als eretitel’. Het is de bijnaam die de Madrilenen nog steeds met trots voeren, hoewel sommige vinden dat ze hem eerder verdienen doordat ze flink losgaan in het roerige nachtleven van de stad.

Maria in de muur

Vanaf Alfonso zitten de katholieke koningen met een probleem. Met name Filips II in de 16e eeuw zat ermee in zijn maag toen hij Madrid tot hoofdstad van zijn grote rijk benoemde. Hoe kan die christelijke hoofdstad toch een islamitische oorsprong hebben? Om kort te gaan: ze veegden het Moorse verleden onder het tapijt en stimuleerden verhalen die aantoonden dat Madrid altijd al christelijk was geweest. Alfonso VI voorzag zelf in zo’n legende. In zijn tijd zou er een gerucht zijn dat er christenen waren bij de stichting van de stad. Toen de Moren kwamen, werden ze vervolgd vanwege hun geloof. Ze verstopten daarom een Mariabeeld in de muur. Alfonso was bezeten van dit verhaal en wilde per se het beeld vinden. Na negen dagen van smeekbedes trok de koning langs de muur. En voilà, plots stortte een Moorse toren in en jawel, daar verscheen Maria met naast haar twee kandelaren die maar liefst drie eeuwen binnen in de muur gebrand zouden hebben. Een mooie, maar helaas onwaarschijnlijke legende. De muren bestonden destijds pas 150 jaar, dus de christenen die de stad gesticht zouden hebben konden hun beeld nooit in de muur hebben geplaatst. We lopen naar het begin van de Calle Mayor, naar de muur aan de achterkant van de kathedraal van de Maagd van Almudena. Hier lagen eens de hoge muren van Madrid waaruit Maria opdook. En als we goed kijken, zien we haar daar opeens staan. Een hagelwit beeld staart ons aan, met naast haar twee kaarsen. En? Nee, ze branden niet. Wel werd precies op deze plek de pompeuze kathedraal gebouwd. Een belangrijke plek, want de huidige koning Felipe trouwde er in 2004 met zijn Letizia.

Middeleeuwse huizenruil

We gaan nu de indrukwekkend hoge Viaducto de Segovia over en lopen via het Plaza en de Calle de la Morería naar het Plaza de la Paja. Het is de favoriete plek van Rafael, een gezellig pleintje waar de terrassen vaak vol zitten. ‘De straatnaam Morería zegt het al, we staan hier in de oude Moorse wijk. ‘Maar óók de christelijke wijk,’ vertelt hij met een sluwe blik. Wat blijkt: vóór de verovering door de christelijke koningen was dit gedeelte, dat net buiten de ommuring lag, de christelijke wijk. Het was er minder goed verdedigd dan de wijk vlak bij het kasteel bij het Plaza Oriente. Dus wat deed Alfonso? Hij vaardigde een wijkenruil uit: alle moslims moesten verhuizen naar de christelijke wijk, alle christenen kwamen in de mooiere Moorse wijken te wonen. Maar ja, er woonden meer Moren dan christenen in de stad, zodat een deel van de mooiere wijk leegstond. Alfonso liet terstond nieuwe christelijke kolonisten uit Noord-Spanje en Zuid-Frankrijk aanrukken, en zo eindigde de leegstand in de binnenstad.

Arabische inscripties

San Nicolás kerk in Madrid

De stad onderging nog meer metamorfoses, en om die te zien klimmen we weer omhoog. We komen langs restaurant Korgui. Je kunt er, met uitzicht op de oude stadsmuur die door het restaurant loopt, heerlijk ceviche en Madrileense ossenstaart eten. Ons doel is de Nicolaaskerk – vroeger een moskee. Nadat Alfonso de stad veroverde moest hij laten zien dat zijn geloof het beste was. Dit was het duidelijkst door van de moskeeën kerken te maken. Dat kon op twee manieren: door de hele moskee af te breken en er een kerk te bouwen. Of, wat makkelijker was, door de moskee tot kerk te verklaren. Dat betekende dat hij opnieuw gewijd moest worden. Van de San Nicolás is het zeer waarschijnlijk dat het eerst een moskee was. De toren vertoont nog trekjes van een minaret. Hij heeft drie Arabische bogen in de top, de spits is er later op gezet. Bovendien staan er in de San Nicolás Arabische inscripties. Alleen de pastoor ontkent nog steeds, lacht Rafael. ‘Hij roept altijd tegen mij dat zeer waarschijnlijk nog altijd niet absoluut zeker is!’ De pastoor valt waarschijnlijk niet meer te bekeren, maar Rafael wil dat er meer aandacht komt voor het onbekende verleden op de scholen. Zodat de Madrilenen hun verleden ook leren kennen. Helaas zal er dan in kroegen niet meer getwist worden over het bestaan van de Moorse muren van Madrid.

Lees meer: De leukste wijken van Madrid

ETEN
Restaurant Korgui is een aanrader. Je tafel staat er op een paar decimeter van de stadsmuur! Calle Rollo 8, www.korgui.es

RONDLEIDINGEN
Gids Rafael Martínez geeft Engelstalige rondleidingen: www.madridarabe.es

Dit artikel is eerder verschenen in ESPANJE! (nummer 2, jaargang 2017) en de informatie kan achterhaald zijn. Auteur: Twan van Lieshout.