Extremadura is dunbevolkt en grotendeels ongerept. De zomers zijn er lang en heet, de steden monumentaal en de natuurparken indrukwekkend.

Deze autonome regio in het binnenland van het schiereiland is een minder bekend, maar prachtig stukje Spanje. In de uitgestrekte, groene velden leven verschillende soorten dieren en om je heen kom je een grote variëteit aan flora tegen. Vanwege de lage industrialisatie kon de natuur in Extremadura haar gang gaan en de regio doet er alles aan om haar te beschermen. Zo zijn er twee grote nationale parken in de streek: Monfragüe en het natuurpark rond rivier de Taag (Parque Natural Tajo Internacional). Naast de Taag in het noorden is de Guadiana in het zuiden de andere belangrijke rivier in het gebied.

Extremadura ligt in het zuidwesten van Spanje en grenst aan Portugal en de regio’s Castilië en León, Castilië – La Mancha en Andalusië. De streek valt uiteen in twee provincies: Badajoz en Cáceres. Hoewel Mérida de hoofdstad is met iets meer dan 70.000 inwoners, is Badajoz de grootste stad. Daar leven zo’n 150.000 Spanjaarden.

De enige officiële taal in Extremadura is het Castiliaans, waarvan de verschillende lokale dialecten samen het Castúo worden genoemd. Toch kom je er ook andere talen tegen. De beschermde taal Fala, die afstamt van het Galicisch-Portugees, wordt gesproken in het uiterste noordwesten van de provincie Cáceres. Het Extremeens (estremeñu) is een Romaanse, bedreigde taal die verwant is aan het Leonees, dat in Castilië en León voorkomt. Tot slot spreken sommige Spanjaarden zelfs Portugees.

Wat heeft Extremadura te bieden?

Het gebied tussen de Sierra de Gredos (met toppen van ruim 2500 meter) en Sierra Morena biedt de vakantieganger onverwachte, culturele rijkdommen en prachtige landschappen. In Extremadura is de natuur nog ongerept waardoor er een hoop (bedreigde) diersoorten voorkomen die in de omgeving ongestoord hun gang kunnen gaan. De lynx loopt er bijvoorbeeld rond.

Vogelaars komen in de streek zeker aan hun trekken vanwege de grote verscheidenheid aan bijzondere vogelsoorten. Extremadura is dan ook zeer populair bij vogelliefhebbers uit heel Europa. De regio staat vooral bekend om de hoeveelheid roofvogels. Kijk naar boven en de kans is groot dat je de steenarend, Spaanse keizerarend, slangen- of dwergarend zult zien. Ook vale gieren, ooievaars en kraanvogels komen er voor. De dunst bevolkte streek van Spanje telt daarnaast meer schapen dan mensen.

Het landschap laat zich het best omschrijven als een glooiend heuvellandschap waar drie soorten gebieden voorkomen: de steppen, dehesas en gebergtes. De steppen bestaan uit eindeloos glooiende vlaktes die met grassen en kruiden begroeid zijn. De dehesas, oftewel boomweiden, omvatten uitgestrekte bossen van steen- en kurkeiken. De vallei van Jerte is vooral prachtig in het voorjaar (eind maart), wanneer de kersenbloesems het dal wit kleuren.

In Extremadura vind je geen massatoerisme, maar wel schilderachtige dorpjes en talloze, eeuwenoude gebouwen. Drie monumenten zijn door Unesco tot werelderfgoed uitgeroepen. In de hoofdstad Mérida vind je een archeologisch complex waar iedere zomer een belangrijk theaterfestival neerstrijkt. Er zijn veel Romeinse gebouwen in de stad bewaard gebleven waardoor Mérida het ‘Rome van Spanje’ wordt genoemd. In de stad Cáceres kun je niet om het oude stadscentrum heen en ook het koninklijk klooster van Santa María de Guadalupe is werelderfgoed.

De pittoreske stad Feria aan de voet van een heuvel is zeker het bezoeken waard. Een oud kasteel, dat boven de stad uittorent, biedt een indrukwekkend uitzicht over de streek. Extremadura grenst aan Portugal en daarom is de Portugese invloed in dit deel van Spanje duidelijk merkbaar. Neem de stad Olivenza, die tot 1801 bij het buurland hoorde. Hier vind je zowel Spaanse als Portugese monumenten en architectuurstromingen, maar toch overheerst het Portugese gevoel.

Wie nog niet genoeg tot rust gekomen is tijdens een vakantie in de stille streek doet er goed aan om een dagje Alange in te plannen. Deze stad, waar ook oude rotstekeningen te vinden zijn, staat vol met Romeinse thermale baden. Een deel van de spa’s stamt werkelijk nog uit de tijd van het Romeinse Rijk.

Meer lezen?

De volgende artikelen verschenen eerder in het magazine ESPANJE! en kun je nu op de website lezen:

Extremadura: al eeuwen onveranderd

Hoe kom je in Extremadura

Vliegen

Het enige vliegveld in de regio bevindt zich in Badajoz, maar vanuit Nederland zijn er geen rechtstreekse vluchten naar de stad. Wel vliegen verschillende luchtvaartmaatschappijen via een tussenstop op Badajoz.

Auto

De afstand naar Extremadura is relatief groot, tussen Utrecht en Badajoz ligt ruim tweeduizend kilometer.

Trein

In Extremadura is er een uitgebreid treinennet. Met spoorwegmaatschappij RENFE kun je heel de regio doorkruisen en ook andere streken eenvoudig bezoeken.

Warme zomers, milde winters

Extremadura heeft over het algemeen een mediterraan klimaat, behalve in het noorden en westen van de regio. In het noorden heerst een landklimaat en de invloed van de Atlantische Oceaan zorgt er in het westen voor dat het klimaat daar milder is. De streek ligt immers tegen Portugal aan en daarom niet mijlenver van de zee.

Doorgaans wordt de regio gekenmerkt door heel hete zomers met langdurige droogte, de winters zijn juist weer mild. De jaarlijkse gemiddelde minimumtemperatuur ligt rond de 4 graden Celsius. Dankzij de vele zonne-uren kun je zelfs in de wintermaanden vaak met een heerlijk zonnetje buiten op het terras zitten. In de zomer kan de temperatuur makkelijk oplopen tot 40 graden.

De geschiedenis van Extremadura

In het diepe zuiden van de Spaanse hoogvlakte ligt Extremadura. Zo’n tweeduizend jaar geleden werd het Romeinse Hispania vanuit deze regio bestuurd, met de huidige hoofdstad Mérida als één van de belangrijkste steden van het Romeinse Rijk in Spanje. Ook eeuwen later, tijdens de overheersing door de Moren en in de middeleeuwen, bleef de streek belangrijk.

Extremadura maakte tijdens het Moorse tijdperk deel uit van het kalifaat van Córdoba. Toen het rijk in 1031 ineenstortte en uit kleine, regionale koninkrijken kwam te bestaan, werd de streek bij de taifa van Badajoz getrokken. Dit onafhankelijke moslimrijk moest het tweemaal ontgelden. In 1094 en 1151 werd Badajoz door respectievelijk de Almoraviden en Almohaden veroverd.

Het gebied kwam rond 1230 in christelijke handen terecht door de herovering onder leiding van koning Alfonso IX van León. De Ruta de la Plata (de Zilverroute) loopt dwars door Extremadura. Deze oude, van oorsprong Romeinse (handels)route, die ook door pelgrims werd gebruikt op weg naar Santiago de Compostela, loopt door het westen van Spanje, van het beginpunt Mérida tot Astorga in Castilië en León. Er zijn zelfs resten gevonden van een nog oudere en langere handelsroute. Die begon in Sevilla in Andalusië en liep tot aan Gijón in Asturië. Eeuwenlang was deze route van grote waarde voor de regio.

Toch raakte Extremadura op een gegeven moment in verval. Inwoners trokken weg uit het afgelegen en droge gebied waardoor een dunbevolkte regio overbleef, waar grootgrondbezit en armoede heersten. Die situatie is prachtig weergegeven in de film El Sur, naar de gelijknamige roman van Adelaida García Morales. Mogelijk is de massale ontvolking één van de redenen geweest dat zoveel veroveraars in Extremadura opstonden en naar de Nieuwe Wereld trokken om hun geluk aan de andere kant van de oceaan te beproeven.

Cultuur in Extremadura

Veel Spaanse veroveraars die voet aan wal zetten in de Nieuwe Wereld waren afkomstig uit Extremadura. Hernán Cortés, Francisco Pizarro, Pedro de Alvarado, Hernando de Soto, Vasco Núñez de Balboa en Pedro de Valdivia zijn enkele, beroemde conquistadores die in de streek zijn geboren en getogen. Zij namen hun vaderland, en hun geboortegebied in het bijzonder, mee naar wat nu Noord-, Midden- en Zuid-Amerika is. Ze stichtten er namelijk steden met precies dezelfde namen als die in Extremadura voorkomen. Zo is Mérida, de hoofdstad van de Spaanse regio, tevens de hoofdstad van de Mexicaanse deelstaat Yucatán en van de gelijknamige staat in Venezuela. Medellín, een kleine, Spaanse gemeente, is in Colombia de plaatsnaam van de tweede grootste stad, na Bogotá. In de staat New Mexico in de Verenigde Staten is Albuquerque de grootste stad: een transcriptie van Alburquerque, een plaats in, inderdaad, Extremadura.

Maar de regio is niet alleen bekend om zijn veroveraars. Ook zijn er befaamde schilders als Francisco de Zurbarán en Luis de Morales geboren, evenals belangrijke schrijvers en dichters als Benito Arias Montano, José de Espronceda, Juan Donoso Cortés en Carolina Coronado. Extremadura is bovendien een broeinest van wetenschappers, filosofen en bekende sporters. De Spaanse (oud-)voetballers en (voormalig) internationals Fernando Morientes, Rafael Gordillo, Ernesto Valverde en César Sánchez zijn allen uit de streek afkomstig. Dat maakt dat Extremadura een belangrijke leverancier is van de Spaanse cultuur.

De beste ham

Ook op gastronomisch terrein is de regio van invloed: je kunt er de beste Iberische hammen proeven. De pata negra, zoals de ham in de volksmond ook wel wordt genoemd, verwijst naar de zwarte poten van het varken. De jamón ibérico valt uiteen in verschillende soorten, die naar kwaliteit zijn gerangschikt. Zo heb je onder meer de Jamón Ibérico de Cebo, Jamón Ibérico de Cebo Campo, Jamón Ibérico de Recebo en, de beste kwaliteit ham, Jamón Ibérico de Bellota. Alleen de hammen van de varkens die in hun laatste groeifase uitsluitend eikels (bellotas) en grassen uit de dehesas (boomweiden) hebben gegeten, mogen Jamón Ibérico de Bellota (achterpoot) of Paleta Ibérica de Bellota (voorpoot) genoemd worden. Dat vlees heeft een sterke, nootachtige smaak.

Varkens die een mix van eikels en diervoeder hebben gekregen, heten Recebo of Cebo. De nootachtige smaak in dat vlees is minder sterk aanwezig, waardoor de hammen een stuk goedkoper zijn. Na de slacht wordt de ham in een bed van zeezout gelegd en vervolgens opgehangen om te drogen. Dat droogproces gaat langzaam en duurt wel zeven à acht maanden. Daarna moet het vlees rijpen. De voorpoten hebben meestel tussen de 14 en 18 maanden de tijd nodig, de achterpoten tussen de 24 en 26 maanden. Wordt een achterpoot langer gerijpt, tussen de 30 en 36 maanden, dan krijgt die de officieuze term Reserva of Gran Reserva. De smaak is voor kenners zeer bijzonder.