Monumentale steden, een rijke cultuur en prachtige groene natuurparken: Castilië-La Mancha is meer dan Don Quijote. Een fijne bestemming, waar je zeker tot rust komt.

streek barst van het cultureel erfgoed. Zo zijn de steden Toledo, Ciudad Real en Cuenca opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Castilië – La Mancha telt bovendien een groot aantal natuurreservaten en nationale parken.

De Spaanse schrijver Miguel de Cervantes maakte Castilië – La Mancha wereldberoemd met zijn meesterwerk El ingenioso hidalgo don Quijote de La Mancha (De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha). De regio diende als decor voor de avonturen van de dolende ridder. Don Quijote vocht er tegen de ‘witte reuzen’: de vele, kenmerkende witte windmolens die de streek rijk is.

Castilië – La Mancha staat bol van de contrasten. Aan de ene kant zijn er weidse landschappen met dorre, winderige vlaktes, aan de andere kant stromen de rivieren de Taag en Guadiana door de bergen en vind je er groene natuurparken. Het gevarieerde landschap leent zich uitstekend voor sportieve activiteiten als wandelen, paardrijden, zwemmen en paragliden.

De autonome regio ligt in het midden van het Iberisch Schiereiland en grenst in het oosten aan Valencia. Met de klok mee grenst Castilië – La Mancha verder aan Murcia, Andalusië, Extremadura, Castilië en León, Madrid en Aragón. De streek telt vijf provincies: Albacete, Ciudad Real, Cuenca, Guadalajara en Toledo, tevens de hoofdstad. Het is de dunst bevolkte regio van heel Spanje. Daardoor zijn er talrijke, bekoorlijke dorpjes te vinden waar nog een bepaald soort kalmte heerst.

Wat heeft Castilië-La Mancha te bieden?

De streek barst van het cultureel erfgoed. Zo zijn de steden Toledo, Ciudad Real en Cuenca opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Castilië – La Mancha telt bovendien een groot aantal natuurreservaten en nationale parken.

Een bezoek aan Parque Natural de Cabañeros, Parque Natural de la Serrania de Cuenca of Parque Natural de Alto Tajo is zeker de moeite waard. De lagune La Morenilla in Ruidera mag absoluut niet overgeslagen worden. Cervantes schreef over het beschermd natuurgebied in zijn roman over don Quijote: ‘Oh huilend Guadiana, je waters zijn als de tranen uit de mooie ogen van de dochters van Ruidera’. In Castilië – La Mancha zijn ook vier archeologische parken te vinden met enkele van de oudste grotschilderingen van Spanje.

Toledo, de hoofdstad van de regio en gelijknamige provincie, voelt aan als een openluchtmuseum. Het is één van de oudste steden van het land en alle gotisch/Moorse vestingwerken zijn nog intact. De stad ligt op een granietberg die aan drie kanten diep is uitgesneden door rivier de Taag. De hooggelegen kathedraal en Alcázar geven Toledo een unieke aanblik en zijn een oriëntatiepunt in de wirwar van nauwe straatjes en doodlopende steegjes. De stad bezit veel verschillende, religieuze monumenten aangezien Toledo bekendstond als ‘de stad van de drie culturen’. Eeuwenlang leefden de christenen, Moren en Joden er vredig samen.

In Cuenca zijn de casas colgadas (de ‘hangende huizen’) wereldberoemd. Ze zijn gebouwd op een uitstekende rotspunt boven een ravijn. De tot de verbeelding sprekende windmolens van Don Quijote de la Mancha vind je vooral in en rondom het dorp Campo de Criptana. In Almagro staat de Corral de Comedias, het enige overgebleven theater uit de gouden eeuw dat nog steeds in gebruik is. Tijdens optredens worden de originele toneelattributen gebruikt en ook de verlichting, bestaande uit olielampen, is dezelfde als eeuwen geleden. Alcalá del Júcar is een pittoresk dorpje dat tegen een steile berg aan is gebouwd. De rotswand moest grotendeels uitgehakt worden om de huizen te kunnen bouwen. Daardoor lopen de woningen vaak vloeiend in de enorme rotspartij over.

Hoe kom je in Castilië-La Mancha

Vliegen

De regio heeft twee vliegvelden in Albacete en Ciudad Real, maar vanaf Nederland zijn er geen rechtstreekse vluchten. Wel kun je met een overstap op Madrid of Valencia naar beide steden vliegen.

Auto

Vanaf Utrecht is het ruim 1800 kilometer rijden naar regiohoofdstad Toledo.

Trein

Castilië – La Mancha heeft net als de rest van Spanje een uitstekend treinennet, waardoor je de streek eenvoudig kunt doorkruisen. In Ciudad Real en Puertollano kun je bovendien op de AVE stappen, de hogesnelheidstrein naar Madrid, Barcelona of Málaga.

Extreme temperaturen

Het klimaat in Castilië – La Mancha is deels continentaal, deels mediterraan. Omdat de zee niet van invloed is op het weer zijn de temperaturen extremer: de winters zijn behoorlijk koud en de zomers heel heet. In de zomermaanden kan de temperatuur oplopen tot 35 graden Celsius. De regio bestaat uit verschillende gebieden. In de meer groene provincies Cuenca en Guadalajara kan er veel regen vallen, terwijl het in Toledo en Ciudad Real een stuk droger is. De regentijd valt in de laatste maanden van de winter. In het voorjaar en de herfst kun je genieten van zachte, aangename temperaturen.

De geschiedenis van Castilië-La Mancha

Toledo, één van de oudste steden van Spanje, heeft een grote rol gespeeld in de geschiedenis van het schiereiland. De stad nam een belangrijke plaats in toen de Romeinen over Spanje heersten. In het jaar 555 maakten de Visigoten van Toledo hun hoofdstad, al had dat een meer symbolische waarde. Vanuit de stad regeerde het Germaanse volk over de rest van Spanje, dat als één onafhankelijke staat werd gezien. Ook ten tijde van de Moorse overheersing was Toledo van belang. De stad werd een eigen koninkrijk: el reino taifa de Toledo. De Moren hadden allerlei onafhankelijke moslimrijken (taifas) op het Iberisch Schiereiland gesticht om zo de macht te kunnen verspreiden.

Castilië – La Mancha werd later, in de periode tussen de tiende en dertiende eeuw, het toneel van vele historische gevechten tussen de christelijke kruisvaarders en islamitische overheersers. In 1085 boekten de christenen tijdens de Reconquista (de herovering) hun eerste grote overwinning door het taifarijk van Toledo te verslaan. De regio was eveneens het decor van de vereniging van Spanje. Isabella van Castilië trouwde met Ferdinand van Aragón en zo werden zij de Katholieke Koningen (los Reyes Católicos). Door hun huwelijk werd Spanje een eenheid waar het katholieke geloof als het enige ware geloof telde. Los Reyes Católicos heroverden in 1492 het laatste Moorse rijk Granada en daarmee kwam er definitief een einde aan Al-Andalus (zoals het Iberisch Schiereiland onder de Moren heette). Isabella en Ferdinand creëerden de eerste Europese, moderne staat en legden de basis voor uitbreiding van het Spaanse rijk. Zo besloten ze de eerste reis van Columbus te financieren.

Cultuur van Castilië-La Mancha

Wie aan Castilië – La Mancha denkt, denkt vrijwel meteen aan de avonturen van don Quijote. De roman El ingenioso hidalgo don Quijote de la Mancha van Miguel de Cervantes is onlosmakelijk met de streek verbonden. De Spaanse auteur schreef het wereldberoemde boek in 1605 en daarmee werd het één van de eerste romans in een moderne Europese taal.

In Don Quijote de la Mancha beschrijft Cervantes de komische avonturen van een oude edelman, die als dolende ridder het Spaanse land in trekt. Gezeten op zijn ‘strijdros’ Rocinante, een in werkelijkheid uitgemergelde boerenknol, en gehuld in een verroest harnas met op zijn hoofd een papieren helm, trekt hij ten strijde tegen alle soorten onrecht. Daarmee hoopt hij in de gunst te komen van zijn grote liefde, de prachtige Dulcinea. Don Quijote wordt in zijn trektocht vergezeld door zijn dienaar Sancho Panza, een eenvoudige boer. Die weet dat zijn meester de werkelijkheid en zijn fantasie door elkaar haalt, maar blijft uit loyaliteit bij hem. Dat de edelman behoorlijk in de war is, blijkt wanneer hij herbergen aanziet voor kastelen, geestelijken voor schurken en windmolens voor reuzen. Het verhaal van don Quijote is nog altijd een belangrijk symbool van de Spaanse cultuur. Zo staat de edelman afgebeeld op een herdenkingsmunt uit 2005. Castilië – La Mancha was ook een inspiratiebron voor andere literaire schrijvers en schilders. Zo vestigde de Griekse kunstschilder El Greco zich in Toledo, waar hij in 1614 overleed.

Gastronomie

Naast de culturele invloed heeft de streek ook zijn stempel gedrukt op de Spaanse keuken. De bekende manchego-kaas, gemaakt van schapenmelk, is afkomstig uit Castilië – La Mancha. In die regio bevolken zo’n half miljoen schapen de uitgestrekte valleien. Manchego is een geperste kaas met een licht pikante en zoute smaak, die pas gegeten wordt nadat de kaas minstens zestig dagen gerijpt heeft.

Daarnaast zie je veel marsepein in de etalages. Toledo, Venetië en het Midden-Oosten ruziën nog altijd over de oorsprong van de zoete lekkernij. Ooit brachten de Moren een zoet mengsel van amandelen en honing naar het Iberisch Schiereiland en nog altijd zijn de Spanjaarden dol op wat nu marsepein heet.